Portfolio & Blog
La Cadena, mei 2008
Geschoold in Buenos Aires is het tijd voor een analyse van de Amsterdamse dansvloer. De eerste indicatiestelling: er is genoeg ruimte om te dansen en er hangt een gemoedelijke sfeer. Gezellig hoor, bekende gezichten, bakje zoutjes erbij, beetje ouwehoeren tijdens het dansen, alsof ik nooit weg ben geweest. Nou ja, ik sta dit keer op mijn NeoTango-schoenen, in comfortabele moderne danskleren en met een glas water in mijn hand honderd uit te vertellen over Buenos Aires. Over de competitieve sfeer op de dansvloer, over de leraren die alleen met je dansen als je ervoor betaalt, over de littekens op mijn wreef. Tot zover wordt er instemmend geknikt.
Dan weid ik uit over Villa Malcolm, de spectaculaire bewegingen die er gemaakt worden, de geweldige jonge dansers, de fenomenale lessen vrouwentechniek.
Op het moment dat mijn been van enthousiasme de lucht in schiet, ik per ongeluk een been raak en me lachend verontschuldig voor mijn trekpoplijf, word ik me plots bewust van de context. Mijn slachtoffer kijkt me boos aan, de blik van mijn gesprekspartner zegt mij dat hij halverwege het gesprek al was afgehaakt en ik donder van mijn roze wolk in het zwarte gat genaamd ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’. Een enkeling begrijpt mijn bevlogen tangofilosofie, maar verder is de boodschap dat die jongens op sportschoenen waarmee ik graag dans asocialen zijn en dat tangohoppen, zoals ik het speels noem, geen dansen is.
Wijselijk houd ik mijn ongezouten mening voor me, sluit mijn ogen en ga braaf door met ocho’s draaien. Lekker dansen, maar ik irriteer me aan de paternalistische schouderklopjes “kijk, het meiske weet nog wel wat dansen is”. De heren milonguero’s realiseren zich niet dat mijn techniek die ze zo prijzen, het gevolg is van tango nuevo les.
De Amsterdamse dansvloer bekoort steeds minder. De frustratie groeit. Heimwee. Tweede indicatiestelling: er is ruimte omdat er geen dansers zijn zoals in Buenos Aires, er is gemoedelijkheid omdat er geen passie is zoals in Buenos Aires. Er spelen geen tango-orkesten op straat, er klinkt geen Gardel of Gotan Project uit de winkels, er zijn geen empanadas op de milonga, want het is geen ‘salon’. Donder op met je cumparsita, chacarera moet er gedanst worden! Mijn lerares merkte al een keer op dat je een beetje gek moet zijn om tango te dansen, dus vergeet het maar in het land waar normaal doen de regel is. Wie begrijpt hier het voortdurend dromen over tangodansen, het in tangopas door de straten, het voleos oefenen in de disco en colgadas in de remmende bus, onderwijl tangos neuriënd en zingend? Er is geen tango zoals in Buenos Aires! Wat doe ik hier?
De diagnose ligt gegeven de symptomen voor de hand: een obsessie gepaard gaande met een melancholische hang naar het verleden en een kanjer van een identiteitscrisis. Bezeten van de tango, dat vraagt om een intensieve therapeutische behandeling. Vijf maal per week de voetjes van de vloer, waarbij een sofa wellicht uitkomst kan bieden.
Nu kan ik het als een echte psycholoog bij een analyse van mezelf laten, maar it takes two to tango, dus ik mag mijn Amsterdamse tangohorizon best diagnosticeren. Deze mag op z’n lunfardo ponerse las pilas. Het is heerlijk dansen op eigen bodem en er zijn veel fijne en vriendelijke dansers, maar het mag progressiever. Vooroordelen aan de kant, kop uit het zand, van verdringing is nooit iemand beter geworden. Voor innovatie-inspiratie ga ik me buiten de grenzen van onze hoofdstad begeven, van Rotterdam tot aan Berlijn. Voor de intensieve therapeutische behandeling zit er echter niets anders op om spoedig terug te gaan naar de hoofdstad van de psychoanalyse en van de tango. Buenos Aires, op doktersvoorschrift.
