Portfolio & Blog
Al een tijd dwaalde ik wat verloren rond op de milonga, met mijn dansziel onder de arm. Of het nu in Amsterdam was, in Buenos Aires of ergens onderweg, er klopte iets niet meer met de tango. Ik kon mijn ei niet kwijt, en vroeg me zelfs af of ik dat ooit werkelijk had gekund. De drang om te gaan dansen werd langzaam minder, de salon liet me ijskoud. Lesgeven gaf de tango nog vorm en zin, maar het Amsterdamse lesseizoen eindigde en in Buenos Aires zou ik mij gaan toeleggen op andere onderwijsvormen. Kort na aankomst in Argentinië hield ik op met dansen…
La Cadena, december 2011
Continue Reading →
Wat is dat toch met die tango? Dat we er zo volkomen aan verslingerd raken of dat we er zo totaal genoeg van hebben? Dat we er zo geïnspireerd door raken en dan weer gefrustreerd? Dat we het bloedserieus nemen en er maling aan hebben?
We kijken elkaar lang aan en verzuchten: kon het maar zonder die extremen. Telkens een beetje beteugelde passie. Vandaag denk ik aan het witte paard en het zwarte paard van Plato en Socrates. Dan ben ik de wagenmenner, die een edel, rationeel dier enerzijds en een woest, emotioneel beest anderzijds tegelijk in toom moet houden. Of eigenlijk ben ik die twee paarden. Met andere woorden, vandaag houd ik de tango in dichotoom, en slingert hij als ikzelf heen en weer tussen galopperende gedachten.
We kijken elkaar aan en maken de balans op: de tango is evenwichtskunstenaar!
Er moet steeds vaker gedanst worden, en er moeten steeds meer mensen dansen. Waarom eigenlijk? Een vraag die al niet meer gesteld wordt. De tango-evenementen schieten als paddenstoelen uit de grond. De marathons zijn als tangofabrieken. Tango is industrie geworden. ‘Nieuwe’ producten worden – telkens opnieuw – uitgevonden, van tangokleding tot lichaamsbewuste lesmethoden. En met nieuwe wielen moet gereden worden, dus er moet een afzetmarkt worden uitgevonden. Als iedereen zichzelf uitroept tot organisator of leraar, dan moet er buiten de tango naar inkomsten gezocht worden. Want het tangowereldje is maar klein. Bovendien moet je daarbinnen iedereen te vriend houden om te kunnen blijven dansen. Het geld moet ergens vandaan komen.
Laten we het eens omdraaien: misschien is er niet te weinig vraag, maar is er te veel aanbod. Steeds meer gedanst moet er worden om de levensstijl van een – steeds grotere – zelfverklaarde tango-elite te bekostigen. Er wordt door sommigen hard gewerkt, maar velen wanen zich met de tango slapend rijk. Almaar ijler wordt de gebakken lucht, totdat deze op een gegeven moment wel moet imploderen.
Inderdaad, tango-inflatie. Als iedereen kennelijk genoeg traditie, innovatie en pedagogische talenten in huis heeft om tangoles te geven. Wanneer er overal tegelijkertijd een onmisbaar evenement georganiseerd wordt. Als iedereen opeens hippe tangoschoenen kan ontwerpen. Als we overspoeld worden door workshops van de ene na de andere fenomenale danser. Wanneer de wereld van marketing en vriendjespolitiek aan elkaar hangt, en geen kwaliteit kan bieden maar slechts massaliteit. Dan is het crisis.
Eigenlijk is kapitalisme al crisis voordat het ontaardt in een krach. Men denkt met wetten en regelmatigheden te maken te hebben. Een groot misverstand. Economische voorspelling is geen conjunctuur, maar een karikatuur. Zij die zeggen dat het een wetenschap is, doen alsof zij hun eigen ontdekkingen niet eerder als grondslagen geïntroduceerd hebben. De enige zekerheid is kaalslag; als iedereen denkt aanspraak te kunnen maken op een aanzienlijk deel van de koek, zal er nooit genoeg zijn. Pas als iedereen bereid is wat in te leveren, tijd of geld of moeite, kan er iets van stabiliteit en duurzaamheid tot stand komen.
