Florteña

Aventuras del Capitán Quesadilla

Alex had zich in stijl gekleed voor zijn eerste middag in de stad. Witte linnen broek, leren sandalen, blauw overhemd, ray-ban. Als een echte latino, dacht hij. En inderdaad, hij had zich zo bij Pablo Escobar kunnen scharen. In de straten van Once gebruikt men echter geen cocaïne, maar het dodelijke restproduct paco. Geen rijke drugsbaronnen, maar hoererende travestieten en kruimeldieven in onze buurt. Goed gekleed en met zijn gebruikelijke volume al Nederlands orerend over de stoep, trok hij al snel de aandacht van een paar kleine agressieve Argentijnen en wist aanvankelijk niet wat hem overkwam.

Het was het gebruikelijke trucje: de een vraagt je wat onverstaanbaars terwijl de ander in je broekzak grijpt. In Buenos Aires zijn deze kereltjes echter minder behendig dan elders en ze hadden de situatie (daglicht, een gezelschap van vier) verkeerd ingeschat. Bibi en ik drongen ons ertussen en spoorden aan tot doorlopen. Eentje dacht te kunnen bluffen met een hand onder zijn shirt, maar een kop kleiner en opgewonden gesticulerend maakte hij een weinig overtuigende indruk op me. Argentinos doen wel vaker alsof ze een wapen in hun broek hebben. Yuri was zich van geen kwaad bewust. Hem was nooit iets dergelijks overkomen, vind je het gek, twee keer zo groot als de gemiddelde Argentijn. Bibi, die door kan gaan voor een porteña, zag de bui al hangen. Zij zou immers voortdurend over straat moeten met haar geliefde dromer en aandachttrekker. Alex echter paste zijn klederdracht drastisch aan, een kapotte spijkerbroek en bevlekt wit hemd, om zo min mogelijk op te vallen. Gedurende de daarop volgende dagen begaven ze zich vooral in de welvarender wijken van de stad. Alex verontwaardigd “daar dragen ze wel witte broeken!”, tsja de cocaïne moet ergens geconsumeerd worden. Hij hervond zijn heldhaftigheid al snel op het terrasje in Palermo als “Capitán Quesadilla” (kapitein kaaspannenkoek) en verheugde zich, onbekommerd babbelend in het Spaans, over het goede vlees, de goedkope cocktails, de mate, de tango en zelfs het bier “Quilmes, qué más?”.

Op het strand in Uruguay bleek dat het in mijn ogen kleine incident toch veel indruk had gemaakt. Alex ontspande zich en verzuchtte dat het wel vermoeiend was de hele tijd op je hoede te zijn. Ook Bibi voelde zich iets minder onder druk staan. Ze waren in hun element. De Uruguayos, rustiger en vriendelijker dan de Argentijnse stedeling, bevielen veel beter. Bovendien hadden zij die op straat rondhingen tenminste wat om handen, een thermoskan en een mate. Als er ‘I Uruguay’ shirts geweest waren… Buiten dat het veel fijner was om bij de zee te zijn dan in de verstikkende hitte van Buenos Aires, was er nog een reden waarom Alex met tegenzin wegging uit Uruguay. Hij voelde zich maar weinig op zijn gemak in de stad. Maar hij had zich laten inspireren. Als een echte Uruguayo, met thermo onder de arm en eigen mate in de hand, ging hij de laatste dagen ontspannen over straat, ook daar waar minder toeristen komen. Toen hij zaterdag onverrichter zake terugkwam van het vliegveld, hij zou pas een dag later achter Bibi aan kunnen vliegen, en zich bij ons schaarde in het favoriete tentje in Palermo bleek dit geheel naar zijn zin. “Ik zou wel weer een quesadilla lusten!” En nadat hij zijn koffer naar huis had gebracht, schoof hij glunderend aan voor een biertje. Hij was zelf naar de bushalte gelopen, door het straatje waar hij eerder bijna beroofd was, had de bus genomen en ons moeiteloos gevonden. Zijn laatste zomeravond in Buenos Aires kon niet meer stuk “que bueeeno!”.

Continue Reading →

Diagnostiek á la Wikipedia

"Bij terugkeer in hun eigen land voelen expatriates vaak dat het hun land niet meer is, omdat er veel veranderd is en men de grip hiermee verloren is. Dit leidt bij veel expatriates vaak tot een gevoel van ontheemding. Aan de ene kant kan men zich overal vestigen en aan de plaatselijke cultuur aanpassen. Aan de andere kant is nergens meer echt thuis. Expatriates worden bij terugkomst in hun eigen land vaak niet begrepen door hun oude vrienden- en kennissenkring. De gespreksonderwerpen zijn vaak totaal verschillend en standpunten zijn tijdens een langdurig verblijf in het buitenland vaak gaan afwijken van de gevestigde norm in het land van herkomst. Dit leidt vaak tot verdere vervreemding en wordt het expatsyndroom genoemd. Dit kan zowel bij kinderen als volwassenen plaatsvinden." Herkenbaar wel, vaak.

Continue Reading →

De nieuwe zakelijkheid?

