Portfolio & Blog
Spiegeloog, nummer 335, jaargang 38, September 2010
Wat is de psychologie? Ik zat nog net op het andere halfrond toen mij het nieuws ter ore kwam dat het vak persoonlijkheidsleer uit de Amsterdamse psychologiepropedeuse zou verdwijnen. Het artikel van Georges Canguilhem[1] uit 1956 waarin deze vraag werd gesteld, gelezen door alle eerstejaars aan de universiteit van Buenos Aires, kwam meteen in me op. Ik ben er pas mee in aanraking gekomen jaren na de afronding van mijn studie in Amsterdam, tijdens mijn historisch/filosofische onderzoekingen verbonden aan de psychologiefaculteit aldaar. Canguilhem onderzocht niet alleen biologische maar ook psychologische kennis op wetenschapsfilosofisch wijze. In zijn artikel concludeert hij dat de psychologie twee kanten op kan. Hij situeert haar aan de Sorbonne in Parijs en schetst haar weg omhoog, naar het Pantheon van de filosofie, of naar beneden, naar de préfecture de police, in een woord misschien ‘de norm’. Ofwel biologisch ofwel statistisch. Chargeerde hij of had hij een punt?
Er zijn redenen om aan te nemen dat gebouw A geen hoge pet op heeft van het Pantheon. Althans, de filosofie wordt er steeds marginaler. Eens werd mij gezegd niet te filosofisch te zijn in mijn psychologische verslaggeving, want ‘daar houden we hier niet zo van’. En nu is er volgens mij een mooi filosofisch getint onderdeel uit de propedeuse verdwenen. Natuurlijk moeten er zoveel mogelijk eerstejaars doorheen geloodst worden. Er kan toch weinig aan gedaan worden dat psychologie het melkkoetje van FMG is, wat weer het UvA melkkoetje is, wat een instituut is dat tegenwoordig ‘gemanaged’ wordt. En niet zomaar gemanaged, maar onder steeds strakker onderwijsbeleid van de overheid. Om echter de verantwoordelijkheid voor het verdwijnen van persoonlijkheidsleer daar te leggen voert mij te ver. In democratische context spoort het veeleer aan tot kritische zelfreflectie.
Welnu, mijns inziens is er een deel van onze psychologische historie en theorievorming teloorgegaan. In het tweede jaar blijft alleen nog het vak Grondslagen van de Psychologie staan. Ik weet niet hoe dat er nu voor staat, maar in mijn tijd stelde dat betrekkelijk weinig voor. Vooral in verhouding tot de kwaliteit van het werk dat er tegenwoordig verricht wordt in de geschiedenis en kennisleer van de psychologie. Verdieping in deze gebieden, waarvoor ik uit ben geweken naar wijsbegeerte en zuidelijke hemisfeer, leert dat veel geschiedenisonderwijs neerkomt op het inburgeren van nieuwe leden in de discipline. Dit scherpt het kritisch vermogen van psychologen ten opzichte van de eigen discipline niet bepaald. Er wordt een rechte en vrij eenduidige lijn geschetst van onze wetenschappelijke voorvaderen tot nu. Dat historische ontwikkelingen überhaupt niet zo ordelijk verlopen, dat er machtsstrijd is geweest tussen verschillende benaderingen en geldingsdrang de boventoon heeft gevoerd, dat blijft vaak buiten beschouwing. Het beeld dat we krijgen is dat van een jonge maar veelbelovende wetenschap die de worsteling uit haar beginjaren heeft doorstaan, en waarin we steeds degelijkere kennis tot de onze mogen rekenen. Naar de literatuur uit vroeger tijden mag men dan ook liever niet verwijzen, alsof men de mens nu beter kent dan vroeger. Voor historici van de psychologie is echter zoveel duidelijk: we kennen de mens steeds op andere manieren en spelen daarbij mee op het grotere maatschappelijke toneel. Ligt de nadruk daar op de productieve mens, dan is de mens voor de psychologie ook vanzelfsprekend een productief wezen. Worden er rekenmachines ontwikkeld dan lijkt het menselijk verstand op een rekenmachine, zijn het computers, dan slaat ook de mens aan het informatieprocessen, zijn het gekleurde plaatjes van het brein, dan is de mens zijn brein.
