Portfolio & Blog
Alex had zich in stijl gekleed voor zijn eerste middag in de stad. Witte linnen broek, leren sandalen, blauw overhemd, ray-ban. Als een echte latino, dacht hij. En inderdaad, hij had zich zo bij Pablo Escobar kunnen scharen. In de straten van Once gebruikt men echter geen cocaïne, maar het dodelijke restproduct paco. Geen rijke drugsbaronnen, maar hoererende travestieten en kruimeldieven in onze buurt. Goed gekleed en met zijn gebruikelijke volume al Nederlands orerend over de stoep, trok hij al snel de aandacht van een paar kleine agressieve Argentijnen en wist aanvankelijk niet wat hem overkwam.
Het was het gebruikelijke trucje: de een vraagt je wat onverstaanbaars terwijl de ander in je broekzak grijpt. In Buenos Aires zijn deze kereltjes echter minder behendig dan elders en ze hadden de situatie (daglicht, een gezelschap van vier) verkeerd ingeschat. Bibi en ik drongen ons ertussen en spoorden aan tot doorlopen. Eentje dacht te kunnen bluffen met een hand onder zijn shirt, maar een kop kleiner en opgewonden gesticulerend maakte hij een weinig overtuigende indruk op me. Argentinos doen wel vaker alsof ze een wapen in hun broek hebben. Yuri was zich van geen kwaad bewust. Hem was nooit iets dergelijks overkomen, vind je het gek, twee keer zo groot als de gemiddelde Argentijn. Bibi, die door kan gaan voor een porteña, zag de bui al hangen. Zij zou immers voortdurend over straat moeten met haar geliefde dromer en aandachttrekker. Alex echter paste zijn klederdracht drastisch aan, een kapotte spijkerbroek en bevlekt wit hemd, om zo min mogelijk op te vallen. Gedurende de daarop volgende dagen begaven ze zich vooral in de welvarender wijken van de stad. Alex verontwaardigd “daar dragen ze wel witte broeken!”, tsja de cocaïne moet ergens geconsumeerd worden. Hij hervond zijn heldhaftigheid al snel op het terrasje in Palermo als “Capitán Quesadilla” (kapitein kaaspannenkoek) en verheugde zich, onbekommerd babbelend in het Spaans, over het goede vlees, de goedkope cocktails, de mate, de tango en zelfs het bier “Quilmes, qué más?”.
Op het strand in Uruguay bleek dat het in mijn ogen kleine incident toch veel indruk had gemaakt. Alex ontspande zich en verzuchtte dat het wel vermoeiend was de hele tijd op je hoede te zijn. Ook Bibi voelde zich iets minder onder druk staan. Ze waren in hun element. De Uruguayos, rustiger en vriendelijker dan de Argentijnse stedeling, bevielen veel beter. Bovendien hadden zij die op straat rondhingen tenminste wat om handen, een thermoskan en een mate. Als er ‘I ♥ Uruguay’ shirts geweest waren… Buiten dat het veel fijner was om bij de zee te zijn dan in de verstikkende hitte van Buenos Aires, was er nog een reden waarom Alex met tegenzin wegging uit Uruguay. Hij voelde zich maar weinig op zijn gemak in de stad. Maar hij had zich laten inspireren. Als een echte Uruguayo, met thermo onder de arm en eigen mate in de hand, ging hij de laatste dagen ontspannen over straat, ook daar waar minder toeristen komen. Toen hij zaterdag onverrichter zake terugkwam van het vliegveld, hij zou pas een dag later achter Bibi aan kunnen vliegen, en zich bij ons schaarde in het favoriete tentje in Palermo bleek dit geheel naar zijn zin. “Ik zou wel weer een quesadilla lusten!” En nadat hij zijn koffer naar huis had gebracht, schoof hij glunderend aan voor een biertje. Hij was zelf naar de bushalte gelopen, door het straatje waar hij eerder bijna beroofd was, had de bus genomen en ons moeiteloos gevonden. Zijn laatste zomeravond in Buenos Aires kon niet meer stuk “que bueeeno!”.