Van een buurt die voelde als een dorp in de grote stad, was ik verhuisd naar de betonnen jungle van Monserrat. Licht viel er gul door de ramen, maar de horizon was op niet meer dan honderd meter afstand, begrensd door grote grijze gebouwen. Die grote grijze gebouwen worden bewoond, maar in het straatbeeld merkt men algauw dat het niet gaat om een buurt waar geleefd wordt. In Monserrat wordt vooral gewerkt, getuige de pakken, aktetassen, luxaflex en air-conditioners. Overdag wordt avenida Belgrano overspoeld door lieden met haastige tred. Het zouden politici kunnen zijn, immers het Argentijnse congres ligt op een steenworp afstand, of beoefenaren van andere grijze zaken. In Monserrat en verder richting het microcentro krijgt de Argentijnse samenleving zowaar iets efficiënts. De afvalhopen bij nacht en ontij op straat duiden echter op veel papierschuiverij. In de donkere straten zijn er nog slechts ronddwarrelende papieren als geruisloos bewijs van dagelijkse bedrijvigheid.
De omgangsvormen wijzen evenmin op een vriendelijke buurt. Meer dan zakelijk is men er kortaf. Geen ons kent ons gevoel, daarvoor ging ik wekelijks terug naar Almagro waar ik nog een bekend gezicht was bij de lokale kleinhandel. Slechts de peruaanse in de groentewinkel, die me met een stralende glimlach voorzag van de beste mandarijnen, kon concurreren met mijn voormalige barrio. Toch waren het goede dagen in Monserrat, vooral voor de studieproduktiviteit, want de kou en de zakelijkheid sloten mij op in mijn betonnen torentje. Ook ‘s avonds samen bij de kachel was er geen reden om de straat op te gaan. Mijn leefstijl begon steeds nauwer op de buurt aan te sluiten, ik zou bijna vergeten dat ik in Argentinië was.
Nu was ik natuurlijk al ruimschoots onderweg, anticiperend op Nederland. De werkelijke overgang verliep daarom waarschijnlijk vlekkeloos. Binnen korte tijd draaide ik weer mee in de Nederlandse zakelijkheid. Met plezier, want deze is in de zomer niet grijs en gestresst, maar groen en ontspannen. Van alle gemakken voorzien is het Amsterdamse leventje harde concurrentie voor het Argentijnse. Toch is er een licht melancholisch gevoel: wat was het er gemakkelijk om met weinig gelukkig te zijn. Misschien een reden om weer afscheid te nemen van de nieuwe zakelijkheid?

Continue Reading →

In de rij

Er klinkt tangomuziek uit de radio, ik wacht. De rij staat tot op de straat en de computer weigert dienst, maar de rekeningen moeten vandaag nog betaald worden dus het is niet anders. Net als alle Argentijnen op het laatste moment in de rij bij Pago Fácil. Gemoedelijk wachten en tango’s mee neuriën. Gezellige blikken van verstandhouding met mijn lotgenoten.

De beambte bij Migraciones brult vanonder zijn koptelefoon mee met rock nacional: "sistema de mierdaaaaa!". Yuri lacht om de ironie van de situatie: een overheidsfunctionaris in functie die het systeem waaraan hij zelf meewerkt tot stront verklaart. En hij wacht, trámites, het is niet anders. ¿Que se le va a hacer? Wat doe je eraan? Zo kan je nog eens een praatje aanknopen met je immigrerende medemens.

In Argentinië is geduld van levensbelang. De rij is lang, de prodecure inefficiënt en bureaucratisch. Met een beetje Nederlandse haastige inslag overleef je het niet, van zo’n rij krijgt een Nederlander een hartverzakking, dus het is een kwestie van inburgeren. Zonder twijfel word je een geduldiger mens van dit land, maar zelfs verargentijnste Nederlanders wordt het op een gegeven moment te veel (opvallend genoeg is dat alleen zo als iets Nederlands op het spel staat: een geplande reis, een diploma…).

De bibliothecaresse kijkt me streng op de vingers die langs de ruggen van de boeken snellen. Ik krijg de procedure uitgelegd alsof ik een klein kind ben dat zich nog geen raad weet met het fenomeen bibliotheek. Ze hoort dat ik buitenlandse ben en knoopt daar klaarblijkelijk de categorie ‘achterlijk’ aan vast. Ik ben er al vele malen geweest om in de boeken te duiken, maar dat mag niet baten. Resoluut loop ik naar de boekenkast die ik wil uitpluizen. Ik weet precies wat ik zoek, maar mijn zoekmethode is kennelijk ongebruikelijk. Per boek worden de gegevens op een briefje gepend dat met mijn paspoort in de la verdwijnt. Voor haar neus ga ik het boek zitten bestuderen. Al gauw ben ik klaar voor de volgende lichting, maar de bibliothecaresse is bezig met een studente muisklik voor muisklik te ‘helpen’. De studente heeft wellicht meer verstand van computers maar laat zich aan het handje nemen. Als ze na lange tijd wordt afgescheept met de conclusie dat wat ze zoekt ‘onmogelijk’ te vinden is (ik weet wel beter maar houd wijselijk mijn mond), komt ze erachter dat ik om de vaart erin te houden een boek uit de kast heb gepakt. Een berisping met schelle stem, ik had op haar moeten wachten, in de rij die inmiddels tot wasdom is gekomen. Hoewel notabene mijn paspoort nog steeds in haar lade ligt en mijn tas (uiteraard bedoeld voor boekensmokkel, want ik ben zo dol op de psychoanalyse) buiten in een kluis. En zo daagt het mij inmiddels dat efficiënt studeren aan de Universiteit van Buenos Aires onmogelijk is, vooral als alles netjes volgens de regels verloopt. Eigen verantwoordelijkheid of initiatief valt niet binnen die regels, zelfs intelligente studenten dienen gewoon gewillig (=willoos) te wachten. Stoom uit mijn oren… Ik kan er om lachen, maar de frustratie blijft.

