Seks en de tango

La Cadena, mei 2010

Uit psychologisch onderzoek is gebleken dat tango zorgt voor minder stress en meer zin in seks. Voor de tangobeten die vaak geconfronteerd zijn met het stereotiepe gepassioneerde stel, is dat logisch. Hij, macho in pak met hoed, grijpt haar stevig vast. Zij, femme fatale in een hoerig tafelkleedje, in zwijm in zijn armen. Als op de voorkant van een bouquetreeks over latin lovers, die sowieso al gestereotypeerd worden om een bepaalde levensstijl; dat vraagt gewoon om seks. Wellicht denkt het grote publiek nu dat ik als tangodanseres een leven leidt van ontspanning en passie, maar insiders weten dat het verband tussen tango, stress en seks alles behalve een psychologische wet is.

Zelf had ik het verband tussen tango en seks al laten varen op het moment dat de uitbundig golvende relatie met mijn eerste tangopartner op de klippen liep. Het is een grote desillusie er plots alleen voor te staan op de dansvloer. Alsof je hart breken niet genoeg is, grijp je ook nog eens in het luchtledige met je omhelzing. Tango als relatietherapie? Samen dansen kan een relatie zowel maken als breken. Niet alleen vormen relatieproblemen een directe bedreiging voor een gelukkig tangoleven, maar ook zijn tangoproblemen een gevaar voor een relatie. Vooral voor ambitieuze dansers is het samenwerken met passie als spelen met vuur. Vaak is jaloezie alomtegenwoordig; ze spat er werkelijk vanaf. Om mij heen zie ik de ene na de andere schipbreuk. Vervolgens de verwoede pogingen om te redden wat er te redden valt aan de tangoloopbaan; het elkaar ontwijken op de milongas en ander wanhopig gedrag. Grote schade wordt aangericht daar waar men om professionele redenen bij elkaar blijft. Met mijn ontreddering en de daaropvolgende worsteling om mijn tangoleven weer vlot te trekken, besloot ik nooit meer de passie voor een man te verwarren met de passie voor de tango. Want dat is jezelf voor de haaien gooien.

Dat ik tango professioneel benader, is meteen een geruststelling voor mijn huidige –tangovrije- liefde. Het betekent dat ik werkelijk dans, en niet op verticale wijze de liefde bedrijf met een ander. Het contact is natuurlijk, niet zozeer seksueel geladen. Het betekent ook dat tango niet altijd ontspannend is. Tango stressverminderend? Ga maar eens een milonga organiseren! Of neem eens een les voor gevorderden met een tangogrootheid waarvan je werkelijk wat wil leren. Daar hoef je niet eens professional voor te zijn, slechts gedreven.

Ik vraag me af bij welke tangodansers de onderzoekster van bovenstaande conclusie de speekselmonsters heeft afgenomen om aan te tonen dat de hormoonspiegel na het tangodansen veranderd is. Waren het dwaze geliefden? Waren het reeds gevormde stelletjes? Waren het de heerlijk naïeve beginners? Waren het wel Argentijnen? Want elkaar aanraken is hier in Buenos Aires heel normaal en geen reden tot hormonale opwinding, zoals in Europa. Bovendien is tango vaak hard werken aan levenszingeving in een zwakke economie; niet louter een vrijetijdsbesteding om van te genieten voor welvaartskinderen. En doorgewinterde tangueros weten van de verbittering die tango en passie kunnen brengen, luister maar eens goed naar de teksten. Bloemetjes-en-bijtjes-tango? Waarom wordt de tango dan zo vaak vervloekt? Maldito es!

Ik betwijfel hoe generaliseerbaar het tango-effect is. Het lijkt me sterk om enkel vanwege een verhoogd testosteronniveau en een verlaagd cortisolniveau na het dansen te concluderen dat men door tango meer zin heeft in seks en minder gestrest is. Dat hangt helemaal van de omstandigheden af. Tango is niet altijd de sensuele Argentijnse droom, en al helemaal niet de ultieme relatietherapie. Laat u niet bedriegen door de stereotiepen en ook niet door hun hormoonspiegels! Tango brengt voor- en tegenspoed, als het leven zelf.