Continue Reading →La Cadena, juni 2008
Ooit was ik een voorbeeldig student, totdat tango roet in het eten gooide. Nu ben ik nog steeds extreem leergierig, maar richt mijn discipline zich meer op dans dan op boeken. Jammer voor de studie maar mooi voor de tango zou je denken, ware het niet dat het wat frustrerend is een ambitieuze volger te zijn. Het didactisch systeem van de tango is namelijk veel meer toegerust op de leidersrol.
Neem nou de standaard tangoles. Daar is eigenlijk bar weinig te leren als volger. Sterker nog, het is beter de passen die je leert meteen weer te vergeten, want voor je het weet ben je de leider aan het voorspellen.
Het eindeloos oefenen van sequenties, omdat dat voor de leider moeilijker is, is geen reden voor verzuim. Zelfs op die manier valt er nog wat te leren, zei het waarschijnlijk meer over leiden dan over volgen. Ik spijbel tijdens de tangoles, omdat er een risico is dat ik foute dingen aanleer en me te veel aanpas aan één bepaalde danser. Lessen nemen zonder vaste partner is vrijwel onmogelijk, maar ik betwijfel of je een goede volger wordt van veel met dezelfde partner dansen. Habituatie is alleen wenselijk als het gaat om een geweldige danser, wat vaak neerkomt op een leraar en dus op privé-les. Onbetaalbaar voor een armetierig studentje.
Dansen op een salon is dé manier om goed te leren volgen. Je doet veel gevarieerde ervaring op met allerlei dansers. Helaas is de salon niet de plek om bewegingen uit te proberen, te oefenen of om feedback te geven. Ook op de oefenavond lijkt men huiverig voor het leren van fouten. Vooral vriendelijk blijven lachen terwijl iemand je uit evenwicht brengt of spierpijn bezorgt of je mooie schoenen bevuilt of je simpelweg verveelt. Sommige heren nemen graag de rol van mentor op zich, maar zij zitten zelf meestal niet op conditionering te wachten. Met het ontspannen dansen is het nadat ik ze ergens voorzichtig op wijs snel afgelopen en dan staat hij, net als in de les, helemaal te verkrampen.
Iets heel graag willen leren komt het plezier in de tango niet altijd ten goede. De woorden van een tangoleraar toen ik geconcentreerd en verbeten stond te oefenen vergeet ik nooit meer: “¡y ahora disfrutar!” (en nu genieten!). Deze mantra is al een grote stap in de goede richting.
Verder biedt voor ambitieuze tangostudentes de vrouwentechniekles soelaas, hoewel deze discipline wel wat meer aandacht zou mogen krijgen. Yoga en pilates zijn een aardig alternatief. Ontspannen, evenwichtig en flexibel in je lijf zitten is eigenlijk het enige waar een volger zich echt in kan ontplooien. Regelmatig lig ik dus op mijn yoga-matje helemaal uit mijn dak te gaan: aanspannen, ontspannen, rekken en strekken. Leren loslaten klinkt tegenstrijdig, maar het werkt. Vervolgens lekker dissociërend en pivoterend door de huiskamer. Eindelijk dat felbegeerde wedstrijdje met mezelf.
Eigenlijk is het niet eerlijk dat je hetzelfde betaalt voor een reguliere les, maar er veel minder van opsteekt. Het zou best hoffelijk zijn als de heren voortaan de onkosten voor hun rekening nemen, maar niet zo geëmancipeerd. Ik zou een volgers-korting willen bepleiten. Dat is heus geen positieve discriminatie, want een dame die functioneert als didactisch middel, fitnessapparaat, speelbal of assistent van de leraar, komt in de aanmerking voor een kleine vergoeding. Dat geld kan dan mooi worden gestoken in techniek- of privé-lessen om echt werk te maken van de vrouwelijke kwaliteiten. Als de leraren daar financieel de dupe van worden dan is er nog een prachtig alternatief. Ik mee naar de tangoles? Dan jij mee naar techniek. Daar worden we allemaal voorbeeldige tangodansers van. En dan genieten!