Er is een manier om de oeverloos trage immigratieprocedure in Argentinië te versnellen. Als Yuri dreigt niet mee naar Nederland te kunnen komen vanwege zijn voortdurende plichtplegingen bij Migraciones zit er niets anders op. Tot nu toe waren het andere mensen die de rij voorbij liepen met een gestor. Nu is het zijn beurt. Zijn gestor verzekert hem dat alles goed komt en bekent: met geld kan je alles gedaan krijgen in dit land. De regels zijn heus niet zo strict, als de pesos maar rollen.

Ik twijfel of ik voor dit land zo lang in de rij wil staan, maar Yuri heeft gelijk: in Nederland staan buitenlanders veel langer in de rij. Jaren zelfs, om vervolgens toch teruggestuurd te worden naar land van herkomst. En tegenwoordig staan ze in de rij voor niks, het land sluit zich hermetisch (zelfs voor ex-Nederlanders: we kunnen geen Argentijns paspoort krijgen omdat de Nederlandse staat dan het Nederlandse paspoort afneemt!!) Nee, dan Argentinië, daar kom je nog ergens, met een beetje geduld.
Ik snak naar efficiëntie, naar de Nederlandse universiteitsbibliotheek, maar weet dat ik na polshoogte genomen te hebben in Nederland wellicht terugkeer naar het Zuid-Amerikaans continent. Even kijken hoe het staat met de uitburgering in Nederland, onderwijl een spoor van gezellige Argentinismen achterlatend, om het land te behoeden voor de individualistische ondergang, en dan… weer in de rij?

Continue Reading →

Huevos – Eieren

Mijn eerste paasdagen in Buenos Aires kondigden zich aan in de supermarkten. Net als in Nederland veroveren de paaseieren en chocoladepaashaasjes geruime tijd voor Pasen een prominente plek in het assortiment. Ik was er een beetje verbaasd over, ik had nooit gedacht dat paaseieren zo´n internationaal fenomeen zijn. Blij dat ik de goeie ouwe traditie niet hoefde te ontberen zo ver van huis, verheugde ik me op het paaseieren zoeken. Dat jeugdsentiment zou iets nieuws zijn voor mijn Argentijnse en internationale vriendjes. Met mijn vaders sluwe verstoptechnieken zou ik ze lekker kunnen pesten, of op z´n Argentijns ´hincharles los huevos´ (letterlijk: hen de eieren op te blazen, waarbij eieren een metafoor zijn voor… raad maar. Hint: als ik zeg dat iemand me niet zo moet irriteren, dan zeg ik in het Spaans ´blaas mijn eieren toch niet op, ik heb ze niet eens! No me hinches los huevos, que no tengo!´)

Het grote verschil tussen de paaseieren in Nederland en in Argentinië zit ´m in de omvang. Ze zijn hier reusachtig en naar Kindersurprise-concept zitten er verrassingen in. Bescheiden eitjes zijn moeilijk te vinden. Het zijn allemaal opgeblazen eieren en helaas zijn deze huevos hinchados ook erg prijzig. Chocolade is hier veel duurder dan in Nederland, ook al groeien de cacaobonen veel dichterbij. Dat is nou de vrije wereldmarkt, je kan niet eens eieren voor je geld kiezen, je zou er opgeblazen eieren van krijgen. Maar goed, zo´n groot ei verstoppen gaat natuurlijk nergens over, dus paaseieren zoeken zat er niet in.

Met palmpasen waren er palmtakjes, maar geen op een houten kruis gestoken broodkuikens met oogjes van rozijnen. Er waren geen versierde paastakken, er was geen paasbrood. En hoewel Semana Santa, oftewel de heilige week, op veel plekken in Latijns Amerika met veel bombarie wordt gevierd, was het maar wat stilletjes en gewoontjes in de straten van Buenos Aires. Van de vrije dagen maakt men gebruik om de stad te ontvluchten. Jammer? Welnee. Want de paashaas had wat voor mij in petto. Een verassing, zonder ei… hoewel…

Op paaszondag, vroeg in de morgen, -"gebakken of gekookt?" "hard of zacht?" "koffie of thee?"- kreeg ik ontbijt op bed, een volmaakt gekookt ei. De herfstlucht buiten was frisblauw met een fijn najaarszonnetje. Hij zette de vier seizoenen van Vivaldi op, zoals vroeger op zondag en met pasen. "Nu nog de zaterdagbijlage van de Volkskrant," grapte ik. "Zijn we nou echt zo doorsnee?" lachte hij. Ik gaf hem een kus "Nee, we zijn gewoon goed opgevoed" om vervolgens gelukzalig door te babbelen in Jip en Janneke-taal.

