Portfolio & Blog
Quetzaltenango betekent ongeveer ‘plek van Quetzals’, je zou verwachten dat de Quetzales (pecunia Guatemalteca) hier dus rijkelijk vloeien. Nou nee dus, de enige geldautomaat die het deed, deed het slechts af en toe. Dus, de ochtend nadat ik gearriveerd was, had ik nog vijf Quetzal (vijftig eurocent) op zak. De verhalen van mijn mede-backpackers deden mij enigzins wanhopen, want in San Pedro, de volgende bestemming, was al helemaal sporadisch geld te krijgen. Bovendien was het weekend, dat wellicht de geldtoevoer niet ten goede zou komen. Maar het geluk was met mij, na een goed ontbijt, met veel chocolade, kon ik vele Quetzales uit de muur trekken en was ik eindelijk Quetzalteniendo.
Xela, Quetzaltenango in de volksmond, is een vieze stad, een arme stad, maar heeft zo haar charme en fijne plekjes. Bovendien is er rondom de stad veel te zien, zoals vulkanen en de zo beroemde kleurrijke Guatemaalse dorpsmarkten. Nou leek een vulkaan beklimmen (minstens vijf uur omhoog, weinig zuurstof, steile helling) me geen goed idee, maar ik stond te popelen om de markt te bezoeken. Op naar San Juan Ostuncalco, waar medebackpacker Dan en ik ons konden vergapen aan de koopwaar: kippen (in alle mogelijke vormen, meer en minder eetbaar, lunchen zonder kip bleek moeilijk en een nadrukkelijk sin pollo bleek niet genoeg, tot Dans genoegen), kalkoenen (eentje zat op het dak van een auto), groente, fruit, snoep, prullaria (die deden vermoeden dat het hier wel meeviel met de armoede). Volgende dag maar weer naar de markt, ditmaal in Zunil, waar de vrouwen er werkelijk prachtig uitzagen in hun regenboogkleren. Moeilijk te fotograferen, dat wel. Ik had het hier snel gezien, vooral toen er een enorme homp vlees vlak voor mijn neus voorbijkwam. Volgende bestemming waren de Fuentes Georginas, natuurlijke warmwaterbaden waar de zwaveldampen en nevelwolken de lucht vulden. Heerlijke ontspannen en wat mysterieus, zo´n warm bad in de jungle. Ik ontmoette een leuk Spaans stel en een Nicaraguaan en kreeg een gezichtsbehandeling met zwavel, perzikhuidje (er werd gelachen om mijn vertaling piel de meloncotón). Mijn vingers zagen er na een tijdje echter een stuk ouder uit, ik bleef er maar gefascineerd naar kijken, de toekomst in mijn handen, haha. Ik kon terugrijden met het Spaanstalig gezelschap, heerlijk gebabbeld en gelachen. Het verblijf in Xela stond verder in het teken van eten en drinken van vooral veel chocolade en leuke gesprekken met leuke mensen.
Na een lekker ontbijt op een balkon gelegen boven het centrale plein wat wel enige allure had, stapte ik weer in een chickenbus. Bont en blauw en chagerijnig kwam ik aan in San Pedro. Het zicht op het prachtige Lago Atitlán maakte echter veel goed. Het is hier werkelijk een backpackersparadijsje en het staat erom bekend dat er veel reizigers blijven hangen. (Wellicht omdat ze niet meer de chickenbus in durven, dat is althans mijn reden om niet te snel door te reizen.) Het ruikt hier lekker, naar de koffie die in de zon licht te drogen. De backpacker is van alle gemakken voorzien, internet, leuke restaurants met goedkoop en vegetarisch eten, goedkope hostels, bars met cuba libres voor 7Q en onderwijs in de Spaanse taal wat nergens goedkoper kan. Ik zou hier niet heel lang kunnen blijven hangen, maar vanwege de gemoedelijke sfeer en de prachtige locatie is het wel begrijpelijk dat anderen dat doen. Dagen vullen zich hier met hangen bij het meer, wandelen bij zonsopgang, wat lezen, wat schrijven en ouwehoeren, bananenbrood en meer chocolade. Ik begin het wel leuk te vinden, dat backpacken in Guatemala. Het voelt niet meer als vakantie, zoals in Mexico. Hier wordt er echt gereisd. Wat mij betreft de komende dagen slechts per boot, ik heb het niet zo op kip.