Met crisis kan de verwende mens niet zo goed overweg; een gebrek aan ervaring, geduld en saamhorigheid. Zij die weten van regerende onzekerheden, geloven niet blind in de retoriek van individuele vrijheid en vooruitgang. Zij kunnen improviseren, terwijl het kapitalisme ten onder gaat aan massaliteit, gretigheid en decadentie. Ze weten: het gaat niet vooruit, maar draait slechts in rondjes. Innovatie is dat dezelfde problemen in een andere hoedanigheid de kop opsteken.
Terug naar de omhelzing. Bij oprecht menselijk contact gaat het niet om geld. Prik door de commerciële zeepbel heen en zie dat niets nodig hebben pas echt kapitaal is. Rijk ben je als je de ander belangeloos, of in ieder geval met kwaliteit tegemoet treedt. En je zult zien dat het dansen dan vanzelf gaat. Er is geen drang meer. Als je niet vooruit moet, is er nog slechts gang.
La Cadena, Zomer 2011
Continue Reading →“Bestaat er niet een website om een tangopartner te vinden?” vraagt een nieuwe leerlinge. Ik weet dat het bestaat, maar vond het nooit nodig deze te bekijken. Ten eerste omdat ik -gezegend zij de naïviteit- er in geloofde dat als ik goed genoeg zou dansen, de geschikte partner vanzelf wel voorbij zou komen. Ten tweede houd ik tango en liefde rigoureus gescheiden. Zo’n website doet me te veel denken aan de queeste naar een levenspartner. Het is als een nederlaag: een bevestiging van het feit dat het partnerschap niet zo wil lukken.
Tango lijkt een soort relatieplanet.nl. Het maakt ontmoeting en toenadering gemakkelijk en de sensualiteit kan zo ontaarden in … Bovendien lijkt het contact dat je met iemand kan vinden in de tango maar een paar passen verwijderd van zielsverwantschap. Maar pas op, schijn bedriegt. Tango maakt het vinden van een partner er juist niet gemakkelijker op. Als dansen een voorwaarde is voor liefde, dan wordt het leven pas echt gevaarlijk. De dans laat met vluchtige ontmoetingen een spoor van vernieling achter. Als avonturen van een roofridder, niet te verwarren met hoofse liefde.
Goed, even zonder te chargeren: een tangopartner vinden is nog veel moeilijker dan een levenspartner vinden. Maar van de schaarste trek ik me zo min mogelijk aan. Zoeken doe ik niet. Ben je mal, hij vindt mij maar. Ondertussen lekker blijven dansen en groeien. Me niet laten kennen door de heren lijkt onderhand wel een soort levensmotto. Als ik behendig aan ze voorbij zwier en weer een schone jonkvrouw succesvol het hof maak op de dansvloer, dan voelt dat toch wel glorieus. Touché! Los van deze eerkwestie liegen de cijfers er echter niet om. De schaarste is als een haarscheurtje in het sculptuur van de vrijgevochten vrouw. Want hoe hoger opgeleid en zelfstandiger de dame, hoe minder geschikt de heren die overblijven. Onvermijdelijk: er zijn steeds minder mannen om tegen op te kijken. Vrijwel alles kan ik zelf, de heren zijn niet meer zo nodig. Willen ze in de aanmerking komen, dan moeten ze toegevoegde waarde hebben.
Zie hier mijn eisenpakket: mijn tangopartner is een allround danser met didactisch talent en experimenteerdrift, hij is muzikaal en creatief, lichamelijk in topvorm, thuis in Argentijnse taal en cultuur. Zijn tango voelt niet alleen goed, maar is ook bijzonder presenteerbaar. Vermogen tot zelfspot is noodzakelijk. Inderdaad, uitgedaagd blijven worden is gemakkelijker met telkens een nieuwe uitdaging: misschien wil ik helemaal geen vaste tango partner.
Waarom de potentiële levenspartner het gemakkelijker heeft? Hoewel heldhaftigheid en hoffelijkheid vereist zijn, hoeft hij niet te kunnen dansen. Dit verkleint het eisenpakket en vergroot de kansen dus aanzienlijk. Wellicht omdat je beter realistisch in het leven kan staan, vooral naarmate de schaarste toeneemt. Dus toch eens meekijken over de schouder van mijn beginneling? In het zoekveld vul ik in “avontuurlijk”, maar dan wis ik alles weer. Ik ben ook avontuurlijk en laat me liever in het werkelijke veld verrassen. En tegen een scherpschutter met pijl en boog maak ik natuurlijk geen schijn van kans.