Het hilarische commentaar van mijn vader: "zijn ze goed katholiek en wat doet zijn vader??" Ook daar waren de paasdagen een succes "ik had mijn eitjes verstopt en José kon ze niet vinden. Hoeiii" De Bert en Ernie-traditie, het paasei valt niet ver van de boom, ook al zit er een oceaan tussen.

Continue Reading →

Firulete-floor (ter ere van de lente daar)

Firulete is lunfardo voor een versierinkje. Het is een
beetje een denigrerende term, alsof het nutteloos is, maar de esthetiek wordt
niettemin onderkend. Het woord is afgeleid van florete, wat bloemetje betekent
in het Galicisch. Veel woorden in het lunfardo kennen hun oorsprong in de taal
van de immigranten uit Galicië of uit Italië.Fileteada

Lunfardo is de taal van de tango. Nog zo’n typisch voorbeeld
van de immigrantencultuur in Buenos Aires. In de teksten tiert het welig van de
firuletes en andere lunfardismen. Een woord dat niet te vermijden is in de
tango is ‘flor’. Er zijn zoveel tangos waarin de bloem figureert, dat de
tangozoekmachine op tilt slaat en vraagt naar andere zoektermen. Waar het gaat
over liefde en melancholie duikt ‘flor’ op. Er zijn niet alleen tangos van
bloemen, maar ook bloemen van tangos. ‘Es un flor de tango’ is een populaire
manier om ‘het is een pracht van een tango’ te zeggen.

‘Es un flor de barrio’, kan je ook zeggen, bijvoorbeeld over
mijn prachtbuurt Almagro. Mi barrio wordt niet alleen bezongen als barrio de
tango, maar staat ook bekend om haar bloemen. Een paar straten verderop is het
bloemenmarktje, een van de meest kleurrijke plekjes van Buenos Aires. Maar in
de tango betekent flor niets slechts bloem, de bloem is een metafoor voor mooie
dames. Zo worden ook de mooie dames bezongen. Iedere keer als er over ‘flor’
gezongen wordt dan voel ik me aangesproken, kan het niet helpen. Worden de
flores de Almagro geroemd, dan gloei ik een beetje. Een betere naam had ik als
tangodanseres niet kunnen hebben. Met een bloem in mijn haar, als echte
Arrabalera, op de dansvloer klopt het helemaal. Dan beginnen mijn voeten
vrolijk hun eigen leventje te leiden en trekken ze een spoor van firuletes over
de vloer. Firuletes zijn de mooie kokette bewegingen van de benen tijdens het
tangodansen, de schoonheid van de tango waar de leider geen controle over
heeft. Het is mijn versierwerk, mijn ambacht.

Het typische ambacht uit Buenos Aires heet ‘fileteado porteño’,
het zijn de bloemetjes en arabesquen, de firuletes op de gevels die de
identiteit van de stad inkleuren. Fileteado vind je in de typische restaurants,
in de bussen, op CD-hoesjes. Een vriend van mij wil de saaie witte Obelisco
versieren met fileteado, ik vind het een prachtplan, maar het is moeilijk te
realiseren. Tot die tijd beschildert hij de huid van tangodanseressen.
Afgelopen maandag was ik eindelijk aan de beurt om versierd te worden met
fileteado. Met een enorme bloem, een pracht van een firulete in mijn
hals/decolleté klopte het helemaal. Nog nooit was ik zo Florteña.

Het is bizar hoe ik me kan identificeren met deze stad, met
mijn buurt, met de tango, als immigrante, als danseres, als Flor, het klopt gewoon.
Maar zoals er tekenen en metaforen en symbolen te vinden zijn die me zeggen dat
ik moet blijven, zijn er ook die me zeggen dat het tijd is om terug te gaan
naar Nederland. Als firulete voel ik mij soms wat nutteloos hier, de passieve
rol is mij niet uitdagend genoeg en de schoonheid te weinig diepgaand. En de
bloemenwinkels heten hier niet voor niets ‘La Holandesa’, want bloemen, zo weet
men hier, komen uit Nederland….

Als je iets leert van Argentinië, is het dat een mens
flexibel is, dat men zich aanpast aan de context en dat er altijd wel iets is
om je mee te identificeren. Wat je ook leert is dat identiteit belangrijk is, niet
als iets vasts, maar als iets vloeibaars, als iets dat je stuwt en aantrekt.
Argentijnen zijn erg trots op hun culturele identiteit en tegelijkertijd erg
zoekende. Zijn we nou Europees of Latijns-Amerikaans? Wat je leert van Argentinië
is dat het niet het een of het ander is, maar allebei. Identiteit is gedeeld én
individueel, het is zoeken én vinden, het is zijn én worden. Floor zijn in
Nederland, misschien klopt dat toch ook wel, als ik maar met woorden en voeten
firuletes kan blijven draaien.