Het vertrek uit San Cristóbal volgde op een aantal ontspannen dagen en uitbundige avonden aldaar. Dansen en drinken met een stel maffe Fransen. Memorabel waren de Cucaracha (warme Kahlua die je opdrinkt terwijl er nog een vlammetje op de alcohol danst) en de Bandera Mexicana (Mexicaanse vlag: eerst tequila, dan limoensap, dan pittige tomatensap, wow).
Rust, ruimte en bezinning op het strand bleek een goede volgende stap. De Boca del Cielo aan de Pacifische kust lijkt in niets op die uit de film Y tu mama tambien, maar was toch erg mooi. Bergen en een lagune met witte kraanvogels in de rug en voor mij de woeste branding van de oceaan. Het zwarte zand leek soms zilver in het zonlicht, heel bijzonder. Twee zonsondergangen, een dagje chillen met de hippies aldaar (die me vast kameraadschappelijker hadden ontvangen als ik de vele aangeboden joints had geaccepteerd, maar waarmee uiteindelijk na een avond domino spelen wel enige verbroedering optrad) en een zonsopgang later, aanvaardde ik de reis naar Guatemala.
Tussen vertrek en aankomst zaten 12 uren, die ik in negen verschillende vehikels heb doorgebracht. Wat een chaos en een gekkenwerk. Boot in, boot uit, taxi in, taxi uit, bus in, bus uit, collectivo in, collectivo uit. En toen bevond ik me pas op de grens. Een vreemde plek vol opdringerige geldwisselaars en taxichauffeurs. Heb niet eens fatsoenlijk Mexico gedag kunnen zeggen of ik werd alweer een taxi in gesleurd. Ongelofelijk wat voor onzin de taxista´s je op de mouw proberen te spelden: nee er is geen bus hoor! Oh jawel. Ik wil verdomme helemaal geen taxi, taxi´s zijn stom en duur. Maar waar ik in Tapachula nog heel volhardend was en de goedkope collectivo´s wist te vinden, had ik het daar op de grens even helemaal gehad en stapte ik na flink afdingen die taxi maar in.
Goeiedag Guatemala! Waar in Mexico de cultuurshock uit was gebleven, moest ik hier echt even wennen. Chaotisch, druk, vuil, armoedig, maar veelgekleurd. En wat doe je als je reist in Guatemala, juist, je stapt op een chickenbus. Daar ging mijn rugzak het dak op van een vrolijkgekleurde bus. Ik hield mijn hart vast, niet zozeer omdat het een gestoorde rit was, in hoog tempo over kronkelende bergweggetjes, maar omdat mijn rugzak misschien van het dak zou vallen. Dat leidde dus mooi de aandacht af, want ik voelde me los van mijn rugzakzorgen op mijn gemak en uiteindelijk kon ik zelfs de zorgen over mijn mobiele huis, dat op het dak heen en weer schoof en stuiterde, van me af zetten. Hobbel de bobbel door de jungle en de laaghangende bewolking. Bleek de transfer in San Marcos (oordeel was een intuïtief: ik vind het hier stom) niet helemaal ideaal, want om bij de bus naar Quetzaltenango oftewel Xela te komen moest ik weer zo´n stomme taxi in. De chickenbus naar Xela was iets comfortabeler. In de schemering kwam ik aan. Nee! Ik wil geen taxi! (Goh, ik wordt wel assertiever) De collectivo´s waren goed te vinden. Bij aankomst bij het hostal bleek het natuurlijk vol (ja, denk maar niet dat na uren reizen je bedje gespreid is), dus ik ben in een 18 persoons dorm terechtgekomen in een hostal verderop. Allemaal backpackers hier, dus best gezellig. Na een goed maal en de allerbeste chocoladetaart ooit in een Frans restaurantje met live Cubaanse muziek (dos gardenias para ti, lalalala), kroop ik in het holletje van het doorgezakte matras en viel in een diep coma. Effe bijkomen…
