Florteña

Op de vloer

Tango doet iets grappigs met je waarnemingsvermogen. Plots krijgen voeten, die toch redelijk verwaarloosde lichaamsdelen zijn, alle aandacht en staat de vloer, die meestal slechts een vanzelfsprekendheid is, in de belangstelling. Als er op de milonga een optreden wordt gegeven, richten alle blikken zich op het twee paar voeten dat de vloer op spectaculaire wijze onveilig maakt.
Tijdens de lessen techniek krijgen mijn voeten een uitgebreide work-out om stevig op mijn tangostilettos te kunnen staan. Er wordt nadrukkelijk contact met de vloer gemaakt om de as en daarmee het evenwicht goed te bewaren, vanaf het middelpunt van mijn voorvoet tot het puntje van mijn kruin. Voeten duwen in de vloer, het staartbeen zakt naar beneden en de rug strekt zich kaarsrecht uit naar boven: klaar voor de dansvloer.
Tangodansers laten hun oordeel over een milonga niet in de eerste plaats afhangen van een gezellige atmosfeer, de kwaliteit van de vloer kan doorslaggevend zijn. Als men elkaar vraagt wat men van een bepaalde milonga vindt, wordt de conditie van de vloer expliciet genoemd. De vloeren waar je moeiteloos overheen zweeft hebben mijn voorkeur, het uitglij-risico daargelaten. Maar gezelligheid vind ik ook heel belangrijk, dus voor die ene leuke milonga waar mijn hak zo nu en dan tussen het hout zakt maak ik een uitzondering en die andere milonga met een geweldige vloer maar een rotsfeer mijd ik als de pest.
Mijn verhouding met de vloer is allengs intiemer en kreeg recentelijk een nieuwe impuls toen mijn zomercursussen contact-improvisatie en moderne dans begonnen. Lekker plat midden op de vloer, kruipen en schuiven en rollen. De ene na de andere veel te comfortabele houding. Als ik me plat op mijn buik met uitgestrekte armen en benen in de vloer laat zakken, voelt de vloer zowaar zacht, en wil ik liever niet opstaan. Tijdens contact-improvisatie de vloer knuffelen en het lijf van een andere danser als vloer gebruiken en vervolgens tijdens de les modern de kunst van het vallen en opstaan bezigen: een lekker fundament voor mijn laatste weken in Buenos Aires en tevens nieuwe inspiratie voor de tango.
Als ik nuevo tango dans, blikken mijn ogen vaak naar beneden. Het is veel leuker om te zien wat voor interessante dingen mijn voeten allemaal aan het doen zijn, dan de ruimte in te staren. Zo nu en dan is er een wijsneus die zegt dat ik mijn hoofd omhoog moet houden, maar zolang ik mijn nek uitstrek en mijn kruin naar het plafond wijst mag ik best naar beneden kijken. Visueel contact houden met de vloer wordt niet aangemoedigd, volgens mijn lerares tangotechniek is er niets te zien op de vloer. De blik moet op de horizon gericht zijn, maar in Buenos Aires is het toch verstandig de stoep in de gaten te houden, gezien de gaten in het wegdek, de hondenpoep en de vuilnishopen.
Als ik naar beneden had gekeken bij de pinautomaat, dan had ik gezien dat mijn portemonnee op de grond was gevallen. Met mijn blik op de horizon kwam ik er even later in een kiosk achter dat ik niet kon betalen. Tien minuten nadat ik hem had laten vallen hield ik, hijgend en met een razensnel kloppend hart, mijn portemonnee weer in mijn handen. Niemand had naar de grond gekeken en hem opgepakt. Gelukkig is niet iedereen zo met de vloer bezig.

Continue Reading →

Binnenstebuiten

Buitenkant
IJdelheid is de regel, niet de uitzondering in Buenos Aires.
Niet alleen heeft de stad zelf haar ijdele kanten, ook zijn het haar bewoners
die zich bijna obsessief bezig houden met uitstraling. In een prachtig decor
van bourgeoisie paleizen, met sierijzeren balkonnetjes, art nouveau liften en symmetrische
tegelvloeren, in lommerrijke kinderkop straatjes en in geheel volgens de
laatste trends ingerichte barretjes houdt de porteño zich bezig met de vorm. Op
de markt op plaza Serrano in Palermo shopt de jonge beau monde zich een
ongeluk. Voor een schijntje zijn er allerlei eigenwijze ontwerpen te koop, waar in clubs de blits mee wordt gemaakt. De mannen doen niet onder voor de
vrouwen, metroseksualiteit is hier helemaal hip. De zonnebril is een onmisbaar
attribuut en kennelijk is het in de van electrobeats vervulde nachtleven niet
donker genoeg: de bril blijft op. Mij bekruipt vaak het gevoel dat men iets
tracht te verbergen achter de zonnebril, qua communicatie-inhibitie doet de zonnebril
niet onder voor de burqa, dus mijn nieuwe exemplaar functioneert als haarband.