La Cadena, juni 2011
Continue Reading →Kinderen zijn tot rare dingen in staat als ze in groepen worden ingedeeld. Ook al hebben ze nog zoveel met elkaar gemeen, het feit dat ze tot de ene of tot de andere volkomen willekeurige groep behoren is allesbepalend. In de sociale psychologie weet men dat sinds het experiment van Sherif uit 1961. Tussen de Rattlers en de Eagles was het oorlog, maar als ze niet zouden zijn ingedeeld in aparte groepen, hadden al deze jongetjes het prima met elkaar kunnen vinden. Pas toen er een overstijgend gemeenschappelijk doel ontstond, konden de leden van beide groepen weer door één deur.
Wat er gebeurde op dit zomerkamp voor twaalfjarigen, gebeurt ook in de tango. Het is eigenlijk een aaneenschakeling van prachtig sociaalpsychologische praktijksituaties. Tangodansende volwassenen zijn pubers. Men houdt van categorietjes (Welke stijl dans je? Waar kom je vandaan?) en identificeert zich graag met het een of het ander. Men wil ergens bijhoren, want anders zijn de existentiële angsten (help ik ben alleen!) niet te harden. Zodra er groepjes zijn, is er de ingroup en de outgroup, wij en zij, rangen en standen, en dan heb je de poppen aan het dansen. Inderdaad op grote schaal zijn dat godsdienstoorlogen. Op kleine schaal, maar net zo erg, zijn dat de uitsluitingmechanismen, het gekonkel en het ‘gekliek’ op en rond de dansvloer.
Filosofen houden niet van schijntegenstellingen. Het is heerlijk mensen te laten zien dat ze zelf problemen de wereld in helpen door te categoriseren. Het mooiste is dat deze categorieën vaak, net als in het onderzoek van Sherif, nergens op gebaseerd zijn. Men mag er best voor kiezen ze in stand te houden, maar is vervolgens zelf verantwoordelijk voor de problemen die dat oplevert. We mogen ons gelukkig prijzen als men zich dan tenminste nog bewust is van het eigen kinderachtige gedrag.
Psychologisch zelfinzicht is echter nog geen oplossing. Je kan een verklaring geven voor oorlog, beweren dat het de menselijke natuur is, maar dan heb je nog geen vrede. Deze wordt zowel door bovenstaand onderzoek als de filosofie ingegeven. Vrede is de grote gemene deler die zorgt dat groepen samenwerken. Of het is het laten verdwijnen van problemen en tegenstellingen die er niet zijn of er niet toe doen.
Welnu, tango is in wezen een gezamenlijk doel. Het draait om met elkaar communiceren, het samen leuk hebben en van elkaar leren. Iedere poging de tango in willekeurige hokjes in te delen, is een stap bij de tango vandaan. Maar het gebeurt, en de sfeer wordt verpest. Dat stoot mensen af, vooral degenen die iets positiefs en constructiefs te bieden hebben. De tango geeft (groepen) mensen reden tot zelfoverschatting en het geringschatten van de ander, maar komt pas echt tot bloei in vredestijd. Als we nu eens allemaal onderkennen dat tango is wat ons verbindt, dan gaat dat de sfeer op de dansvloer beslist ten goede komen. Betere samenwerking zal de tango van een stijf en kil imago verlossen. Meer mensen zullen met plezier gaan dansen en blijven dansen. Hoe meer omhelzingen, hoe minder strijd. En uiteindelijk hoeft men dan, voorbij het eigene en ook voorbij de groep, helemaal niet zo bang te zijn voor eenzame existentie.
Mei 2011, La Cadena
Continue Reading →La Cadena, maart 2011
Parijs anno 1780. Een voornaam gezelschap heeft zich verzameld voor een séance rondom een houten tobbe met ijzeren handvaten. Het is een uitvinding van Franz Anton Mesmer, de Oostenrijkse wonderdokter en pleitbezorger van het ‘dierlijk magnetisme’. Het vreemde meubel dient als geleider voor zijn bijzondere vermogens en maakt het mogelijk meerdere rijke Parijzenaars tegelijkertijd in trance brengen. Ondersteund door esoterische klanken van de glazen harmonica, is het een hypnotische groepsbehandeling avant-la-lettre.
Dat Mesmer zijn medische afstudeeronderzoek goeddeels had geplagieerd en dat hij in Wenen al bekend stond als charlatan, daar vroeg niemand naar. De decadente Fransen lieten zich maar al te graag in een staat van crisis brengen, om na wat spasmen en draaiende ogen te constateren dat men zich toch beter voelde. Weg waren de kleine neuroses en hysterische paniekaanvallen die hen plaagden op hun drukbezette dagen in de paleistuinen en op de salons. Ondertussen broeide het van onvrede bij het volk buiten op straat. Het was de vooravond van de Franse Revolutie.