´s Ochtends vroeg kwam ik aan in Palenque en zodra de zon op was toog ik het stadje in om snel ergens een bed in te duiken. Eenmaal onder de dekens hoorde ik algauw door mijn oordopjes heen dat mijn kamergenoten uit de lage landen kwamen. Wouter en Bart nodigden me uit voor het ontbijt, wakker was ik toch. Dat liet ik me geen twee keer zeggen, gezellig! Wouter bleek niet alleen Amsterdammer, maar ook een aan de Universiteit van Amsterdam afgestudeerde psychonoom. Bart bleek niemand minder dan Piet Piraat te zijn in het Vlaamse Plopsaland, en zo af en toe ook kabouter Plop. In dit goede gezelschap bezocht ik de mayaruïnes van Palenque, werkelijk wonderschoon, gelegen in het oerwoud. Toen we over een hangbrug heenliepen, met verderop een waterval en hier en daar een liaan en een zonnestraal die door het bladerdak drong, kon ik het niet laten ´in the jungle´ in te zetten. s´Avonds besloot het drietal het uitgaansleven van Palenque onveilig te maken. Nou is dit dorp slechts bedoeld als toeristische uitvalsbasis voor de ruïnes, dus de verwachtingen waren al niet al te hoog, maar dit overtrof alles. De schemerige groenverlichte kroeg werd bevolkt door knetterlamme louche types, soms in het geanimeerde gezelschap van een aantal dames in veel te strakke kleren. Op naar de disco die, zoals ik op basis van de eerdere ervaring met de muzikale voorkeuren van de lokale bevolking al voorspelde, onze oren terroriseerde met de meest fantasieloze mariachimuziek en vele decibellen. We gaven de moed niet op en kwamen terecht in een disco, waar de latinomuziek een beat had en de Corona rijkelijk vloeide: een topavond.
De volgende dag vertrok ik met Wouter naar San Cristóbal de las Casas. Het duurde niet lang voordat we moesten constateren dat deze stad echt het tegenovergestelde van Palenque is. Straatjes met mooie koloniale gevels, kerkjes, lantaarntjes, binnentuintjes, pleintjes, parkjes, erg leuke cafés, clubs en een goede sfeer. Bovendien heeft het hostel een enorm dakterras waar het heerlijk toeven is bij zonsondergang, met een uitzicht over de daken van het stadje. Lekker stuiteren op goede muziek bleek erg goed te kunnen, zo ook biertjes drinken in een leuk hip café en urenlang hangen op het grote plein in de zon. Het voelde als Amsterdam in de lente.
Op het plein zitten en mensen kijken is hier echter nog leuker, want de mensen en vooral de kinderen zijn erg mooi, vaak gekleed in prachtige kleuren. Toeristen worden voortdurend aangeschoten door handwerkverkoopsters en schoenenpoetsers, gemiddelde leeftijd respectievelijk 7 en 11. Spelen met mijn camera is een heerlijk tijdverdrijf, want als je betrapt wordt op het maken van een foto van een mooi mayakindje, komt het naar je toe rennen om zijn of haar welverdiende peso op te eisen. Twee meisjes die allerlei handwerk verkochten bleven een tijdje in onze buurt zitten, op hun allercharmantst met elkaar in gesprek, ja dan is die foto onvermijdelijk. Slim wordt er onderhandeld en even later zaten ze het eten op te eten, dat met hun modelleerwerk verdiend hadden. Het is ontzettend schrijnend te zien dat kindjes van drie vier jaar oud zo hard in de weer zijn met geld verdienen. Je zou ze het liefst allemaal op een ijsje trakteren.