Continue Reading →

Antologia Uruguaya

Hoewel de vakantieplannen wegens geldgebrek van de baan waren, kon ik het carnaval in Montevideo en het Uruguayaans strand maar moeilijk uit mijn hoofd zetten. In de benauwde warmte van de grote stad in zomerslaap kwam er maar weinig uit mijn handen en kon ik het niet laten het internet af te struinen naar goedkoop Uruguay. Dat ik "negra murguera" mee bleef zingen en dansen was een teken aan de wand. Antonella gaf de doorslag, ze zwierf nog steeds met de auto door het buurland heen en haar bulderend ‘veníte!!’ deed me halsoverkop de rugzak inpakken. Hop op de boot en we zien wel hoe ver we komen. Eenmaal in Uruguay gaf Anto’s telefoon geen gehoor. Tijd dus om de roep van Montevideo te beantwoorden. In de rustige maar sfeervolle stad waren de ‘llamadas’ aangebroken, het ritme van de candombe vulde de lommerrijke straten. Er waren meer reizigers op de roep afgekomen en de mate Uruguayo was aanleiding voor ontmoetingen en gezelligheid. Al gauw raakte ik met Bas verstrikt in het gesprek en verstrikt in het carnaval.

Prachtig uitgedoste danseressen wiegden hun heupen op de trommelslagen, omgeven door een bonte stoet van carnavalspersonages. Grote vlaggen zwierden over de menigte. Het was warm en ontzettend druk. Ook voor Uruguayas: Mariana tikte me op mijn schouder, ze wilde even wat gaan drinken "ik ben zo terug". Bas en ik besloten mee te gaan, maar er was geen doorkomen aan. Mariana duizelde en zakte in mijn armen in elkaar. Haar kleine bewusteloze lichaam was loodzwaar en de menigte week maar niet uiteen. Samen tilden Bas en ik, al worstelend met de ellebogen, Mariana uit de drukte, waar ze goddank meteen bijkwam. Ze was er helemaal vol van: twee Amsterdamse psychologen die een Uruguaya uit het carnaval redden! "SuperBas" en "SuperFloor" waren vooral geschrokken en konden na alle consternatie wel een biertje gebruiken. Het was als een mooie zomeravond in Amsterdam, thuiskomen.

De wegen van het duo scheidden de volgende ochtend. De zijne naar het strand, de mijne naar een buitenwijk van Montevideo waar ik bij Mariana zou logeren. Ze nam me mee in de auto door de stad, naar de rivier, we sliepen siësta en beraadslaagden over of ik Bas nu wel of niet achterna moest reizen. Mariana zag het door haar flauwte gevormde koppel helemaal zitten. Maar eerst murga, daarna misschien strand. In het gras, op stoelen en tribunes had men zich rondom het podium geschaard, met de mate in de aanslag. Er was popcorn, er waren churros en garrapiñadas. Er speelden kinderen op de wielerbaan. Volle maan. Een festivalgevoel. Bontgekleed en geschminkt, hieven de murgas hun meerstemmige carnavaleske liederen aan. Het was prachtig theater en ze bleven zelfs zingen en dansen toen de regen met bakken naar beneden kwam. Al feestend verliet men het stadion met de boodschap: carnaval krijg je niet klein!

Antonella gaf alwéér de doorslag, ze zwierf nog steeds met de auto door het land ‘veníte a la playa!!’ en zo geschiedde. Hop op de bus en we zien wel hoe ver we komen.
Eenmaal in Valizas gaf Anto’s telefoon geen gehoor. Tijd dus om de roep van het strand te beantwoorden. Er waren meer reizigers die hadden geluisterd en de mate Uruguayo was aanleiding voor meer ontmoetingen en gezelligheid. Al gauw raakte ik verstrikt in een grote vriendengroep en aan een zwarte hond.

We dansten murga en candombe, terwijl de enorme huisgemaakte caipirinha van hand tot hand ging. Er werd voortdurend geproost, er werden voortdurend foto’s gemaakt.
Op
Valizas, op Uruguay, op nieuwe vrienden, op het mooie leven, op het prachtige
strand, op de volle maan. De volgende ochtend aanvaardden we de tocht naar Cabo Polonio. Het was een prachtige wandeling over het strand en door de enorme zandduinen. Tegen de gele duinen en de blauwe lucht tekende zich het silhouet af van ‘Polo’ die onderweg lekker om ons heen dartelde. Hij kwam bij ons liggen op het strand, huppelde mee de kaap over. De liefde was wederzijds en toen hij jankte bij het afscheid aan het eind van de dag, moesten we allemaal even slikken. Een doldwaze rit door de duinen maakte veel goed en bij terugkomst in Valizas was daar… Bas! Er volgde weer een mooie avond, de caipirinha ging rond, de houtskool gloeide en de regen werd getrotseerd. Bob Marley en Manu Chao. Het voelde als de typische Latijns-Amerikaanse zomernachten, als thuiskomen.