Continue Reading →La Cadena, september 2008
aap. Dat deed ik al graag uit wetenschappelijke overwegingen en nu is mijn band
met Darwin hechter dan ooit, omdat hij zulk goed gezelschap was bij mijn reis
over het Zuid-Amerikaanse continent. Uit onderzoek blijkt dat wanneer onze
genetische broeders iemand een banaan zien pakken én wanneer zij zelf de banaan
pakken, hetzelfde hersengebied actief is. De ontdekking van de zogenaamde
spiegelneuronen, het gebied waar visuele informatie en motorische activiteit
samenkomen, deed menig wetenschapper jubelen. Immers, de verklaring voor het
feit dat we leren van observeren is nu voorhanden.
Misschien is men toch wat te optimistisch, het is de vraag of het
lokaliseren van een hersenfunctie ook daadwerkelijk iets verklaart. Hoe dan
ook, we hebben er weer een mooie biologische beeldspraak bij en de
spiegelneuronen worden er in tal van wetenschappelijke artikelen met de haren
bijgesleept.
Ook in het kader van experimentele tango is het een interessant gegeven:
wat de banaan voor de aap is, is tango voor mij. Mijn spiegelneuronen draaien
overuren als ik naar een tango-optreden kijk. Terug op de dansvloer doen mijn
voeten spontaan kunstjes die ze nog niet eerder vertoonden.
Als iemand een fMRI-scan had gemaakt van mijn motorisch-sensorische
cortex tijdens het tangofestival in Berlijn, was hij wellicht verblind geraakt
door alle fluorescerende kleuren. Op de dansvloer stond het ene na het andere
paar uit Buenos Aires de sterren van de hemel te dansen. Van al dat spektakel
zou ik bijna het darwinisme opzij zetten en in God gaan geloven. Stimulatie van
mijn tangocortex leidt namelijk rechtstreeks tot de productie van
gelukschemicaliën. Van kijken naar de grote meesters word ik helemaal gelukkig
en als ik vervolgens een en ander moeiteloos imiteer, barst ik uit mijn voegen
van euforie. Berlijn was voor mij als een boom vol rijpe bananen.
Terug in Nederland was het dieet wel heel karig. De aap moet zich
behelpen met zo nu en dan een trosje. De vloer wordt slechts vrijgemaakt voor
Argentijns bezoek, bij een festival of een optreden. Mijn spiegelcortex zou
zich bijna ergens anders in hebben gespecialiseerd, maar terug op de
bananenplantage kunnen de neuronen zich weer naar hartelust spiegelen.
In Buenos Aires draaien ze hun hand niet om voor een tangodemonstratie.
Aan het eind van de les trekken de leraren graag nog even tijd uit voor een
showtje. Wordt er gretig geklapt dan dansen ze er nog eentje. Als op de práctica
de muziek stopt, zoekt iedereen een eersterangsplekje op de vloer en wacht
ongeduldig totdat de organisatie klaar is met de mededelingen. Dan betreedt een
paar de vloer en kan de bananenuitverkoop beginnen. Alle registers worden
opengetrokken, zeven avonden per week, meerdere malen op één avond. Bananen in
overvloed.
Laat de ontdekking van de spiegelneuronen een les
zijn voor tangodansend Nederland: niet zo zuinig zijn met show. We mogen dan
niet zo’n trots volk zijn, misschien hebben we het niet zo op opschepperij,
maar er is niets mis met laten zien wat je in huis hebt en daar anderen mee
inspireren. Hoewel we geen Argentijnen zijn, mag de vloer best worden
vrijgemaakt voor talent. Ook geëvolueerde apen hebben bananen nodig.