Na twee leuke dagen met een mede-psycholoog, moest ik vandaag mezelf weer vermaken. Wouter is verder naar Puerto Escondido, ik blijf nog even voordat ik richting Pacific ga. Er is nog genoeg te beleven en te zien. Vanochtend hees ik mezelf in het zadel van een witte merrie, Plata, die mij meevoerde naar het dorpje hier in de buurt, bekend om de traditionale kleding en religieuze activiteiten. Effe wennen, op een paard, en luisteren deed ze voor geen meter, maar de mooie dennenbosbergen leidden de aandacht af van mijn zadelpijn. De bevolking van San Juan de Chamula is erg arm, maar goed dat ik me niet eerder heb laten verleiden tot het kopen van mayatextiel, want mijn pesos kunnen ze hier erg goed gebruiken. Al gauw had ik linten in mijn haar hangen, traditioneel ingevlochten. Ik voelde me enerzijds een onwetende westerling met de welhaast superieure illusie wat bij te kunnen dragen, maar anderzijds voelde het zo goed een paar kinderen op een mandarijn te trakteren en vervolgens hun stralende gezichten te zien. Indrukwekkend was de kerk, waar overal kaarsjes stonden, ook op de vloer, tussen het stro, want banken waren er niet. In trance zat men te bidden, gemompel steeg op. Niet alleen erg arm, maar ook intens religieus. Foto´s maken was strikt verboden, dat zal je leren westerling, show some respect. Tegelijkertijd verrijkt en berispt aanvaardde ik de terugtocht. Ik blijf nog een paar dagen in San Cristobal. Hoewel het hier mooi en leefbaar is en waarschijnlijk genoeg vrijwilligerswerk te doen, ga ik verder. Guatemala en Nicaragua lokken, daar ergens ga ik ook de handen uit de mouwen steken. Alleen reizen is mij te decadent.
Onderweg zijn in Mexico is vermakelijk. In een kever (waar hier echt talloze exemplaren van rondrijden) maakte ik kennis met het Mexicaanse verkeer. Ik mocht mijn riem niet om, dat zou slechts de spot en agressie van andere automobilisten opwekken, en dat terwijl het wegdek hier soms zo´n gatenkaas is, dat het bepaald geen schokvrije ritten zijn. In de bus zitten is ook een belevenis, vooral terwijl de bus rijdt het toilet proberen te gebruiken. Ik heb alle hoeken van die cabine gezien. Vanuit de collectivo (gezamenlijke taxi) van Palenque naar de ruïnes aldaar en de bus van Palenque naar San Cristobal kon ik het landschap bewonderen, prachtige bergen waar de jungle welig tiert. Het is ook een goede plek om het dagelijkse leven van de Mexicanen, in soms heel armoedige omstandigheden, te observeren. Hutjes langs de weg in the middle of nowhere. Maar de zon schijnt en we werden uitgelaten toegezwaaid door spelende kinderen. Vijf uur in de bus over kronkelweggetjes bleek toch wel erg lang, maar de bestemming is ontzettend de moeite waard. Heerlijk om de benen te strekken in San Cristobal. Dat ben ik op dit moment dan ook van plan, dus later meer over Palenque en San Cristobal. In ieder geval kan el camino wel een tijdje wachten, het gaat even duren voordat ik weer een bus in stap, want ik heb een geweldige plek gevonden.
Continue Reading →Al voordat ik aankwam in Tulum een paar dagen geleden, had ik mijn zinnen gezet op een verblijf aan het strand. Mooie verhalen van vrienden lokten mij naar deze, volgens hen, paradijslijke plek. Dus na aankomst met de bus in Tulum, hop in de taxi, naar het strand. De cabañas (houten hutjes met een dak van palmbladeren) van Mar Caribe werden aanbevolen in mijn reisgids. Bij aankomst bleek het complex echter grotendeels in aanbouw en bleek de enige betaalbare cabaña een collectieve cabaña te zijn, zonder deur. Slechts houten balken om je hangmat aan vast te slingeren, geen kluisjes. Omdat het een druilerige dag was maakte deze vrij verlaten plek een weinig positieve indruk, en voelde ik me vooral erg alleen. Streng sprak ik mezelf toe: wil je goedkoop slapen op het strand, dan is dit de manier. Helemaal gerust was ik er niet op, maar er hing al een andere hangmat, dus ach, avontuur.