Continue Reading →

Tijd

La Cadena, april 2010

Honderdvijftig Cadenas, twee jaar Tangolab, wat vliegt de tijd! Terugblikmomenten geven vaak de indruk dat het allemaal ontzettend snel gaat. Het lijkt wel gisteren. Tegelijkertijd is er in die paar jaar zo veel gebeurd. Als we het te druk hebben gaat de tijd te snel. Gebeurt er niets, dan tergend langzaam. Hoe komt het dat we tijd zo verschillend waarnemen? Het zijn de lange episodes die we overbruggen als we het verleden of de toekomst in kijken, die doen vermoeden dat de tijd snel verstrijkt. Het tijdsbesef is echter geheel anders tijdens het tangodansen.

Een hele milonga lang wordt de tijd ingedeeld in stukken, tandas gescheiden door een cortina, die in nog kleinere elementen verdeeld worden, tangos gescheiden door een korte stilte en een praatje. En tijdens dat elementaire tijdsdeeltje klinkt er tijdloze muziek en is er een tijdloos gevoel. Tango laat de tijd even stilstaan, omdat het moment zodanig intens beleefd wordt dat het oneindig lijkt. En even lijkt het dan of verleden, heden en toekomst samensmelten. Tango dansen creëert tijd. Als ik denk uren gedanst te hebben, is er soms pas een half uur verstreken.

In de tangoteksten is er voortdurend sprake van melancholiek en nostalgie, van vervlogen tijden, van de noodzakelijke en vaak noodlottige verandering. Men is de tijd kwijt of is men zich er pijnlijk bewust van. In de muziek is de tijd zo sterk aanwezig, is het ritme zo meeslepend, dat er zelfs geen percussie nodig is, geen metronomen of tijdmeters. En als we er goed naar luisteren tijdens het dansen, is er dus een bewustzijn van tijd. Een muzikale tijd, die als we met dubbel tempo versnellen, in het Spaans zelfs meer tijd oplevert: doble tiempo! Muzikaal versnellen kan tijdloos zijn, maar heeft men haast dan blijft er niets van de tijd over.

Ergens is er sprake van een keuze tussen een intense beleving van het moment of om aan het nu voorbij te razen. Korte geluksmomenten of lange moeizame trajecten, men kan kiezen hoe men de tijd waarneemt en ermee omgaat. Men kan de tijd nemen of hem verbruiken, geduld hebben of haast. Er kan geconstateerd worden dat de tijd zo snel gaat, wat vermoedelijk de tijd juist vluchtiger maakt. Maar wellicht is het beter de tijd positief waar te nemen. Te constateren: wat is er veel gebeurd! Of tango te dansen zonder haast. Dan blijft de tijd misschien nog wat langer.

Continue Reading →

Dificultango

Tango is moeilijk. Je hoort het vaak, vooral tijdens de les. Daar wordt wat afgezweet bij gecompliceerde pasjes. De leraar geeft de ene na de andere aanwijzing: over een goede houding, een stevig omhelzing, en hoe kleine correcties grote gevolgen hebben voor de uitvoering van de pas. Vaak lijken deze regelrecht met elkaar in tegenspraak: het lichaam dient fier opgeheven te worden, maar ook stevig in de grond te drukken, spieren moeten zowel ontspannen als actief zijn. Hoewel de functie en onderlinge samenhang van deze correcties vaak niet wordt toegelicht, is de opdracht tijdens de les ze allemaal tegelijkertijd in de praktijk te brengen. En ondertussen niet het contact met de ander te vergeten én naar de muziek te luisteren.

Na de les loopt het hoofd van menigeen over en lijkt tango nóg moeilijker. Want hoe kan je met al die informatie in je hoofd nog ontspannen? Nog verwarrender wordt het wanneer leraren onderling het radicaal met elkaar oneens zijn en je als danser moet schipperen tussen verschillende ‘tangosofieën’. Het meest frustrerend is dat de meeste dingen die je geleerd hebt heel snel vervliegen en je op de dansvloer weer in oude patronen vervalt.