Op straat komt de nadruk wel heel vaak op uiterlijk te
liggen. Eens per tien stappen wijzen de heren de dames daar fijntjes op. Je kunt
je eraan ergeren, maar je kan ook een verzameling beginnen, veel vermakelijker.
Om de vier straten loop je tegen een salon de belleza aan, zodoende lopen de
porteños er voor een paar pesos piekfijn bij. Bij sommigen kun je zelfs terecht om het gezicht uit de plooi te trekken. Drastische plastische ingrepen worden niet geschuwd. Er is altijd een druk bezochte
sportschool in de buurt en, toegegeven, de prijs en de mooie sportleraar maken
deze excursies zeer de moeite waard. Mezelf een gezonde levensstijl aanmeten
was nog nooit zo gemakkelijk. Voor de porteña-stijl ben ik wel heel gevoelig,
de hippe barretjes hebben zo hun magnetiserende werking en zo word ik allengs
meer de Argentijnse schone schijn in getrokken.

Nu is de grens tussen binnen en buiten hier niet zo groot. Binnenkomen
is niet zo moeilijk. Privacy is geen issue. De WC-deur kan dicht, maar niet op
slot. Mijn huis is een veredeld dormitorium. Deuren en ramen staan open, zo
hebben de buren ook muziek. Zonder probleem schuift men bij elkaar aan, het
biertje, de mate, de wijn, de porro wordt joviaal gedeeld. Voorstellen gebeurt
pas na een kus op de wang en meer dan deze begroeting is vaak niet eens nodig;
uitzinnig dansen en gezellig kletsen met wildvreemden en aan het eind van de
avond besluiten dat je elkaar wel weer ergens ziet. Wat vaak gebeurt, want
toeval regeert in Buenos Aires. De stad is enorm, maar je komt elkaar overal
tegen, afspreken is nergens voor nodig. Mijn klasgenoot uit Granada, Jeff, zou
naar Buenos Aires komen. Om elkaar te treffen was geen waar en wanneer nodig:
ik kwam hem tegen voor mijn deur en het bleek dat we buren zijn. Omdat je
regelmatig bekende gezichten tegenkomt ben hier je al snel thuis.

Binnenkant
Buenos Aires levert genoeg materiaal voor een verhaal. De
inspiratie ligt op straat, met een culturele overvloed tot gevolg. De verhalen
van de Argentijnen, verteld in de bioscoop, in de taxi, in de tango of door
mijn huisgenootje Jime verlenen vrije toegang tot de inhoud. Binnengelaten
worden gaat gelijk op met de uiterlijke inburgering. Er zijn de liefdesdramas
en familieperikelen. Er zijn de crisis-verhalen. Het blijkt dat Palermo tot een
paar jaar geleden nog een fabrieksbuurt was en dat na de crisis de failliete
fabrieken omgetoverd werden tot de hipste winkeltjes en restaurantjes. Het
kopen van een huis gebeurt hier cash: je neemt het geld op bij de bank en rijdt
al dan niet in een beveiligd busje naar de verkoper toe om het bedrag te
overhandigen. Als je dood bent krijg je meer pensioen dan als je nog leeft, dus
als bejaarde je eigen dood faken is geen slecht plan. Voor de crisis was er een
tekort aan pesos dus werd er op initiatief van de overheid nep-geld verstrekt.
Om rekeningen te betalen moet je de deur uit: naar het bedrijf zelf of naar je
bank. Enter ‘Rapi Pago’ en ‘Pago Facil’: rekeningen cash betalen om de hoek in
de supermarkt of de kiosk en het geld wordt voor je doorgelust.

Geld- en liefdesproblemen, geen wonder dat de melancholie
hier zo welig tiert. Een vruchtbare bodem voor de tango, waar ik met steeds
meer succes weet binnen te dringen. Gisteren zelfs tot de binnenkant van de bandonéon. Voor je
het weet zit je midden in het verhaal van Buenos Aires.