De nabijgelegen mayaruïnes waren mooi, maar kwamen pas echt tot hun recht toen de avondzon zich af en toe liet zien. De regen liet de jungle naar schimmel en rottend hout geuren, even verderop kon ik uitwaaien bovenop de kliffen en uitkijken over de zee. Op weg terug naar mijn hangmat kreeg ik een lift van een vriendelijk Israëlisch gezin en begon mijn humeur wat op te klaren. In de cabaña trof ik mijn hutgenoot aan, Jason, een aardige jongen uit de VS die volgens mij teveel in de zon had gelegen, teveel muggengif had binnengekregen en teveel Mexicaans bier had gedronken. Enthousiaste verhalen maakten mij wel extra benieuwd naar zijn vorige en mijn volgende bestemming: San Cristobal de las Casas. Het gezelschap werd versterkt door een bleke uitgemergelde Italiaan, Fabrizio, die een pizzeria had in San Cristobal, genaamd ´de tomaat´: Il Pomodoro.
Na een zelfgemaakte guacemole mocht ik dan voor het eerst gaan slapen in een hangmat: geen oog dichtgedaan. Naast het gekwaak van een goedaardige Gekko, het geronk een generator en het geruis de wind en de zee, vond ik de stilte maar verdacht. De hangmat bleek voor langere tijd helemaal niet zo comfortabel. De volgende ochtend kon het strand me gestolen worden, niet nog een nacht op deze desolate plek.
Fabrizio had echter een beter idee. Even verderop bij El Mirador, waar het strand mooier was, de palmbomen talrijker en de cabañas goedkoper (en met slot) zouden we het verblijf voortzetten.
Hij had geen woord teveel gezegd, deze plek was werkelijk paradijslijk: fijn wit zand, cabañas op het strand, een azuurblauwe zee: hier had ik nog wel twee nachtjes in een hangmat voor over. Inmiddels kan ik zowaar slapen in een hangmat, heb ik gezwommen in een Cenote (een meertje tussen de mangroven, waaronder grotten schuilen), heb ik kennisgemaakt met Fabrizio´s goede Mexicaanse keuken, heb ik gedronken uit een kokosnoot en vooral genoten van een prachtige omgeving. De lokale fauna diende zich vrijwillig aan: een leguaan (hij kwam zo langslopen), een krab in gevecht met een poes (en garde! slappe lach) en veelkleurige vlinders. Ook ´s nachts was het bijzonder mooi, ik heb nog nooit zoveel sterren gezien, prachtig omlijst door de contouren van de palmbomen. Ik kon niet altijd hoogte krijgen van de vreemde Mexico-expert en pizzabakker, maar het was best gezellig. Mala vibra, zoals een stel Mexicanen op het strand ´bad vibe´ verSpaansten was het niet, maar het was toch leuker om met dit stel maffe Mexicanen (guey) en twee leuke Amsterdamsen, ook studenten op Roeterseiland, te kletsen.
Echt op mijn gemak voel ik me pas nu weer, met mijn mobiele huis op mijn rug en een buskaartje naar de volgende bestemming in mijn bezit. Mijn route gaat landinwaarts, naar de maya-tempels van Palenque en het backpackersparadijs San Cristobal. De zee zie ik misschien daarna weer, want de Boca del Cielo uit de film Y tu mama tambien schijnt echt te bestaan. Voorlopig echter geen strandavonturen en na een nacht in de bus graag weer een echt bed en een fatsoenlijke douche. Best leuk, avontuur, maar comfort is ook wat waard en de volgende keer graag met mijn droomman in een cabaña.
Gelukt! Eindelijk in een hangmat op Isla Mujeres. Na lang twijfelen werd het een matromonial (lekker groot) nylon exemplaar, vrolijk felgekleurd als de huizen en winkeltjes op dit toeristische maar oh zo leuke eilandje. Ook hier zijn er de net iets minder toeristische plekjes waar het dagelijks leven haar gang gaat. Men is druk bezig de schade van de orkaan (Wilma) te herstellen.