Volgens de cognitive load theorie kan iedereen maar een beperkte hoeveelheid informatie tegelijkertijd verwerken. Als ergens de druk wordt verhoogd, dan neemt die elders af. De meeste mensen kunnen dus niet zoveel informatie aan zonder dat het contact met de partner eronder te lijden heeft. Geen wonder dat er tijdens de les irritatie optreedt tussen leider en volger.

Toch gaat tango in de eerste plaats om fijn samen dansen op muziek. Daar is niet veel meer voor nodig dan de milonga: een dansvloer, muziek en wat milongueros. Hangt er een goede sfeer, dan maakt het niet zoveel uit hoe er wordt gedanst. Tango is dan allereenvoudigst en intuïtief. Les heb je er vrijwel niet voor nodig. Waar is al die frustratie dan goed voor?

In de les gaat het erom je een beweging eigen te maken. Als een beweging eenmaal in het lichaam zit, hoeft er niet meer over nagedacht te worden. Het hoofd dat denkt ‘het is moeilijk’, of bewegingen die te hoog gegrepen zijn, zitten dit lichaamsbewustzijn in de weg. De cognitieve last uit de les dwarsboomt het ontspannen dansen op de milonga. Vooral nu les en milonga dichter bij elkaar zijn gekomen door de prácticas. Deze zijn bedoeld om te oefenen en uit te proberen, als vervolg op de les of voor sommigen ter voorbereiding op een show. Een aantal prácticas in Buenos Aires hebben echter de vorm van een milonga aangenomen: tafeltjes om de dansvloer heen, tandas, cortinas. Sommige milongas zijn weer meer op prácticas gaan lijken. Inmiddels is men er tegelijkertijd aan het oefenen, de show aan het stelen, leerlingen aan het werven en aan het dansen. Het is er niet ontspannen als op de buurtmilonga. Het is er ook niet speels als op een práctica.

Vermoedelijk werken de práctilongas verwarring en frustratie in de hand, want men wil er tegelijkertijd oefenen en ontspannen, indruk maken en contact maken. Eenvoudiger en minder frustrerend is oefenen en dansen uit elkaar te houden.

Tango wordt lastiger gemaakt dan het hoeft te zijn. Om sociaal te kunnen dansen -voor verreweg de meesten het enige doel- is er echter lang niet zoveel nodig. De leraar die dat niet weet over te brengen, en je cognitieve last blijft verhogen, doet moeilijk. Je kan het blijven proberen, of hem gewoon negeren en lekker doordansen.

Continue Reading →

Onderzoek

Para Tete

 

La Cadena, januari 2010

 

Sinds het moment dat ik voor het eerst in volle potentie de tango voelde, heb ik het verlangen gehad alle mogelijkheden te onderzoeken. Pak je dat systematisch aan, beginnend bij het evenwicht op het ene of het andere been en de drie mogelijke passen, vooruit, opzij en achteruit, dan zijn dit, vermenigvuldigd, zes opties. Breid je het gespiegeld lopen uit met gekruist lopen, dan komen er vier mogelijkheden bij. Plus acht als de een van standbeen wisselt en de ander niet, zodat men als het ware diagonaal staat. Vanuit die positie kunnen er ook weer vier kruispassen gemaakt worden. Er zijn nog zestien opties als een partner blijft stilstaan en de ander een pas doet. En al die passen kunnen op verschillende manieren uitgevoerd worden: spannend als een projectie van het been, of speels als een schommelbeweging. Dit zijn nog slechts de mogelijkheden voor de eerste pas, laat je daar combinatoriek op los dan blijken ze exponentieel toe te nemen bij iedere volgende pas en beweging.

Geen wonder dat er zoveel wordt geëxperimenteerd in de tango: de mogelijkheden zijn eindeloos. Er worden voortdurend elementen toegevoegd en het kruisbestuivinggebied met aangrenzende disciplines wordt verruimd. Op de tangoqueeste raak ik echter, als zo velen, nogal eens meegesleurd door innovatiedrift en oppervlakkigheden. Met de introductie van de term nuevo bleek dat inventiviteit wordt gewaardeerd. Men is naarstig op zoek gegaan naar vernieuwing. Zoals innovatie de moderne economie draaiend houdt, is het ook een motor in de tango-industrie. En zo gebeurt het dat voor het nieuwe product goed en wel uitgediept is, er al lang een nieuwere versie of een geavanceerder concurrent op de markt is. Men leeft van rage tot rage en kopieert elkaar op grote schaal. Helaas blijft men aan de oppervlakte steken en zijn de producten vaak niet duurzaam en van slechte kwaliteit. Je ziet het op de prácticas gebeuren, je hoort het in de tango-electromuziek.