Een voor een nam iedereen afscheid. Opnieuw rees de vraag: verder of terug? En weer gaf Anto de doorslag. Ik kwam haar tegen toen ze op het punt stond te vertrekken naar Punta del Diablo. Haar telefoon, tsja, die werkte niet. De auto zat helemaal volgepakt. "Waar stoppen we jou nou?" Ik zou de volgende dag de bus nemen om dan eindelijk samen vakantie te vieren.

F1000003
Met Bas en zijn maatjes uit Chile huurden we een cabaña met een prachtig uitzicht over de oude rieten daken van Punta del Diablo en de golven die op de rotsen sloegen. Meer siësta, meer namiddagen op het strand, meer golven, meer zand in mijn haren en zout op mijn huid, meer reggae, meer wiet, meer vakantie. We maakten paella, speelden drankspelletjes en toen de laatste nacht aanbrak was daar eindelijk Antonella, met een fles Fernet con Cola. Hoofdschuddend nam ze afscheid van me de volgende morgen, que fiaca. Pancho gaf me een tevreden grijns. Juanca keek een stuk chagerijniger. Bas was nog steeds dronken. Het voelde als een typische kater in Buenos Aires, thuiskomen.

Na de Uruguayaanse bloemlezing en als kersverse negra murguera voel ik me herboren. Het geld is op, maar de zon zit in mijn huid en carnaval is… overal.

Continue Reading →

Synchroniciteit en de thermoskan

In de rode tas zit een thermoskan, een pak yerba van Rosamonte, mate en bombilla. Ik koester mijn verworven Argentijnsheid. Het water is nog steeds warm als we na de oversteek naar Uruguay in de strandbus stappen. We zijn benieuwd wie er naast Spyros komt zitten, een leuke bijkomstigheid van met z'n drietjes reizen. Zou het die ene mooie man zijn die ook stond te wachten op 't plataforma? Vraagt Esther zich af. Ik weet wie ze bedoeld. Wedden dat? Ik bekommer me om de mate, maar ben al snel afgeleid, want inderdaad, hij gaat naast Spyros zitten. Als twee bakvissen gieren we van het lachen, om hem daarna tersluiks te bewonderen. Mate is niet het enige lekkers uit Argentinië. Nadat de kalebas een paar keer is rondgegaan voel ik de behoefte hem te vragen of ie ook wil. Voordat ik de kans krijg, vraagt hij om een slok. Ik voelde het aan m'n water. Ik verontschuldig me voor de misschien wat lauwe temperatuur en de wellicht wat bittere yerba, maar het is goed verzekert hij me met een woest mooie glimlach. Als hij klaar is, is de beurt aan Esther haar lippen rond de bombilla te tuiten. Zoenen met een omweg, ze laat een baldadig 'hmmmmm' ontsnappen. We proesten het uit. De heren begrijpen het onderonsje niet. Roque, zo heet ie, dacht dat ik de Argentijnse tourguide was van het vrolijke Nederlandse tweetal. Bloos, nee, ik ben slechts wannabe. Hij komt uit Córdoba. Moet ik toch eens heen. Hij zal drie dagen later aankomen in Punta del Diablo…

Het was bedoeld als grapje, "als we niks vinden, dan slapen we gewoon op het strand!" Maar al wandelend door het 'hippiedorp' (aldus Spyros) moeten we constateren dat het echt topdruk is. De moed niet in de schoenen laten zakken, doorstappen en rondvragen. Verderop ruist de zee, de zon schijnt, heppiedepeppie. We lopen een paar keer tevergeefs rond. De herberg is vol. Nelson herkent me, na even knipperen met zijn ogen, van vorig jaar. Leuk om elkaar weer te zien. Hij belt even rond. Zaterdagavond zijn er bedden beschikbaar in het hostel van vrienden. Het is vrijdagmiddag. We kunnen onze spullen achterlaten in het huis met prachtig uitzicht over de oceaan, waar die avond toch echt geen plek voor ons zal zijn. Het zoeken beu, zijn we bereid ons lot te accepteren. Warme kleren en slaapzakken mee. De nacht is nog ver weg en blij huppel ik over het strand. De zee, de zee! Zin in zoute krullen op mijn hoofd en zandkorrels. Spyros loopt als gewoonlijk te dagdromen. Esther is minder vrolijk. Weten waar je slaapt is best belangrijk.
Uitgewaaid en hongerig schuiven we aan in mijn favoriete Hemingwayeske restaurantje "El viejo y el mar". Het gaat goed met de zaken van Ernesto en ook wij doen een ruime bijdrage. Het eten is niet hemels, maar zees: verrukkelijk. En de wijn, een Argentijn, ook. Doe nog maar een fles. Gitaarmuziek uit Uruguay en omstreken, van bossa tot tango, meezingen met de andere Argentijnse toeristen. We besluiten de avond traditioneel, met een whisky van het huis. Stoer stappen we de duinen in. De nacht is mooi het zand is warm. We zonderen ons af van de andere strandslapers. Drie kleine kleutertjes die sliepen op een duin. Herhaaldelijk schuif ik tussen de twee slaapzakken uit van het duin af. Esther en Spyros liggen er onbewogen bij. Ik haak me achter een stuk riet en als de zon opkomt val ik in slaap. Druppel op mijn wang, ik schiet overeind "je meent het niet!" Loos alarm, de zon schijnt en Esther is in een opperbest humeur. Superstoer: het viel reuze mee. Natuurlijk hebben ze beter geslapen dan ik, wat een grap.