Wat een voorrecht om hier in een hangmat te hangen (wat hangt dat lekker, en relaxed, wow!) en te genieten van de gemoedelijke sfeer. Vanochtend hing ik dus tussen twee palmbomen vlak boven het witte zand en moest ik meteen constateren dat het inderdaad een ideale plek is om observaties te doen (Ja, dat was dus een pelikaan, goh, wat zijn ze groot, en lelijk). Op zondagochtend werd het strand bevolkt door Mexicaanse gezinnetjes, oneindig veel leuker om vanachter mijn zonnebril naar te gluren dan de westerse toeristen (Ja, dat was dus een Amerikaan, goh, wat zijn ze groot, en lelijk). Gluren kan hier goed, want alle deuren staan wijd open dus je kijkt zo in de kleine huiskamertjes waar je soms zelfs kunt eten, omdat ze als familierestaurantjes functioneren. Bediend worden door een gezellige ouwe Mexicaan in een veel te groot t-shirt en idem sportschoenen. Vrouwlief staat in de keuken. Eten kan hier ook goed, onder een golfplaten dak, met tl-licht en een sfeertje! Wat voor vis ze me voorschotelen, ik heb geen idee, maar het is heel erg lekker. Rondhangen is ook leuk hier, het is eigenlijk helemaal perfect hier, maar eenmaal goed en wel in het paradijs ben ik te onrustig om te blijven hangen. Na een paar dagen heb ik het kleine eilandje wel gezien en heb ik geen geduld meer om op het strand te liggen. Ik pak morgen mijn hangmat in en ga de horizon tegemoet: gereisd zal er worden! Dat komt er voorlopig op neer dat ik mijn hangmat iets verderop weer vastknoop. Seriously easy going dus, want na slechts een paar minuten in mijn hangmat betrapte ik mezelf ook echt op uitstelgedrag: mañana!
Dit wijze chinese gezegde (alleen Europeanen en gekken reizen) zong tussen mijn oren de afgelopen dagen. Dat is ook niet zo gek als je op reis gaat met een verstopt hoofd en lichte koorts. Slapen in het vliegtuig was het devies en verder hopen dat het enthousiasme snel zou terugkeren. En inderdaad, toen ik eindelijk de eerste stappen op Mexicaanse bodem deed, begon de reislust al een beetje te sluimeren. In tegenstelling tot de oerchagerijnige Noord-Amerikanen heette de Mexicaanse douanebeamte mij vriendelijk welkom: bienvenida a Mexico! Twee nachten in het klefwarme klimaat hebben me goed gedaan, denk ik (met die warmte voel je de koorts gewoon niet meer). Spaanse radio en teevee was ook een traktatie. Het is lang niet zo dramatisch gesteld met mijn Spaans als ik dacht. Nu is het zaak zo snel mogelijk uit Cancun weg te geraken, want dit oord is niet bestemd voor toeristen als ik (ook al heb ik na enige volharding wel de plek gevonden waar de locals hun fruit kopen, want ik moest van die kleine banaantjes hebben natuurlijk). De ellenlange boulevard/pier met enorme hotels en McDonalds vestigingen sprak bij de taxirit naar mijn hotel al boekdelen. Gelukkig ben ik niet daar maar in downtown Cancun terechtgekomen, wat overigens ook geen aanrader is. Weg dus! Ik neem straks de boot naar Isla Mujeres. Tijd voor die hangmat en het witte strand en de azuurblauwe zee…
Continue Reading →Vorige week vertrokken Meike en Mick voor een half jaar naar India en kon ik op Schiphol alvast oefenen met afscheid nemen. Volgens Meike zorg ik er altijd voor dat ze moet huilen onder soortgelijke emotionele omstandigheden, dus ik deed erg mijn best de lichtmoedigheid erin te houden. Bij het uitzwaaien klonk er dan ook een uitbundig ‘niet huilen!’. Esther en ik hielden deze mantra heel even vol terwijl we wegliepen, maar algauw werd duidelijk: toch huilen.