Che bandonéon
Bij de ingang van de milonga klonk het melancholisch geluid
van de bandonéon. Het was niet het orkest dat zou gaan spelen, maar de portier.
Gefascineerd bewonderde ik het instrument van dichtbij, parelmoeren
bloemfiguren in het zwarte hout. Voor ik het wist had maestro Carlos het enorme
en zware gevaarte in mijn handen geduwd en legde ik mijn tangoschoenen even
terzijde voor een mini-masterclass. Kleedje op schoot, want anders komen er
gaten in je kleren, getuige de broek van Carlos. Duwen en trekken leverde wat
geluid op en uiteindelijk was daar heel even de tango-staccato, maar ik luister
liever. Het orquesta begon, op naar de milonga. Het barstte van de muzikanten,
een heel ander publiek dan de gebruikelijke tangodansers en toeristen. ‘Muzikanten
dansen niet’ ging niet op deze avond. Met de ene bandonéonspeler danste ik een
prachtige tango, met de ander maakte ik eindelijk mijn Chacarera-debuut. Deze
volksdans wordt door de Argentijnen met veel plezier gedanst na afloop van de
milonga. Het is eigenlijk een in dansvorm gegoten flirt, een genot om naar te
kijken, maar na twee maanden inburgeren werd het de hoogste tijd me tussen de
flirtende porteños te begeven. Het viertal dat de zaal als laatste verliet
bestond uit twee tangueras en twee maestros. De bandonéonspeler en de
contrabassist spraken elkaar ook aan met maestro, helemaal bohémien, erg grappig.
In de bar gaf Carlos een privé-concert, schroefde de bandonéon voor me open en
omdat de contrabas ontbrak nodigden de heren ons uit voor tango op het
dakterras. Laat in de nacht klonken er tangoklanken vanaf het dakterras van een
prachtig bohémien-paleis midden in de stad. Een sterrenhemel en tangolyriek.
Uit de stereotoren, dat wel, want maestro y maestro hadden teveel bier
gedronken en konden in hun eigen woorden, letterlijk vertaald, geen
rijstepudding meer spelen.

Wat heerlijk om deze stad binnenstebuiten keren en om door
de stad binnenstebuiten gekeerd te worden!

Continue Reading →

Floor vs. tango

Gebiologeerd bestudeer ik mijn gehavende voet. Mijn grootste tangolitteken tot nu toe is een door de hak van een andere danseres over mijn wreef getrokken spoor. Risico van het vak, gelukkig is mijn voet niet geperforeerd. Balen, bloed op m’n voet toen net die ene interessante danser me eindelijk te dans kwam vragen. Maar er dient zich vast een nieuwe kans aan. Eigenlijk is het een mooi tango-wapenfeit. Een symbool voor mijn ‘historia de tango’, voor het trotseren van de moeilijkste milongas, voor het uitbalanceren van de haat-liefde verhouding met tango.
De tangolust was me even vergaan, maar ik krijg de smaak weer te pakken. Het blijkt dat als je maar genoeg je gezicht laat zien op de nuevo tango prácticas, de kans dat een goede danser je in zijn armen neemt zienderogen toeneemt. Voorheen zat ik aan de rand van de dansvloer achter mijn glimlach te balen dat ik niet die prachtige bewegingen uitvoerde. Ik kon sommige heren die me wel ten dans vroegen, niets van de muziek en de dans bleken te begrijpen en mij vervolgens de les lazen wel schieten. Prima, dat leiden en volgen, maar ik weet steeds beter hoe ik geleid wil worden en zonder meer volgen heb ik geen zin in. Ja, de lessen vrouwentechniek werpen hun vruchten af: mijn ruggengraat laat zich niet meer zomaar uit zijn verband rukken. Mijn zinnen waren zo gezet op leren en experimenteren en deze behoeften werden zodanig gefrustreerd dat de druk wel erg hoog opliep. Tijd om aan mijn noodrem te trekken en tango op het zijspoor te zetten.
Yogales geven aan mijn huisgenoten op het dakterras. Lekker schrijven voor de studie. Terrasje pakken, garapiñadas eten, naar de bioscoop. De stad verkennen met mijn fotocamera. Mate drinken en ijs eten en mijn haar verven. Prioriteiten lijstje aanpassen. Op 1: Buenos Aires. Op 2: filosofie. Op 3: tango.
Het iets minder serieus nemen van de tango leverde een ontzettend leuke les op, waarin ik de mannenrol innam en het voor elkaar kreeg een vrouwenbeen stijlvol om me heen
te zwiepen en mijn been eromheen te haken
(volcada/dubbele-vertraagde-gancho). Dikke pret. En inmiddels kom ik steeds meer leuke mensen tegen die samen met mij de tango niet zo serieus nemen. Alleen aan een tafeltje wachten op een danser is veel minder gezellig dan samen ouwehoeren. Het blijkt dat de danskansen er niet significant door verminderd worden en dat de kans groter is dat je vlak voor zonsopgang de milonga verlaat of dat je midden in de nacht in een buurtcafé terechtkomt waar de buurtbewoners tangoliederen aanheffen. Zowaar ben ik weer heerlijk aan het dansen. Zoals ik het wil. Daar heb ik de littekens wel voor over.