Inmiddels heeft het volk het zo goed dat ook voor hen klein leed op de loer ligt. In de zoektocht naar het eeuwigdurend geluk kan men begeleiding niet ontberen. En dus rukt het leger aan therapeuten, trainers, coaches en goeroes aan. Zelfs al denk je geen hulp nodig te hebben, bij De Slegte ligt vast een prachtig zelfhulpboek speciaal toegespitst op jou. Want er is altijd wel iets mis of het moet toch nóg beter kunnen, nietwaar? En tango, ja tango is wel een heel bijzonder middel om ons van dagelijkse kwaaltjes en ongelukken te genezen. In Buenos Aires, toch al gevoelig voor hypnotische suggestie vanwege de psychoanalytische inslag, woekert het van danstherapieën en is het al oppassen geblazen voor de tango-chanta (kwakzalver). Voor de echte patiënten is het natuurlijk een mooie alternatieve therapie, die ook door professionele mensenkenners aangewend wordt. Maar wat wortel schiet in Europa is de zelfontplooi hype. In het huidige klimaat, net zo vruchtbaar als mesmerized Parijs, zullen tangogenezing en –zingeving welig tieren. Net als mindfulness – oude boeddhistische wijn in hip ontworpen nieuwe zakken – een weg heeft gevonden naar de geestelijke gezondheidszorg, moet de tango -in een aantrekkelijk westers jasje gestoken- het toch goed doen. Woody Allen vatte deze zeitgeist krachtig samen: “illusions work better than medicines."
Nee, de professionele ‘psy’s’ zijn niet heilig. Hun nadruk op het met degelijk onderzoek aantonen van de werkzaamheid van therapieën heeft vooral veel te maken met de druk die verzekeraars op hen uitoefenen enerzijds en de drang om de eigen psychologische expertise te legitimeren anderzijds. Toch is een sceptische wetenschappelijk houding dé manier om Mesmer en de zijnen te ontmantelen. Ik ben erg kritisch over wetenschappelijke pretenties, maar ik kan het bijzonder waarderen dat veel religieuze dogma’s ermee uit de wereld zijn geholpen en er aan veel volksverlakkerij een einde is gemaakt. De zaak is te blijven waken voor nieuwe doctrines, van sektarisch tot evidence based, waarin mensen hulp wordt aangepraat. Want een zoekend mens is kwetsbaar, ontvankelijk voor suggestie en indoctrinatie.
De verantwoordelijkheid ligt echter ook bij hemzelf. Met een beetje zelfreflectie moet de new-age nakomeling toch inzien dat hij hopeloos decadent is. Misschien heeft iedereen wel recht op leed, hoe groot of klein ook, maar mens, relativeer toch! Je leeft in weelde, is die aanstellerij werkelijk nodig? Tango is een heerlijke afleiding. Maar uit de minder welvarende hoek waar de tango vandaan komt is daar meer aanleiding toe, en toch blijft het een volksdans en wordt het niet louter een elitair speeltje. Niet zo tobben dus, en wees gewaarschuwd voor charismatische geneesheren. Mesmer mag dan verleden tijd zijn, de Societies of Harmony die zijn opvolgers stichtten, bestaan tot op de dag van vandaag.
Continue Reading →La Cadena, januari 2011
Amsterdam lag erbij als in een sprookje. Nog nooit zag ik de stad zo betoverend wit. Maar hoe meer de lichtjes en kerstbomen tot de verbeelding spraken, hoe bleker de tango ertegen afstak. Zoals de making of een film van haar illusies ontneemt werd de tango ontsluierd.
Lang heb ik mij ongemakkelijk gevoeld bij het zien van zoveel pretentie. Ik had mij er boos over gemaakt: waarom diepgaand contact en expressieve vrijheid te omhullen met machtsspelletjes, superioriteitsgevoelens en andere puberale leeghoofdigheid? Een wijze danser zei mij eens dat er zonder pretentie geen tango is, dat ik niet moet proberen de vloek op te heffen omdat deze eigen is aan de dans.