De afgelopen weken waren in één woord intens. Met volle teugen genoot ik van vrienden en familie om me heen, van de stad, van thuis. Stukje bij beetje zeg ik iedereen uitgelaten gedag. Tot nu toe heb ik het daarbij gemakkelijk droog gehouden, maar de niet-huilen-mantra verliest aan kracht. Vandaag hield ik het niet meer toen ik tegelijkertijd diep droevig én euforisch gelukkig afscheid nam. ‘Niet huilen’, zei de jongeman die mij zo euforisch gelukkig maakt, maar hij voegde eraan toe: ‘natuurlijk mág je wel huilen’. En daar lachte ik alweer door mijn tranen heen (het onderscheid tussen lachen en huilen is soms echt verwaarloosbaar). Niet huilen is geen verbod, er mag gehuild worden, én getroost: ‘niet huilen’.
Met de reis nog in het vooruitzicht, heb ik op emotioneel gebied al een hele reis gemaakt. Heerlijk om te beseffen hoeveel ik voel voor de mensen om me heen, hoeveel ik houd van Amsterdam, hoe thuis ik me hier voel. Dat alleen al maakt mijn reis de moeite waard. Emoties zijn geweldig, ik laat me heerlijk meesleuren woensdagochtend. Papa heeft al voorspeld dat hij gaat ‘blubberen’, ik hoop het maar, dan doe ik lekker mee.
De Psycholoog, januari 2007, p. 40-41.
Het idee van het narratieve zelf is niet nieuw. In tal van disciplines waar structuralisme en postmodernisme zich gevestigd hebben, wordt ons ‘ik’ gezien als een verhaal, waarvan de plot gedurende ons leven steeds ingewikkelder wordt. Dat het voor iemand belangrijk kan zijn om zijn verhaal te kunnen vertellen en dat dat therapeutisch kan werken, is evenmin wereldschokkend nieuws. Wel nieuw is dat verhalen een plek krijgen in de geestelijke gezondheidszorg.
Continue Reading →Voorbereidingen treffen voor een wereldreis is geen sinecure. Grappig hoe het vooruitzicht van zes maanden onthaasting zoveel stress teweegbrengt. Hoezo voorpret? Gepieker over of ik niet meer malariapillen mee moet nemen, of ik wel of niet mijn spiegel-reflexcamera meeneem, of ik een rugzakje of een schoudertas moet kopen. En dan al die goed bedoelde, lieve bezorgde woorden. Dat ik continue moet beloven dat ik voorzichtig zal zijn is toch niet echt mijn idee van voorpret, want ik wordt er allengs ongeruster op. Maar zoals excessief optimisme gerelativeerd moet worden, zo moet ook het pessimisme wat worden genuanceerd. Het blijkt namelijk dat bezorgdheid in mijn omgeving positief samenhangt met leeftijd en negatief samenhangt met reiservaring. Een empirisch ondersteunde geruststelling. Langzaam maar zeker begint de voorpret zich te roeren: huppelend door de zwerfsportwinkel op mijn nieuwe sport-sandalen (ze doen me denken aan krokodillen, geen flauw idee waarom, want deze groene 
hadden ze helaas niet meer in mijn maat, de mijne zijn blauw), bijna juichend van enthousiasme terwijl ik prachtige reisanekdotes hoor van berezen vrienden en vriendinnen en (natuurlijk) dromend van mijn hangmat tussen de palmbomen. Voor de bezorgden daarom nog eenmaal de geruststelling: ja, ik zal goed op mezelf passen, het geïmpregneerde muggennet is aangeschaft, de reisapotheek vrijwel compleet, mijn geld is veilig in mijn comfortabele moneybelt (zijde = aaibaar), ik zal iedere dag de schorpioenen uit mijn schoenen kloppen voordat ik ze aantrek (de schoenen, niet de schorpioenen). Zoals de Caraïbische credo’s niet voor niets luisteren: don’t worry, be happy en seriously easy going. Ik ga ze voor mezelf herhalen in de spiegel ;)