Op dinsdagmorgen staan we te wachten op de bus terug naar Montevideo. Alweer dat schoolreisjes-gevoel. Esther slentert wat rond, Spyros is wat humeurig, vakantietje voorbij. Het duurt en duurt. Spyros onderbreekt plots de stilte "is dat 'm, daar in de bakkerij?" Even later zie ik Esther naar de bakker lopen. Roque stapt naar buiten. Wedden dat we hem op het laatste moment tegenkomen? Ze heeft de weddenschap gewonnen, maar hij heeft een kater en ik ben humeurig. Mooi is ie wel en hij slaapt met negen vrienden in een scheve cabaña. Esther vindt dat we emails hadden moeten uitwisselen, maar ik kom hem vast nog eens tegen. In de rode tas zit een thermoskan, een pak yerba van Rosamonte, mate en bombilla. Ik koester mijn verworven Argentijnsheid. Het water is nog steeds warm als Buenos Aires zich aan de horizon aftekent.

Continue Reading →

A Christmas carol

Mariana and I sat down by the riverside. We’d taken a random boat from the ferry terminal and had ended up in Tres Bocas, where islands were joined by little wooden bridges and brightly colored houses lined up along the canals. Underneath the willow, sun shining through its branches that touched the water surface, we sipped mate and I realized that I was not in a hurry to get back to the capital. When I told Mariana that we could stay for one night, her brown eyes at once stopped begging and started to sparkle. Her last days in Buenos Aires would be spent breathing fresh air after all. If not in a cabaña on the beach with Claudio, then at least a night in Tigre with me. All of a sudden life seemed more attractive, and so did the waiter. After Mariana had ordered something to eat, “a picada, why not?” I asked him if the hotel next door was open for guests. It was extremely quiet for a holiday and it looked like almost everything had closed. The waiter had a better idea.

When Facu ended his shift at the restaurant, the last ferry to town had left and he took us to the place he had told us about so enthusiastically. He had not been exaggerating. In the huge unkempt garden stood a sign ‘camping privado’. On the edge of the empty old swimming pool we found Nelson. He didn’t seem as deranged as Facu had told us, just a bewildered looking big old man. Neatly and carefully we were introduced. The housekeeper agreed to have us stay for one night. The old villa was hidden among the pine trees. Nelson pointed at a window. “That’s where Evita slept, and Perón.” Colorfully tiled stairs led us into the house. It smelled dusty and a bit rotten, some old seventies furniture lining up along the walls of the main hall. But admittedly, the place was gorgeous and told stories of its days of decadence almost a century ago. Through the stained glass sunlight entered and gave the house a warm, gloomy atmosphere. We were shown to our room. Plenty of choice since we would be the only ones staying there. Two small beds and a window in between, with a wonderful view of the garden and the river. Nelson didn’t understand why we would choose this smaller room, but he agreed.

In front of the house stood a hotel they’d started building in the seventies but had never finished. The concrete hindered a full view of the river from the house but, overgrown with plants and trees, was somehow beautiful. It made everything seem even more surreal. Facu took us to his favorite spot, the terrace on top, covered in leaves and little pine trees, over viewing the water, with an old glorieta in the middle. Underneath the round iron crafted arbor stood a table. “Evita probably dined under this very glorieta,” he fantasized, and told us about the parties he wanted to organize there.

The last sunny hour we enjoyed swimming. The water was wonderful and Mariana looked fabulous in Facu’s shorts. I had to hand the mate over to her while she was still in the water. She didn’t want to come out. Hungry from all the splashing around, we went to freshen ourselves up in the villa. In the hallway a bat was flying around. Nelson introduced him as Tomasito and joked about being a vampire sucking on big toes. He was rambling a bit, and I laughed and nodded at him as he prepared the bathroom for us. Tiles were falling off the walls, and the water, which needed some time to become warm, was strangely salty. But we didn’t complain. It was all fine, I reassured him. By the time we finally had our shower, Facu was preparing the asado. Taking good care of us, he had bought some wine. He told us about the neighborhood, how it had housed intellectuals during the dictatorship. His plan was to offer tourists historical tours and to prepare the house and garden for open minded travelers. We dined underneath the glorieta and the stars, seated on the table, because there were no chairs. Lights from the other shore traveled across the river. It was a quiet and dark night, apart from the little candle and the three soft voices. What a pleasantly surprising Christmas day it had been, we agreed.