La Cadena, oktober 2008
De mens is een sociaal wezen en communiceert wat af. Het
grootste deel van die communicatie is non-verbaal: gebaren, oogcontact, de toon
van onze stem. Hoewel men zich door middel van lichaamstaal overal redelijk
verstaanbaar kan maken, kent lichaamstaal net als spreektaal culturele
verschillen. Dat levert leuke (en minder leuke) misverstanden op als je mensen
van verschillende nationaliteiten bij elkaar zet. Als een Argentijn gebaart dat
hij geen idee heeft, dan interpreteert de Italiaan dat wellicht als een grove
belediging. De Nederlander doet onwillekeurig een stapje terug als de
Zuid-Amerikaan hem dicht nadert voor een praatje.
Interculturele miscommunicatie en incongruente lichaamstaal
laat zich uitstekend bestuderen op de door de toeristen bevolkte dansvloeren
van Buenos Aires. Wie geen zin heeft in de cultuurclash, het zich letterlijk
bezeren aan de verschillende nationaliteiten, kan veilig aan de kant de
Babylonische toestand gadeslaan. Deze clash manifesteert zich vooral in
oncomfortabele omhelzingen van lichamen die niet helemaal dezelfde taal
spreken. Mijn favoriete contrast is het latinolichaam dat zegt “omhels mij” en
het gringolichaam dat graag een zekere zelfstandigheid bewaart. Het
cultuurverschil in de tango zit niet in de open versus de gesloten danshouding,
maar in de communicatie tussen de lichamen. De open omhelzing doet bij de
meeste Argentijnen niets af aan de kwaliteit van het contact. Bij de minder
warmbloedige dansers komt het helaas regelmatig neer op een excuus om elkaar
niet te intiem te hoeven benaderen of op een veredelde oefenhouding. De
confrontatie met tango in Buenos Aires is niet voor iedere bedevaartganger even
bevredigend, maar mettertijd is het gedaan met de houten klaas, met het
geworstel met armen op de dansvloer en het gespannen dansen.
Toen men het op het wereldkampioenschap tango salon
had over “el lenguaje universal del tango”, de universele taal der tango, trok
ik even een wenkbrauw op. Hoe universeel is tango als 95% van de deelnemers aan
het wereldkampioenschap uit Zuid-Amerika en Zuid-Europa komt? Kennelijk doen
wij noorderlingen, ook degenen die geen problemen hebben met intiem contact
tijdens het dansen, toch wat verkeerd. Je kunt je echter ook afvragen in
hoeverre het wereldkampioenschap aanspraak maakt op “universaliteit” als het
geen ruimte biedt voor alle verschillende dialecten die de tango rijk is.
Eerlijk gezegd verveelde ik me een beetje tijdens het mundial de tango.
De authenticiteit was ver te zoeken. Misschien had ik naar het mundial tango
escenario moeten gaan, maar dat is mij te gechoreografeerd.
Doe mij maar de practica’s, waar eigenzinnige dansers uit
binnen en buitenland elkaar ontmoeten en hun lichamen laten spreken. Vooral nu
met het vertrek van de dagjesmensen de harmonie op de dansvloer zich weer een
beetje herstelt. Het is mooi dat de tango in al haar verschijningsvormen zich
als een lopend vuurtje over de wereld verspreidt, zodat iedereen in meer of
mindere mate de gelegenheid heeft op elementaire wijze contact te leggen. Maar
voor het beste contact moet je toch echt in Buenos Aires zijn. Men deelt mate,
pizza en bier en individualisme is een vies woord. Al tangodansend vallen hier
alle cultuurverschillen, alle groepsverschillen, het verschil tussen de ander
en het zelf weg. Er is geen taal meer nodig, gewoon zijn is voldoende. Geen
communicatie tussen twee lichamen, maar samen één.