Continue Reading →

Buenos Aires is…

Een gezin van cartoneros gebogen over de vuilnishopen op
straat, het bruikbare en recyclebare in hun kar sorterend. Mensen slapend in de
portieken van de gebouwen op het imposante Plaza del Congreso. Een groepje kleine
kinderen doelloos zwervend over straat om drie uur ’s nachts. Overal moeders
met halfnaakte slapende baby’s in hun armen, bij gebrek aan kinderwagen. De
blinde die onverbiddelijk in de hondenpoep loopt die overal midden op de stoep
ligt. Lange rijen bij de bushalte en lange rijen bij de bank. Iedere dag andere
spandoeken en revolutionaire leuzen bij Plaza de Mayo. Een enorm flatgebouw
tegen de kerktoren aangebouwd. Parkeerplaatsen die ‘playa’ heten. Een lekkende
nationale bibliotheek, die wellicht daarom gesloten is op het moment. Liefdesverklaringen
in graffiti op de muren van de kerk. Een zwerver die me terzijde neemt voor een
poëtische lofzang op de prachtige wolken in de schemerhemel en hun gelijkenis
met mijn glimlach. Een straatjochie die van plakband een voetbal heeft gemaakt
en daar lachend achteraan rent. Overal heenkunnen met de bus op elk willekeurig
tijdstip. Compleet anders van buurt tot buurt, van kouwe kak in Recoleta tot armzalige
arbeiders in La Boca, allemaal met hun eigen charme. Vrijwel nergens het biljet
van honderd peso kwijt kunnen dat uit de geldautomaat rolt. De voortdurende
jacht op het schaarse muntgeld om de busrit te kunnen betalen. Vieze voeten als
je rondloopt op teenslippers (verzucht huisgenootje Jime). Blijven lachen als
je niet ten dans wordt gevraagd op een milonga. Op een bankje hangen met een
boek in Puerto Madero. Achter de fles sangría aanrennen onder de Obelisco met
oud en nieuw. Alles dat ongezond is thuisbezorgd kunnen krijgen: pizza, ijs,
empanadas, chinees en zelfs McDonalds. Het enige vegetarische gerecht op de
kaart van het Argentijns restaurant bestellen, en dan hebben ze het niet; Jime vond de oplossing: be a flexitarian! Met
z’n zessen in een kleine Fiat door Palermo, terwijl Louis Armstrongs trompet
door het drukke geklets heenklinkt. Fernet drinken en een porro delen: pret met
jonge porteños. Dulce de Leche verjaardagstaart eten. Koffie met alfajores of
medialunas in het park. In slaap vallen voordat er eindelijk uitgegaan kan
worden. Buiten tangodansen in de zwoele avondbries als je eindelijk ten dans
wordt gevraagd. Opgelucht ademhalen als de regen de benauwde van dieselwalmen
vervulde lucht wegspoelt. De blender waarmee er in de zomerhitte fanatiek
licuados gemaakt worden. Een vrouw in de overgang (volgens huisgenoot Pieter). Vanavond
aan de Spaanse koude soep. En nog meer mate drinken.
Buenos Aires is ¡bárbaro! dus ik blijf nog even.

-Woordenboek-

Cartoneros: de
mensen die bij gebrek aan betere kansen geld verdienen met afval scheiden.

Playa: normaal
gesproken een strand, maar hier in Buenos Aires gebruikt om parkeerplaatsen mee
aan te duiden. Waarschijnlijk om te voorkomen dat het water van de Río de la
Plata het vlees van je botten afweekt.

Milonga:
tangosalon waar je pas later in de nacht mag verschijnen, niet te verwarren met
de práctica vroeger op de avond waar er geoefend mag worden.

Obelisco: het
symbool van Buenos Aires midden op de (schatting) veertienbaans Avenida 9 de
Julio.

Empanadas:
pasteitjes gevuld met vlees, kip, kaas, tomaat, of groene prut de aanduiding
groente onwaardig

Fernet: kruidenlikeur
(hoestsiroop+alcohol) met cola, niet erg lekker maar wel erg hip.
Waarschijnlijk omdat het uit Italië komt, waar het overigens alleen door mensen
met spijsverteringsproblemen wordt gedronken.

Porro: joint, maar
dan cool

Porteños: zucht,
als je dat nou nóg niet weet!

Alfajores: koekjes,
eigenlijk meer gebakjes, met veel dulce de leche.

Dulce de leche:
mierzoete karamelsaus, je kunt er niet omheen op dit continent.

Medialunas: croissantjes,
met een beetje pech zit er jamón op bij je queso, ook verkrijgbaar met dulce de
leche, zoals gezegd onvermijdelijk, net als het duo jamón y queso (ham en kaas).

Licuados: vers
fruit gemixt met water, melk of sinaasappelsap en veel ijs.

¡Bárbaro!: letterlijk
barbaars, maar men gebruikt het slechts in de figuurlijke zin: vet, cool, flex,
dope, top!