Om een lang verhaal kort te maken, we leren als psychologen op bepaalde manieren naar de mens kijken. Verdwijnen er theoretische verhalen dan verdwijnen er manieren om naar de mens te kijken en blijft er langzamerhand een verhaal over dat geldt als de standaard. Het lijkt erop dat Canguilhem het al aan zijn water voelde: biologie en statistiek zijn de psychologische strijdkleuren. Echter naast dit ene verhaal zouden nog een heleboel anderen kunnen bestaan. Als dit verhaal zichzelf blijft bevestigen krijgen we helaas het verkeerde idee dat het vanzelfsprekend is, of dichter bij de waarheid of zelfs noodzakelijk waar. Maar nee, het is een waarheid, het is een manier van kijken naar mensen, niet dé manier. Door mensen heenkijken leer je bij psychologie op een bepaalde manier, of je werkelijk door hen heenkijkt, of dat het überhaupt kan, is een ander verhaal. Op dat wijsgerige terrein vol twijfel begeven veel psychologen zich liever niet, waarschijnlijk zijn ze daarom sinds de afsplitsing van de filosofie (die zich ongeveer voltrok toen Canguilhem aan de bel trok) hardnekkig richting de Seine aan het bewegen.
Nu heeft eenieder recht op zijn eigen ontdekkingstocht door Parijs. Maar misschien is het met het verdwijnen van persoonlijkheidsleer tijd voor een waarschuwing, of slechts voor het bijstellen van het verwachtingspatroon. Zij die psychologie studeren om mensen te kunnen doorzien, raad ik aan zo snel mogelijk hun biezen te pakken. Letterlijk, want van door de wereld reizen, van de mensheid in al haar veelheid leren kennen, leer je dat veel beter dan uit een boek. Dat onze vrij geïsoleerde vormen van universitair onderwijs ons op zouden moeten leiden tot een sociaal beroep of voortrekkersrol in de samenleving is eigenlijk vreemd. Bovendien leer je door verschillende culturen heen dat de mens zo divers is dat een eenduidig wetenschappelijk verhaal erover opstellen vrijwel onmogelijk is. Goed, je leert van vurende neuronen, maar wil je met iemand communiceren dan heb je daar niet zoveel aan. Andere mensen leren kennen is veel betekenisvoller: je wilt weten van gevoelens en ervaringen, je wilt de mooie verhalen horen, je wilt ze begrijpen. Dat gebeurt veeleer op het niveau van taal en cultuur dan op neurotransmitterniveau. Zij die verwachten zeer goede kritische en academische vaardigheden op te doen moeten zich realiseren dat dit zal gebeuren binnen de grenzen van de psychologie, een bepaalde manier van naar mensen kijken. Vooral begrensd als een bepaalde psychologisch benadering het canon gaat overheersen. Wil men daarbuiten treden dan kan men beter richting Pantheon. Maar goed, dat is slechts mijn verhaal en terugkoppeling van een ontdekkingstocht. En als zelfs de verhalen van Rogers en Freud en James niet meer interessant genoeg zijn voor propedeusestudenten, wat is mijn verhaal dan waard? Een droom of verhaal interesseert toch geen psycholoog meer?
Floor van Alphen, MASc
Meer zelfreflectie? Enkele aanraders:
-Bowker, G. C. & Star, S. L. (2002). Sorting things out: Classification and its consequences. Cambridge, MA: The MIT Press.
-Danziger, K. (1990). Constructing the subject: Historical origins of psychological research. New York: Cambridge University Press.
-Danziger, K. (1997). Naming the Mind: How psychology found its language. London: Sage.
-Dehue, T. (1995). Changing the rules: Psychology in the Netherlands 1900-1985. Cambridge: Cambridge University Press.
-Hacking, I. (2002). Historical Ontology. Cambridge, MA: Harvard University Press.
-Rose, N. (1996). Inventing Our Selves: Psychology, Power and Personhood. New York: Cambridge University Press.
-Rose, N. (2006). The Politics of Life Itself: Biomedicine, Power, and Subjectivity in the Twenty-First Century. Princeton NJ, Princeton University Press.
[1] Georges Canguilhem: Qu’est-ce que c’est la psychologie? Op het Collège Philosophique, 18 december 1956. Gepubliceerd in Revue de Metaphysique et de Morale, 1958, 1; herziene versie in Cahiers pour l’Analyse, 2, maart 1966.