Nu kan ik helemaal warm lopen voor ontdekkingen en uitvindingen, maar vernieuwing moet niet ten koste gaan van verdieping. Zonder grondig onderzoek heeft een innovatief experiment maar weinig waarde. Wordt er een nieuwe tangomix ontwikkeld, dan is het een kwestie van uitdiepen om er echt iets van te maken. Zoals nu bijvoorbeeld de mogelijkheden van tango met moderne dans en theater worden onderzocht. Of pilates als tangotechniek. Veel experimenten blijven oppervlakkig, zoals tango met een videocamera (lichtelijk mediageil) of tango in een rolstoel (lichtelijk pathetisch). Misschien levert nader onderzoek iets op. Die bandoneon-met-beat-ventjes hebben zowel van tango als van electro geen fluit begrepen, dus hoeven pa’s garage in Belgrano niet meer uit te komen. Goed, het Cambalache festival was wederom inspirerend, maar ergens is er ook het besef dat verbreding een verhindering kan zijn voor verdieping.

Nu ik de leidersrol serieus heb opgepakt, is daar opeens weer heel helder het verlangen tot systematische verdieping. Ik ben nu niet op zoek naar vernieuwende danseressen, maar naar dansers die beschikken over mathematische tangoprecisie. De volle tangopotentie zit in details, vereist geduld en reflectie. ‘De nieuwste generatie brengt dat betrekkelijk slecht over’, betreurt vernieuwer tegen wil en dank, Chicho in de Tangauta van december. Te rade dus bij mijn illustere voorgangers, zij die zo creatief zijn omdat ze in een traditie staan. Er is toch nog wat nieuws dit jaar. Een voornemen. Ik laat de experimenten voor wat ze zijn, en ga op onderzoek uit.

Continue Reading →

Aventuras del Capitán Quesadilla

Alex had zich in stijl gekleed voor zijn eerste middag in de stad. Witte linnen broek, leren sandalen, blauw overhemd, ray-ban. Als een echte latino, dacht hij. En inderdaad, hij had zich zo bij Pablo Escobar kunnen scharen. In de straten van Once gebruikt men echter geen cocaïne, maar het dodelijke restproduct paco. Geen rijke drugsbaronnen, maar hoererende travestieten en kruimeldieven in onze buurt. Goed gekleed en met zijn gebruikelijke volume al Nederlands orerend over de stoep, trok hij al snel de aandacht van een paar kleine agressieve Argentijnen en wist aanvankelijk niet wat hem overkwam.

Het was het gebruikelijke trucje: de een vraagt je wat onverstaanbaars terwijl de ander in je broekzak grijpt. In Buenos Aires zijn deze kereltjes echter minder behendig dan elders en ze hadden de situatie (daglicht, een gezelschap van vier) verkeerd ingeschat. Bibi en ik drongen ons ertussen en spoorden aan tot doorlopen. Eentje dacht te kunnen bluffen met een hand onder zijn shirt, maar een kop kleiner en opgewonden gesticulerend maakte hij een weinig overtuigende indruk op me. Argentinos doen wel vaker alsof ze een wapen in hun broek hebben. Yuri was zich van geen kwaad bewust. Hem was nooit iets dergelijks overkomen, vind je het gek, twee keer zo groot als de gemiddelde Argentijn. Bibi, die door kan gaan voor een porteña, zag de bui al hangen. Zij zou immers voortdurend over straat moeten met haar geliefde dromer en aandachttrekker. Alex echter paste zijn klederdracht drastisch aan, een kapotte spijkerbroek en bevlekt wit hemd, om zo min mogelijk op te vallen. Gedurende de daarop volgende dagen begaven ze zich vooral in de welvarender wijken van de stad. Alex verontwaardigd “daar dragen ze wel witte broeken!”, tsja de cocaïne moet ergens geconsumeerd worden. Hij hervond zijn heldhaftigheid al snel op het terrasje in Palermo als “Capitán Quesadilla” (kapitein kaaspannenkoek) en verheugde zich, onbekommerd babbelend in het Spaans, over het goede vlees, de goedkope cocktails, de mate, de tango en zelfs het bier “Quilmes, qué más?”.