Continue Reading →

Re porteña

En plots stond ik zonder tangopartner in de grootstedelijke realiteit. Tijd om mij de stad eigen te maken. Allereerst is daar een ‘Guia T’ voor nodig, het handzame boekje met alle buslijnen van de stad, waar ook veel porteños niet zonder kunnen, want het openbaar vervoer is op de Subte (de metro) na een chaos. Deze chaos bedwingen met mijn Guia T gaf me al scheurend van de ene kant van de stad naar de andere midden in de nacht een glorieus gevoel.
Langzaam maar zeker krijg ik deze metropool onder controle, met de grote avenidas en hun verkeersrichting als referentiepunten opgeslagen. Je hoeft hier op straat maar één kant op te kijken voordat je oversteekt, je moet alleen wel weten welke, haha. In mi barrio San Telmo, die niet bekend staat als de veiligste, ga ik steeds gedecideerder over straat. Het omgaan met de kunst van het complimenteren, die zoveel mannen hier al dan niet succesvol bezigen wordt steeds leuker. Net als de porteñas leer ik de antikunst van het negeren. Laatst was ik zo goed bezig dat ik zelfs het ‘Hola’ van een bekende onverschillig voorbijliep, gelukkig wist hij mijn naam nog, dat veranderde de zaak. Vol vertrouwen ook in de taxi "Carlos Calvo y Piedras, por favor, si, pasamos por Corrientes, Junin y San Juan". Lekker kortaf, een tong als een zweepslag. Porteña zijn is an attitude.
Maar ook kleren maken de porteña. Er moest geshopt worden (tevens vanwege de therapeutische werking natuurlijk). Mijn garderobe aanpassen aan de stad ging moeiteloos, want niet alleen kleden mensen zich hier leuk, het is ook nog ontzettend betaalbaar. Eenmaal in BA-klederdracht met de beat van Gotan Project in mijn oren op hoog tempo door de straten met de blik op oneindig, voelde ik me nog meer samensmelten met de stad en haar anonieme massa. Net als iedereen het water dat uit aircondicioning van de grote gebouwen op de stoep druppelt en de gaten in het wegdek omzeilend.
Wat verder weg van de drukte in het centrum is het stadse leven minder chaotisch. Mate drinken is een belangrijk onderdeel van de ontspanning hier. Mate is de bittere thee die door een metalen rietje uit een ronde houten beker, waarnaar het woord Mate ook refereert, wordt gedronken. Door mijn huisgenoten werd ik ingewijd in het ritueel. Iedereen drinkt een voor een uit de beker, het rietje (de bombilla) mag niet aangeraakt worden (foei Floor!), je drinkt totdat het water op is en dan wordt er weer warm water op de thee geschonken voor de volgende drinker. Op een lome zomerse zondagmiddag met mijn huisgenoten door de straten van San Telmo, met een thermoskan onder de arm, de Mate van hand tot hand, op weg naar de markt voor een Argentijnse lunch: tortas, tortillas en licuados: re porteño. ‘Re’ is het woord dat veel porteños aan een waardering vooraf laten gaan. Re interesante: heel interessant. Heel porteño was ook om vier uur ‘s nachts ijs halen bij de ijssalon. Niet alleen weten ze hier net zo goed als in Italië wat er onder ijs verstaan moet worden, ze weten hier op welke uren er ijs gegeten dient te worden. Het bracht de avond, die niet zo succesvol was omdat de club (of boliche) in Palermo waarvoor ik kilometers op mijn porteña-hakken had afgelegd tegenviel, tot een goed einde.
Helemaal porteña voel ik me nog niet met tangodansen, zelfs niet met mijn nieuwe ontzettend mooie en hippe nuevo-tangoschoenen en de daarop afgestemde outfit. Ik ben namelijk een reuzachtige vrouw vergeleken met de locale tangodansers en daarnaast verraden mijn haar en ogen nog steeds mijn Noord-Europese identiteit. Er zitten twee dingen op: mijn haar weer donkerder verven en tien keer beter dansen.

Nou is Buenos Aires niet alleen maar dikke pret. Het vertrek van mijn tangopartner stemt me verdrietig en radeloos en heeft de tangodroom uit de realiteit naar mijn REM-slaap verdreven. Tangodansen heeft tijdelijk aan magie ingeboet en Buenos Aires herinnert me voortdurend aan hoe het was en hoe het had kunnen zijn. De verwilderde vrouw op straat, zwanger in een tango t-shirt, deed me onwillekeurig grimlachen. Beschaamd besefte ik me het verschil in betekenis van een biljet van honderd pesos voor mij en voor de man die in de bus aanstekers verkocht voor twee peso. Het is een stad die zich goed leent voor melancholie, maar ook je neus bovenop de feiten kan drukken. Buenos Aires zet voor dat laatste doel wel een heel bijzonder middel in: Antonella. Antonella is mijn 100% porteña-vriendin, die me mijn eerste Guia T gaf, die me met een enorme helderheid van geest van raad voorzag toen ik het echt niet meer wist en me mee nam naar haar vrijwilligerswerk: eten en drinken uitdelen aan de mensen die dat hard nodig hebben aan de rand van de stad. Haar gepassioneerde aanwezigheid is heel inspirerend en geeft me een impuls in goed lunfardo: ¡Ponete las pilas! (Stop er een batterij in! Straattaal voor vooruit met de geit). Antonella beheerst het gebruik van boluda als geen ander. Haar rappe tong is onmisbaar bij het me eigen maken van de stad. Deze tongval beheersen is namelijk waar het echt om draait: re porteña!