Een moeizaam proces, dat te accepteren, maar nu prikte ik dwars door de pretentie heen en er bleef maar weinig van de tango over. Al wel vaker had ik mij een voorstelling proberen te maken van hoe een salon eruit moest zien voor iemand die de tango van buitenaf beschouwt. Bezwete lichamen naarstig op zoek naar elkaar, koortsachtige blikken, nerveuze pogingen zichzelf een houding te geven. Lachwekkend, was mijn conclusie. Of is het pas na enige doorwintering als danser dat men de tango op deze wijze kan doorzien?
Een vriendin met nog maar weinig ervaring bleek hetzelfde te voelen: een vreemde ongemakkelijke sfeer, territoriaal gedrag en strenge hiërarchie. We staken er samen de draak mee. Een ander vond het kennelijk minder grappig: ze trok haar schoenen al uit toen ik net binnen kwam. Herkenbaar, ik had haar graag deze ervaring willen besparen. Weer een ander wist inmiddels maar al te goed dat men zich moet wapenen met een positieve instelling, ook al kost dat veel moeite. Maar de rol van zwerfridder, gelaarsde kat of joker is niet voor iedereen weggelegd. Sommigen waanden zich duidelijk prinsen en prinsessen, vaak uit onschuld, meegevoerd door tangowonderland. Misschien waren het ooit kikkers. Anderen speelden het spel mee, uit gewoonte, voor je het weet immers kop eraf! En in de ogen van een vriendin die pas begonnen is met dansen lag het enthousiasme, de roes. Ze was niet van de dansvloer weg te slaan als elfachtig middelpunt. Vurig hoopte ik dat zij haar eigen magie in stand zou weten te houden en dat de making of haar bespaard zou worden.
Met de komst van het nieuwe jaar smolt de Amsterdamse betovering. De kerstbomen lagen, ontwortelt en van hun versieringen ontdaan, op straat hun naalden te verliezen. De prijs van de magie. Maar het vuurwerk had de demonen verjaagd en in de tango was met tromgeroffel een verandering ingezet. Het leger van zigeuners, circusartiesten en levenskunstenaars zwelt aan, uit grotten en tenten komen ze tevoorschijn om de spot te drijven met de pretentie. Achter de schermen van het theater weet men van het creëren van illusies, niettemin is het realisme er magisch. De tango is onttoverd, maar er wordt gedanst!
Continue Reading →La Cadena, December 2010
Yo no quiero que pienses tanto, cumbiera intellectual, zingt Kevin Johansen. De zanger wordt maar ellendig van de cumbiadanseres die over Freud, Lacan en Artaud blijft praten: houd toch op zoveel na te denken! Het is een lachwekkende situatie, want cumbiamuziek is alles behalve intellectueel. Het is platvloers en soms zelfs vulgair, uit het leven in de Latijns Amerikaanse achterbuurten gegrepen. Maar het is de ultieme feestmuziek waarop iedereen losgaat: jong en oud, rijk en arm, belezen of analfabeet.
De tango, de cumbia van het begin van de vorige eeuw, nodigt uit tot intellectualisme. We filosoferen er uren over, beschikken over mooi uitgewerkte tangotheorieën en methodes. Vooral in Europa zijn hoogopgeleide tangueros eerder regel dan uitzondering. Elegantie en beheersing trekken natuurlijk een bepaald publiek, maar tegelijkertijd is tango een intellectuele aangelegenheid zodra deze benaderd wordt door een wiskundige of een cultuurwetenschapper. Een hoofd gevuld met discipline en regelmatigheden maakt van de tango een formule, iets dat moet op een bepaalde manier.
Nu weten we uit ervaring allemaal wel dat ons hoofd eerder in de weg zit dan dat het ons vooruit helpt bij het dansen. Voor degene die zoveel (van zichzelf) moet, staat er een intellectuele rem op de tango. Vaak ontstaat de tragikomische situatie dat hij zodra hij erg zijn best doet veel minder goed danst. Een gevolg van het trachten met het hoofd iets te beheersen dat alleen met het lichaam te begrijpen is. In de wolken ontbreekt het nou eenmaal aan aards bewustzijn. Men zou kunnen concluderen dat men dan beter geen les kan nemen, omdat dat olie op het vuur is van het intellect. Maar om tango te dansen is er juist veel te leren voor de intellectueel. Hoe het hoofd onderdeel is van het lichaam, maar vooral hoe intuïtief of zelfs primitief tango eigenlijk is.