Op het strand in Uruguay bleek dat het in mijn ogen kleine incident toch veel indruk had gemaakt. Alex ontspande zich en verzuchtte dat het wel vermoeiend was de hele tijd op je hoede te zijn. Ook Bibi voelde zich iets minder onder druk staan. Ze waren in hun element. De Uruguayos, rustiger en vriendelijker dan de Argentijnse stedeling, bevielen veel beter. Bovendien hadden zij die op straat rondhingen tenminste wat om handen, een thermoskan en een mate. Als er ‘I Uruguay’ shirts geweest waren… Buiten dat het veel fijner was om bij de zee te zijn dan in de verstikkende hitte van Buenos Aires, was er nog een reden waarom Alex met tegenzin wegging uit Uruguay. Hij voelde zich maar weinig op zijn gemak in de stad. Maar hij had zich laten inspireren. Als een echte Uruguayo, met thermo onder de arm en eigen mate in de hand, ging hij de laatste dagen ontspannen over straat, ook daar waar minder toeristen komen. Toen hij zaterdag onverrichter zake terugkwam van het vliegveld, hij zou pas een dag later achter Bibi aan kunnen vliegen, en zich bij ons schaarde in het favoriete tentje in Palermo bleek dit geheel naar zijn zin. “Ik zou wel weer een quesadilla lusten!” En nadat hij zijn koffer naar huis had gebracht, schoof hij glunderend aan voor een biertje. Hij was zelf naar de bushalte gelopen, door het straatje waar hij eerder bijna beroofd was, had de bus genomen en ons moeiteloos gevonden. Zijn laatste zomeravond in Buenos Aires kon niet meer stuk “que bueeeno!”.

Continue Reading →

Tangosouvenirs

 

La Cadena, december 2009

Voor de eerste keer dwaalde ik door de straten van vergane glorie, en betrad de Confitería Ideal. Aldaar vond onder de kroonluchters mijn eerste tangoles plaats, en kruisten mijn passen die van een lotgenoot en partner in crime. Samen kochten we mijn eerste paar tangoschoenen bij Flabella; zagen we voor het eerst tango-orkesten en vivo; betraden we nog schoorvoetend prácticas en milongas; gingen we tango-hoppend over straat. Al snel was hij mijn tanguero en ik zijn tanguera. We waren als een blok gevallen voor Buenos Aires en de tango: ‘nucking futs’ constateerden we met een goed glas Argentijnse wijn. Op een zondagmiddag in San Telmo waar het zoet rook naar gecarameliseerde pinda’s of garrapiñadas, werd de passie bezegeld. We dansten op straat, en hij kocht deze foto voor me. Hij zette er op “El primero, pero jamás el último! Mil besos, Marc”. Mijn gedroomde ontmoeting met Buenos Aires, met de tango en mijn tangopartner van het eerste uur duurde een intens mooie, en droevig korte, anderhalve week. Vluchtig als een tango of het moment op de foto. Inmiddels zijn we vele tango’s, partners, reizen en foto’s verder. Met “nooit de laatste!” had Marc dus een orakelende uitspraak gedaan. Het verstilde beeld aan mijn muur getuigt van el primero, de bijzondere eerste keer. Een tijdloos souvenir.