Continue Reading →

Que bueno, che!?

Tijdens onze dagen aan het strand hief Marc regelmatig Gotan Project aan: que bueno, che! Het optreden van deze nuevotango-grootheden, de dag na mij aankomst in Bs As, begon ook met de beat van betreffend heerlijk liedje. Het was de nummer één van de vakantie-soundtrack. Natuurlijk werd ik een beetje horenddol telkens hetzelfde te horen, maar het was goed om te horen dat het goed was. Goed was ook het vieren van de zomer, het nadrukkelijk niet vieren van kerstmis, in het studentenhuis(je) in San Telmo waar we logeren tot we verhuizen naar het appartement in San Cristobal. Een enorme emmer sangría, vleesch op de parilla, mojitos y daiquiris de frutilla, voor de vegetariërs ensalada y berenjena, allemaal in outfit à la playa op zomerse musica.
De afgelopen week heb ik ‘Que bueno, che!’ enorm gemist. Het nieuws dat Marc wellicht naar Zweden moet vanwege de terminale ziekte van zijn vader bracht verandering in de situatie. Het waren empanada-dagen, dagen waarop we nergens zin in hadden, waarop het studeren niet lukte, waarop Marc zich terugtrok en het samen tangodansen langzaam verwerd tot een droom die nooit uit zou komen. ‘s Avonds geen zin om te koken, dus bellen naar ‘Solo Empanadas’ en het Argentijns alternatief voor pizza werd thuisbezorgd.
Onder het motto ‘er moet toch gedanst worden’ en ‘ik ben heus niet afhankelijk’ toog ik er alleen op uit. Kwam ik net bij die ene milonga terecht, die ik de vorige keer in Buenos Aires had gecategoriseerd als verschrikkelijk. Toch de tangoschoenen maar aangetrokken en nadat ik gedanst had met verschillende typen griezelige circusdirecteuren was er gelukkig nog een knappe Italiaan, notabene bevriend met een grote naam op mijn filosofisch specialisatiegebied Douglas Hofstadter. Hij kon helaas niet voorkomen dat er toch nog gretig tegen elkaar aan werd gebotst op de overvolle vloer. Mijn act of independence was niet geheel een succes, maar had in combinatie met raad van wijze vrouwen uit Amsterdam toch wat losgemaakt. Toen ik thuiskwam deelde ik Marc fijntjes mee dat hij me best een blik waardig mocht gunnen, zelfs gegeven zijn vervelende situatie, dat ik anders wilde verhuizen naar een hostel en zowaar werd er weer gecommuniceerd. En jawel, de tango redt, want zodra we weer aan het lessen waren ging het zienderogen beter. Gotan Project knalde uit de speakers terwijl we er opnieuw achterkwamen dat we toch echt elkaars aangewezen danspartners zijn. Al nuevo-tangoënd door het huis kregen we onze vibe terug. Gedanst wordt er nu zeker, heel serieus tijdens de les, iets speelser bij het thuis oefenen, lekker los op de hippe milonga en helemaal zelfstandig tijdens mijn les vrouwentechniek. Eso! De empanadas blijven echter om de dag bezorgd worden, ze zijn ook eigenlijk wel lekker dus ik strijk over mijn fast-food-afkeurend hart. Dat Marc naar Zweden gaat zit er dik in, wanneer is nog onduidelijk. In ieder geval wacht er voor mij een kamer in een leuk appartement, met de filosofie faculteit vijf blokken verderop, en een heleboel tango. Als ik wil ook in milonguero stijl, daar is mi tanguero niet echt voor te porren, maar daar trek ik me niets van aan. Que bueno, che!

Continue Reading →

De zee, de zee!

En plots hees ik mijn backpack weer op mijn rug, stond er weer een nieuw stempel in mijn paspoort en leek het of ik mijn reis door Latijns-Amerika nooit had onderbroken. On the road on the boat, op naar het strand in Uruguay.