De tango krijgt een intellectuele status, alsof het familie is van het klassiek ballet in plaats van van de samba. En zo begrijpen we tango verkeerd. We spannen ons in van frontale cortex naar beneden. We kijken vanuit een modern en elitair westers perspectief naar een cultureel product van de aarde, aangestampt door de onderklasse van arme gelukszoekers in een verre uithoek in een ver verleden. De straten zijn er nu geasfalteerd en men danst er liever cumbia, murga of salsa. Maar nog steeds is er de ontspanning van voetzool naar boven.
Na allerlei verwoede intellectuele pogingen om de tango te doorgronden, kom ik -al feestend op Afrikaanse ritmes en het scala aan muzikale afstammelingen daarvan- tot de gewaarwording dat tango de grond zelf is. Tango dansen alsof het cumbia is, genieten, loslaten. En wat blijkt? Geef je de aarde meer aandacht, dan geeft ze je elegantie en beheersing terug. Alsof ze in al haar wijsheid zachtjes tegen me zingt: ‘Ik wil niet dat je zoveel nadenkt, tanguera intelectual’.
Continue Reading →Na het warmlopen in Amsterdam werd het tijd voor een marathonervaring op Europees niveau. Voor de in Buenos Aires getogen tangodanser is dat nieuw. Geen porteño die het in zijn hoofd haalt een marathon te dansen. Men maakt zich het er gemakkelijk op de milonga: een fles wijn met vrienden, af en toe met een van hen een fijne tanda. Geen inspanning maar ontspanning. En dat laatste ligt natuurlijk ten grondslag aan de hoge danskwaliteit op de pampa’s.
Op de Berlijnse marathon moesten er kilometers gemaakt worden, cortina’s aaneengeregen, records gebroken. Rustig aan de zijlijn de boel observeren en beoordelen of er überhaupt dansers zijn waar je graag een rondje mee rent, is er maar raar. Een ‘Waarom dans je niet?’ als je even stilzit. En draai je niet meteen op hoog tempo mee, dan ben je uiteraard een weinig aantrekkelijke teamgenoot. Overigens zocht men vooral bekenden op voor een sprintje. Tezamen met een flinke dosis competitiviteit en mediterrane pretentie zorgde dat voor buitengewoon veel sfeer. Als de nadruk nou niet zo op kwantiteit en inspanning had gelegen…
De marathon wordt door sommigen beschouwd als de enige gelegenheid om op hoog niveau te dansen in Europa. Het now or never gevoel domineert daar waar men denkt zich te meten aan de Argentijnse norm. Deze sfeer hangt er in Buenos Aires slechts als de milongas koortsachtig af worden gelopen door buitenlandse aficionados. Juist dan gaan de Argentijnse milongueros op vakantie, want die hebben helemaal geen behoefte aan tangostress. Tenzij er geld mee te verdienen valt. Nu werd er met het oog daarop ook in Berlijn aardig genetwerkt aan de publieke relaties, maar buiten de zelfverklaarde tango elite was er weinig publiek om indruk op te maken.
Wat mij niet zinde op de marathon was dat de tangostress me toch even te pakken kreeg. Ik moet dansen! Maakt niet uit met wie - als tijdens mijn eerste hoogseizoen in Buenos Aires. Een gevoel waar je met vele kilometers achter je niet op zit te wachten, en helemaal niets te maken heeft met kwaliteitstango. De marathons betitelen als het Europese alternatief voor de milongas Buenairenses, gaat wat te ver. Zo lekker dansen als daar om het toerisme heen deed ik in Berlijn niet. Ergens ligt dat aan dat ik thuis ben in de tango porteño en nog erg ontheemd op Europees gebied. Maar ook komt het door een hoog stressgehalte, door het misverstand dat men zich in moet spannen voor de tango en dat veel tango goed is.
Nee, dan liever slenteren door de straten, de marathon de rug toekerend. Om plots een huiskamertango te dansen in een tweedehandskledingwinkel in Prenzlauerberg, muzikaal ondersteund door een dreumes die op de piano zat te dreunen. De eigenaresse van Sentimental Journey vond het prachtig en verzuchtte “ik hou zo van tango”. Dát was het tangohoogtepunt in Berlijn, waarna ik met gerust hart de terugreis aanvaardde. Ook de vluchtende reiziger houdt vroeger of later zijn pas in, zingt Carlos Gardel. Na vele kilometers is er de terugkeer, met ingehouden pas, naar huis, en daar wacht de tango.
Continue Reading →