Continue Reading →

Vlucht

La Cadena, december 2009


“Ben ik eigenlijk op de
vlucht?“, vroeg ik mijzelf kritisch af, wachtend op het vliegtuig naar Buenos
Aires. Het heen en weer gereis baarde me enige zorgen. Ter gelegenheid van mijn
zoveelste oversteek had ik mijzelf het boek Mad
Travelers
van filosoof Ian Hacking cadeau gedaan. Over een bijzondere aandoening
die zich eind negentiende eeuw over Frankrijk verspreidde: reisziekte, in
diagnostische termen ambulant automatisme
of fugue. Het verhaal over de
Fransman Albert Dadas, die dwangmatig en in trance Europa doorwandelde van Algiers
naar Sint Petersburg tot aan het toenmalige Constantinopel, gaf aanleiding tot
het diagnosticeren van vele andere geesteszieke reizigers. Er was een groot
verschil met zwervers. Deze mannen waren goed verzorgde, harde werkers, die
herhaaldelijk werden bevangen door een drang om met de noorderzon te
vertrekken. Ze werden gezien als slachtoffer van hun dwangimpuls. Vaak kwamen
ze nadat ze te voet enorme afstanden hadden afgelegd, uitgeput weer bij
bewustzijn. Herinneringen aan de reis konden slechts onder hypnose worden
teruggehaald.

 

Nu was dit het
begintijdperk van het toerisme. En het waren de hoogtijdagen van de hysterie,
de voornamelijk vrouwelijke variant van doordraaien, waarbij men dacht dat de
baarmoeder het lichaam rondreisde. De reisobsessie was de uitverkoren
mannelijke variant op hysterie, waarbij er letterlijk gereisd werd. Inmiddels
is reizen gemakkelijk en normaal, blijven baarmoeders netjes op hun plek, en
zijn fugue en hysterie uit het psychiatrisch vocabulaire en als ziekte
verdwenen.

 

Hoewel? Doet dit
dwangmatig rondwandelen u ook niet meteen aan tango denken? Het voortdurend
willen dansen, het koortsig afgaan van de milonga’s, het stad en land afreizen
voor de tango, het dansen tot je erbij neervalt. Nu is een dwang tot reizen of
dansen tegenwoordig niet meteen pathologisch, maar wat als het vluchtgedrag is?
Vermijding is iets wat psychiaters vandaag de dag nog steeds alarmeert. En het
verliezen van contact met de realiteit al helemaal. Zijn reizen en tango dansen
manieren om de realiteit niet onder ogen te hoeven komen? Is het een vlucht?
Men houdt wel erg van dromen in de tango, denk maar aan walsen op soñar y nada más en el vals soñador. Het is alsof je vliegt. Even niets anders dan de
muziek, de beweging, het contact. Vrij en zorgeloos voor een paar minuten.
Daarentegen zijn Astor Piazzolla’s tres
minutos con la realidad
grillig en ondansbaar, als ware het om de dansers
terug te sleuren naar de werkelijkheid.

 

Nu is een vlucht een
beweging ergens vandaan. Heb je een duidelijk doel voor ogen, dan is er sprake
van een beweging ergens naartoe. Als je het contact opzoekt met een ander, ben
je dan aan het vluchten? Men zou kunnen beweren dat men in de tango uit de
realiteit vlucht. Men kan immers in trance raken en het is de ultieme manier om
in het moment te staan. Mijn eerste maanden in Buenos Aires ervoer ik dan ook
als in een bovenzintuiglijke staat van bewustzijn. Inmiddels weet ik dat het geen
droom is, maar een andere realiteit. Een andere cultuur, een andere manier van
leven. Met tango bewegen we niet per se bij de realiteit vandaan, maar kiezen
we voor een ándere realiteit.

 

Gelukkig maar, ik vlucht
niet. En net zo min als met bezeten reizigers, is er wat mis met mensen bezeten
van de tango of de liefde. Ik vlucht
niet weg uit Nederland, het is er goed toeven. Ik vlieg slechts de oceaan over
naar mijn lief. Ik beweeg ergens naartoe al
compás del corazón
. En het kompas van mijn hart laat geen twijfel bestaan:
Buenos Aires, alwéér.