La Cadena, november 2008
Twee heren die met elkaar dansen, is in de tango weinig
opzienbarend. Het gebeurt al sinds de tango bestaat. Het heeft weinig met
emancipatie of progressiviteit te maken. Sterker nog, je zou het traditioneel
of conventioneel kunnen noemen. Bij gebrek aan vrouwelijk gezelschap oefenden
de heren immigranten in de conventillos van Buenos Aires met elkaar. En tijdens
de tangoles gebeurt het nog steeds. Regelmatig moet ik mijn partner afstaan aan
de leraar. La Marshall is een gay milonga, maar voelt net zo ouderwets als
Canning.
Toch is het een spektakel als twee heren de vloer betreden
om een demonstratiete geven. De scéne in de tangofilm van Carlos Saura staat me
jaren later nog levendig bij. Als betoverd sloeg ik Julio Bocca en zijn partner
gade. Ook nu ik zelf dans, zit ik met open mond te kijken naar de mannelijke
paren die de vloer onveilig maken met hun krachtmetingen. Laatst zelfs een man
op hakken, wat een danser! Moeiteloos wordt van rol gewisseld en worden
vrouwen- en mannentechniek gemixt. Het applaus voor de supermannen kent zijn
weerga niet.
Er gaat bij mij op zo’n moment altijd wat kriebelen. Een
esthetisch eureka, bewondering, inspiratie en jaloezie. Niet alleen zal ik
nooit zo kunnen dansen, als man met een man, want ik ben nou eenmaal een vrouw.
Maar ook is het vrouwvolk in één klap twee goede partners armer. Inmiddels zijn
er meer danseressen dan dansers, en dansers die zowel goed kunnen volgen als
leiden, zijn schaars. De mannen hebben meer keus. Het is ongelijk verdeeld.
Progressiever is het als vrouwen met vrouwen dansen. Dat
gebeurt gelukkig ook, maar op bescheidener schaal. Waarschijnlijk omdat het wél
een breuk is met de traditie en omdat het moeilijker is de leidersrol te leren
dan de volgersrol. Vrouwen leiden tijdens lessen en hier en daar op práctica,
maar zelden in demonstraties en shows. Het eerste damespaar dat een aantal
maanden geleden optrad in mijn favoriete tangolaboratorium kende een klassieke
rolverdeling. De ene dame had de broek aan, de ander stond op hakken. Ze
dansten geweldig, maar illustreerden een typisch feministisch misverstand.
Vrouwenrechten verwerf je niet door je als man voor te doen, dat is slechts een
erkenning van de mannelijke norm. Je verwerft ze door als vrouw waardering en
keuzevrijheid te eisen. Stel je voor: vier hooggehakte voeten in een
wervelstorm van versieringen, de armen vloeiend van omhelzing naar omhelzing en
hier en daar een sterk staaltje herentechniek. Spectaculair.
Met de opkomst van de vrouwentechniek en de leraressen die
steeds meer te vertellen hebben, zal deze supervrouwentango niet lang meer op
zich laten wachten. Maar zelfs dan zullen de rollen niet gelijk verdeeld zijn.
Waar veel vrouwen zich aan de leidersrol wagen, zijn de heren nog steeds
opvallend afwezig bij de lessen vrouwentechniek. Hoewel ze het wapperen met hun
benen hebben ontdekt, zijn heren amper te leiden. Ze laten zich misschien
verleiden tot een omgekeerde omhelzing, maar tonen zich niet bijzonder
ontvankelijk voor subtiele vrouwelijke sturing.
Ik vertik het om de tuinbroek aan te trekken, me te
vertillen aan een stug mannenlijf. Ik begin er niet aan. Geduldig wacht ik op
het moment dat de heren samen met de dames hun ganchos en voleos komen oefenen.
Tot die tijd oefen ik speels mijn macht uit als volger. Traditioneel de
traditie op de hak nemen. Emanciperen op hakken, dat is pas progressief.