Eerste bestemming was Colonia, aan de overkant van de Rio de la Plata, een pittoresk voormalige Portugees stadje. Heerlijk om uit te waaien langs de rivier en rond te dwalen door de oude straatjes. Maar de zee lonkte, dus snel door naar de Atlantische golven bij Punta del Diablo.

Door een surrealistisch landschap dat eigenschappen van toendra en savanne combineerde, hier en daar een palmboom en plukjes naaldbomen, reden we naar de kust. Laat in de middag verwelkomde het geruis van de oceaan ons in Punta del Diablo. Omdat we een cabaña zouden gaan huren, verwachtte ik een plek als Tulum in Mexico. Wit zand, palmbomen en rieten hutjes op het strand. We bevonden ons daarentegen in een David Lynch-achtige setting. Diablo
Kleine huisjes van hout of witgepleisterd op de rotsen in de wind, vissersbootjes en achter ons de duinen. Waddeneilanden meets la costa Portuguesa, een vleugje Scandinavië en een vleugje Griekenland, maar bovenal een plek van de zee. Er stond een bordje ‘El viejo y el mar’ (The old man and the sea, Hemingway) en dat paste zo goed in de sfeer dat er niets anders op zat dan de pijltjes te volgen. We troffen huisjes grenzend aan een majestueus strand, een geweldig autenthiek hemingwayesque restaurantje, twee maffe knoflookverslaafde Schotten en eigenaar Ernesto himself. Voor een cabaña werden we doorverwezen naar Nelson, die ons de sleutel overhandigde van ‘De Maravilla’. Ons witgepleisterd wondertje was omgeven door een gazonnetje met een echte parilla, binnen was er een open haard en een zolder waar we onder het houten dak sliepen. Met een electrocuteerdouche, schelpjes aan de muur en als de wind goed stond het ruisen van de zee was de droom compleet. Gekscherend kreeg ons verblijf in De Maravilla de titel ‘honeymoon’. De eerste avond brachten we door in het dolkomische gezelschap van MacGarlic & MacGarlic in El viejo y el mar. Na de whiskey thuis samen voor het haardvuur. Het was er nog niet helemaal zomer en tijdens de sterrenwandeling over het strand zelfs wat koud. Op zoek naar mijn sterrenbeeld dat alleen te zien is ten zuiden van de evenaar. Met een beetje fantasie leken een paar sterren wel op een schorpioen, gevonden! Aguadulce
Dagen regen zich rustig aaneen. Beetje studeren, beetje fotograferen, maar vooral genieten van de elementen, de wind, de zon, het zand, de zee. De zee op mijn huid, in mijn haren, tussen de oren en op mijn tong. Ik heb nog nooit zoveel lekkere vis achter elkaar gegeten, buñuelos de algas (gefrituurde zeewierballetjes) waren dé ontdekking.

Dankzij Nelson, (de échte man van de zee á la Hemingway, witte haren en gebruinde huid en een doorleefde blik) die ons de omgeving liet zien vanuit zijn zandkleurige antieke jeep, ontdekten we Cabo Polonio. Een nóg rustiekere plek, omgeven door een heerlijk geurend duingebied. Aan de andere kant van de vuurtoren die zijn lichtbundel krachtig over de oceaan heen slingerde bevond zich een kolonie zeehonden en zeeleeuwen die luidruchtig hun aanwezigheid kenbaar maakten. We besloten ons verblijf aan zee hier voort te zetten. Het prachtige strand reikte weids en wit tot aan de horizon en als je je omkeerde en de kaap overliep, tussen de kippen, de waslijnen en de huisjes op de rotsen door, dan stond je in een paar minuten weer oog in oog met de oceaan.

Inmiddels heb ik de zee uit mijn bikini gewassen. Eenmaal terug in Montevideo konden Marc en ik de verleiding niet weerstaan om een auto te huren en nog even terug naar de oceaan de rijden. Ook het volmaakt kapitalistische Punta del Este moesten we gezien hebben. Een laatste duik in de zee en een spectaculaire zonsondergang, met de skyline van Punta aan de horizon. Voor we het wisten waren we onderweg terug naar Buenos Aires. Het is hoog tijd voor de tango en de zee hoef ik niet al te erg te missen, want die wordt door mijn viking-portugees in zijn ogen gedragen.