When Facu returned from the kitchen he looked worried. He sighed “I cannot believe this, what am I doing wrong, why do I always end up in some big mess?” Nelson had been drinking, he told us, and had gotten angry. Given al the care that Facu had taken, the old fool had surprised him with drunken aggressiveness. Nelson did not understand our choice of scenery for dinner. “He probably felt left out or jealous.” I tried to calm him, but Facu had already decided to abandon his plans. “The old man is too unpredictable. I cannot bring any more people here. I am sorry I dragged you into this.” I did not want to hear of it. Both Mariana and I loved getting to know this place where time stood still, and Nelson had not seemed that dangerous. Facu, however, did not want us to sleep under the same roof with “el loco.” He himself preferred to sleep surrounded by concrete, in one of the rooms in the unfinished hotel. Mariana, the romantic, wanted to sleep on the terrace underneath the stars, but she was already cold. All I wanted was a decent mattress. Not knowing what to do, we kept on talking. While Facu calmed down, I got a bit more worried. He turned out to be not the most stable young man, and I had felt secure before because I trusted him and his intuitions. A very good person, still, but maybe too good and therefore a bit disturbed. I didn’t mind being the psychologist for the evening, but reassuring him did not involve reassuring myself.

At last, very tired, we decided to just go to our room to sleep. Mariana and I held hands tightly when we went back into the villa. We held our breath when we passed Nelson’s room. As quietly as possible we went up the stairs, locked the door and got into bed. It didn’t matter that it smelled a bit weird or that the toilet wouldn’t flush.

The next morning the sun shone friendly, as if nothing had ever happened. Nelson was gone. We said goodbye to Facu on the ferry dock. This time Mariana did want to leave and I was dying to get back to the city.

Continue Reading →

Argentijnse kerst


Een jaar geleden verkeerde ik nog in de ontkenningsfase. We
vierden de zomer, met een strawberry daquiri en sangría. Nu werd het tijd me
werkelijk in de Argentijnse kerst te verdiepen. Hoewel er al een aantal weken
pan dulce (pannetone, de plaatselijke kerststol) gegeten werd, overviel de
kerst me een beetje. Wellicht omdat de donkere dagen uitbleven. Iedereen was
tot op het laatste moment druk met van alles afronden voor de zomervakantie en
zoals gebruikelijk worden er pas op dat laatste moment plannen gemaakt. In de
laatste 48 uur voordien werd de vraag toch enigszins urgent: wat te doen met
kerstavond?

Voor de Argentijnen is het ondenkbaar dat je kerst viert
zonder familie, maar de mijne is ver weg en mijn surrogaat familie bracht de
kerstdagen in andere oorden door. Enkele vrienden wilden hun familie graag met
me delen, maar ik voelde me een beetje ongemakkelijk bij dat idee. Een goede
vriend nodigde mij en eventuele vrienden zonder plannen uit voor feest op het
dakterras. Dat klonk goed. Feestelijk uitgedost belden Mariana en ik bij hem
aan. Eerst troffen we een kerstboom aan en vervolgens was daar, hoe kan het ook
anders, de hele familie. Vader en moeder, broer en zus, ooms en tantes, neven
en nichten, oma en achterneefje. Onverwacht, maar binnen de kortste keren
hadden we ons rond de tafel geschaard en werd de twee buitenlandse dames de
kleren van het lijf gevraagd. Jorge zelf zonderde zich bewust af achter de
parilla, met zorg grote hompen vlees roosterend, om zich niet in het gebruikelijke
geouwehoer te hoeven mengen.

Het Argentijns kerstdiner was, hoe kan het ook anders, asado
met familie en vrienden. De tafel netjes gedekt, maar met wegwerpbestek, zoals
bij de barbecue, wijn en fernet, brood, salade en chimichurry. Alle
ingrediënten waren aanwezig, dubbelzinnige opmerkingen van een oom, het
levensverhaal van een tante, anekdotes van oma, leuke neef om mee te flirten.
Toen het tegen twaalven liep was er een drukte van jewelste, er moest champagne
worden ingeschonken en klokslag twaalf uur “Feliz Navidad!”, alsof het
nieuwjaar was. De meeste baldadige neef stak vuurwerk af, er waren sterretjes.
Wel elkaar in de ogen kijken met proosten! En iedereen zoenen en omhelzen.
Daarna moesten er natuurlijk cadeautjes uitgepakt worden, ze namen verreweg
meer plek in dan het dertig centimeter hoge boompje waaronder ze neergelegd
waren. Er was ook een kleinigheidje voor ons bij, daar waren we niet op
voorbereid. Dus ik ging maar pepernoten uitdelen en de werkelijke herkomst van het
kerstfeest toelichten.

Inmiddels was het nagerecht gesmolten en trok de familie de
ene na de andere fles open. Jong (2) en oud (60) ging al stuiterend op
Argentijnse ska over het terras heen. De een na de ander werd uitgedaagd voor
een paaldans-act en de avond werd afgesloten door tantes die flessen bier over
de neefjes heen gooiden, waarop de neefjes flessen cider rond sproeiden en we
besloten dat het mooi was geweest. Argentijnen blijven erg lang jong, houden
van tradities door elkaar mixen, houden van veel vrienden uitnodigen en
zodoende is de kerst dolle pret. Mijn mooie kleren kan ik, bij cider-gevaar,
echter beter voor de Nederlandse kerst bewaren.

Continue Reading →

Alles op een rijtje

Fotografía

Ventana al cielo

Encender, apagar

Hay agua caliente

Zwart-wit Schaap

Pichi

Bajo la bandera

Mirando atrás

Garrapiñadas

Greenhost webhosting