Continue Reading →

Zelfverijdeling

La Cadena, november 2009

Geloof in jezelf! Als je echt wilt, is alles mogelijk. You can do it! Het zijn de mantra’s  van deze tijd die dicteren dat jij zelf dingen
kunt veranderen en verbeteren. En inderdaad, met een optimistische instelling
kun je het ver schoppen. Tot op de dansvloeren is men vervuld van een
zelfverzekerde, positieve energie. Geschoeid als doorgewinterde dansers gaan de
beginners de vloer op. Bereikt men een gemiddeld niveau, dan schrijft men zich
zonder blikken of blozen in voor de gevorderdenworkshop. The sky is the limit!

Nu hebben de verkondigers van deze populair-psychologische
en blij-spirituele boodschappen wel degelijk een wetenschappelijke klok horen
luiden. De al dan niet vindbare klepel is de self fulfilling prophecy. Als wij op een bepaalde manier worden
omschreven, dan gaan we ons naar die beschrijving gedragen. Behalve als die
beschrijving ons niet bevalt, dan doen we het tegenovergestelde. Er bestaat dus een kans dat als jij
jezelf een getalenteerd tangodanser waant, je sneller goed leert dansen. En
waarschijnlijk dragen blitse comme-il-fauts
significant bij aan grootse sprongen vooruit op de dansvloer. Ook al is er bij
dit effect een derde factor in het spel, namelijk dat vooral de betere dansers
de goedgeschoeide dame sneller ten dans vragen, in de veronderstelling dat ze
het goed kan.

De optimistische interpretatie van onze zelfvervulling
ziet iets belangrijks over het hoofd, namelijk dat er verschillende
voorspellingen mogelijk zijn. Niet alleen wijzelf, maar ook anderen kunnen onze
toekomst voorspellen. Nu is die ander niet per definitie een boze toverfee die
een vloek over je uitspreekt. Het kan ook een tangoleraar zijn, die op basis
van zijn ervaring een realistischer uitspraak doet over je tangotalenten. Een
voorspelling die niet onderhevig is aan systematische zelfoverschatting. We
kunnen dus nog zo verzekerd zijn van onszelf, er is altijd een ander. Vooral in
de tango een belangrijk gegeven; je
danst namelijk niet in je eentje.

Een psychologisch effect dat veel relevanter is voor de
tango, is feedback. Als evaluatie van je danskunsten, maar ook als de
onuitgesproken informatie die je partner je geeft tijdens het dansen. Jezelf
geweldig vinden doet er weinig toe; het contact met de ander des te meer. Om te
kunnen dansen is deze feedback onmisbaar. Het nadeel hiervan is dat je
afhankelijk bent van de ander voor een goed gevoel over jezelf. Als die ander
slecht contact met je maakt, bijvoorbeeld omdat hij zichzelf geweldig vindt,
dan is één dansje genoeg om je zelfvertrouwen volledig weg te vagen en je avond
flink te verpesten. We kunnen dus in Nederland wel hard roepen dat je het lot
in eigen handen moet nemen, je eigen geluk moet creëren, maar in Argentinië
weet men dat het lot -net als geluk- iets is wat je deelt. Een goed gevoel is
iets wat je geeft, vooral in de tango. In jezelf geloven is niet genoeg. Dat is
het pas als je in anderen gelooft die ook in jou geloven.

 

Continue Reading →

Diagnostiek á la Wikipedia

"Bij terugkeer in hun eigen land voelen expatriates vaak dat het hun land niet meer is, omdat er veel veranderd is en men de grip hiermee verloren is. Dit leidt bij veel expatriates vaak tot een gevoel van ontheemding. Aan de ene kant kan men zich overal vestigen en aan de plaatselijke cultuur aanpassen. Aan de andere kant is nergens meer echt thuis. Expatriates worden bij terugkomst in hun eigen land vaak niet begrepen door hun oude vrienden- en kennissenkring. De gespreksonderwerpen zijn vaak totaal verschillend en standpunten zijn tijdens een langdurig verblijf in het buitenland vaak gaan afwijken van de gevestigde norm in het land van herkomst. Dit leidt vaak tot verdere vervreemding en wordt het expatsyndroom genoemd. Dit kan zowel bij kinderen als volwassenen plaatsvinden." Herkenbaar wel, vaak.