(Op meerdere manieren overigens, meneer studeert voor fotograaf, dus wat betreft de foto’s © Marc Hussner )

Continue Reading →

Twilight

Uren in een vliegtuig zitten naar de andere kant van de wereld doet iets met je realiteitszin. Het tijdsverschil, het cultuurverschil, het is bizar om plotseling in een andere realiteit te verkeren en dat andere leven te leiden. Het leven dat kort daarvoor nog zo ver weg was.
Het vliegveld in Atlanta voelde als een schemergebied. Het leek alsof ik in tegenstelling tot 11 maanden geleden niet zo voorbereid was op reizen, op andere culturen. Bovenal verwachtte ik van de feestdagen wég te reizen in plaats van ernaartoe, dus tussen de kerstversiering Bill Crosby´s White Christmas en Lennons So this is Christmas voorbij horen komen was heel onwerkelijk. Na een lange lange reis, waarin ik de realiteit steeds verder achter me leek te laten landde ik in Buenos Aires, midden in de zomer. Vol ongeloof moest ik telkens opnieuw constateren ´ik ben er!´. Op van de zenuwen (waar blijft mijn baggage nou? bij welk terminal staat hij nou te wachten?) sloot ik eindelijk Marc weer in de armen, onderwijl verklaarde hij me weer eens voor gek, dat doet ie wel vaker de laatste tijd. Maar dan antwoord ik dat normaliteit niet onomstreden is, en dat iemand die in mijn geval niet terug zou zijn gekeerd naar Buenos Aires écht gek zou zijn. Daar stemt hij vervolgens ook volmondig mee in. (Ritueeltje numéro 1)
Want wat is het hier heerlijk, de draad van dat gelukkige gevoel dat ik vijf maanden geleden achterliet, pakte ik moeiteloos weer op. Dat is niet zo moeilijk in het prachtige zomerweer, de zwoele avonden waarvoor je niet meer dan een hemdje en een rokje aan hoeft te trekken, tussen de groene bomen, slapend onder een laken en last but not least dansend en levend met mijn geweldige tanguero uiteraard.
Slechts een klein beetje onwennig, vanwege al die kleine cultuurverschillen, warm eten tussen de middag, geen stevig ontbijt met bruin brood, papiergeld dat je voortdurend op valsheid moet controleren, en plotseling al dat Spaans om me heen. Maar natuurlijk ook veel herkenning van de vorige keer ´oh ja, dat zat zo!´.
Het huis wat Marc voor zijn tangoleraren heeft gerenoveerd is werkelijk een droomhuis. Hoge muren en ramen, gietijzeren balkon op de koloniale gevel, prachtige tegelvloeren, een ware tangostudio met glimmend houten vloer en een enorme spiegel en ten slotte een heerlijk zonovergoten dakterras met rozen en jasmijn. Ongelooflijk. Mijn (voorlopig) enige en Marcs voorlopig laatste avond in het huis brachten we door omgeven door de zomeravond op het dakterras en al dansend in het donker voor de enorme spiegel, als in een droom. Net als mijn vorige verblijf in Buenos Aires is er weer dat dromerige gevoel. Marc beschrijft Buenos Aires als een twilightzone waar de meest bizarre toevalligheden, extreme tegenslagen maar vooral intens gelukkige momenten zich opstapelen. Welkom terug in life´s rollercoaster!
De droomachtbaan had voor mij meteen een verrassing in petto: een optreden van Gotan Project, dat helaas door gebrekkige organisatie en Cypress Hill barbaren werd verpest, maar daar liet Marc zijn verjaardagscadeau voor mij niet zo maar bij zitten. Nog wat nabriesend hield hij een taxi aan die ons helemaal van Palermo naar San Telmo reed. Hop, naar ons favoriete Franse restaurant en jawel hoor (zegt ie dat ík gek ben) een fles Moët erbij. Onwerkelijk om daar weer te zijn, aan tafel bij Petanque waar deel een van onze gezamelijk geschiedenis werd geschreven. Droom ik, nee hoor, stelt mijn stoute tanguero al knijpend vast. Verder wacht er nog en geweldige vakantie-attractie: samen naar Uruguay, naar de nu nog verlaten stranden en cabañas van de Punta del Diablo en het pittorekse Montevideo. Deze paar dagen in Buenos Aires brengen we al wandelend door de straten, al tangodansend door, straks op het dakterras van het hostel. Even wennen, of toch niet? Leef ik nu niet gewoon de droom? Dat dromerige kan natuurlijk ook door het tijdsverschil en het cultuurverschil komen. We zullen zien op het gevoel aanhoudt, of dat het zich transformeert tot het leiden van dat andere leven, wat mij ook geheel niet verkeerd in de oren klinkt. Hoe vaak wensen we niet dat we (tijdelijk) een ander leven leiden of stellen we ons voor hoe het zou zijn als…? Vamos a ver. In ieder geval staat het ultieme droomhuis hier in Buenos Aires vanaf april weer tot onze beschikking. Verleidelijk, dat zeker, maar nog erg ver weg en wie weet wat er mij nog staat te gebeuren in deze twilightzone. Ach, ik droom lekker verder en laat me verrassen.

Continue Reading →

Alles op een rijtje

Fotografía

Ventana al cielo

Encender, apagar

Hay agua caliente

Zwart-wit Schaap

Pichi

Bajo la bandera

Mirando atrás

Garrapiñadas

Greenhost webhosting