Continue Reading →

Creatief met veren

La Cadena, oktober 2009


Tango is hofmakerij.
Zoals een pauw zijn veren spreidt, tracht de heer een goede indruk te maken op
de dame. Om haar te bekoren meet hij zich een elegante houding aan. Of hij
maakt het haar gemakkelijk in een warme, stevige omhelzing. Of om haar maar
niet te vervelen trekt hij de trukendoos open. Creativiteit is een begeerde
eigenschap in de tango. Gejuicht wordt er als beroemde dansers bij een optreden
ingewikkelde, originele bewegingen en baanbrekende passen maken. Bewonderaars
gaan druk in de weer met de spectaculaire figuren of verzinnen zelf iets nieuws.
Om het vervolgens op de dansvloer trots aan de dame te presenteren. Als de
enorme pauwenstaart: bijzonder onhandig.

 

Er spelen een aantal
misverstanden met betrekking tot deze trukendoos. Ten eerste, dat de dame zich
verveelt zonder kunstjes. Ten tweede, dat creativiteit in de tango afhangt van
de mate van spektakel en complexiteit. En ten derde, dat zo’n truc een koud
kunstje is.

 

Creativiteit kent in de
tango vele gedaantes. Dat zij ook in de dame schuilt, daar zijn veel heren zich
niet van bewust, of ze lappen het aan hun tangoschoen. Maar ook zij voelt de
muziek aan. Ook zij kan haar benen melodieus laten meebewegen, met het ritme
vertragen of versnellen, verstrakken met het staccato van de bandoneon en
soepel zweven op de violen. De man die druk bezig is met kunstjes vertonen, het
vrouwenbeen op zijn teken laat zwiepen en al stappend geen tel van de maat
mist, ontneemt de dame elegantie en haar kans te spelen met de muziek.
Bovendien zijn de figuren vaak slecht uitgevoerd, amper gecoördineerd,
onevenwichtig of ronduit lomp. Moeilijke bewegingen en bijbehorende
misverstanden gaan de heren te lijf met brute kracht.

 

Soms lijkt het alsof een
halfdood vogeltje meegesleurd wordt door een speelse kat. Nou heeft dát
misschien nog een evolutionair voordeel, maar de pauwenstaart is al minder
adaptief en deze tangostuntman stevent natuurlijk regelrecht af op uitsterven.
In zijn enthousiasme voor het spektakel, vergeet hij dat het vloeiend en licht
uitvoeren van een figuur veel fijngevoelig contact en bovendien veel oefening
vereist. Dit geldt overigens ook voor de dame. Men holt met grote vaart voorbij
aan de elegante eenvoud van de tangopas, aan de subtielere creativiteit,
terwijl het nuttig zou zijn pas op de plaats te maken.

 

Lopen in de tango,
soepel, beheerst en helemaal op elkaar afgestemd, wordt vaak jammerlijk
onderschat. In wezen is de perfecte tangopas moeilijker dan een gancho of voleo,
en als basis onmisbaar om de figuren vloeiend in te passen. Het loont de moeite
de pas goed te onderzoeken en aan te voelen, alvorens over te gaan tot
bewegingen die moeilijker te coördineren en te communiceren zijn. Bovendien,
binnen de beperkingen zijn er oneindig veel mogelijkheden en is men doorgaans
juist creatiever. Zo gebeurt het regelmatig dat een dans waarin slechts gelopen
wordt, fijner, mooier en gevarieerder is dan de aaneenschakeling van trucjes.
Kunstgrepen worden pas mooi als men er subtiel mee omspringt. Liever één
perfecte, muzikaal getimede volcada, dan het tot vervelens toe afraffelen van
de ene na de andere. Dus wat mij betreft mag de verentooi uit de trukendoos.

 

De danser die de tango
licht als een veertje laat voelen, heeft de dame echt begrepen. Hij zou een
pluim krijgen van Darwin. Hoewel, als Darwin tango had gedanst, zou er wellicht
geen evolutietheorie geweest zijn.

Continue Reading →

Alles op een rijtje

Fotografía

Ventana al cielo

Encender, apagar

Hay agua caliente

Zwart-wit Schaap

Pichi

Bajo la bandera

Mirando atrás

Garrapiñadas

Greenhost webhosting