Psychologie op de pampas

Spiegeloog, 35e jaargang, nummer 319, mei 2008

De boekenlijst staat vol met werken van Freud, Lacan en Nietzsche. Er wordt college gegeven over de Rorschach-test. Bijna iedereen is wel eens in psychoanalyse geweest en vertelt daar schaamteloos over. ‘Verdringing’ wordt slechts toegeschreven aan politici. Studeren is er gratis. Waar zijn we nu dan beland? Op de psychologiefaculteit van de Universiteit van Buenos Aires, Argentinië. Hoe invloedrijk is de psychoanalyse aan de UBA en hoe is dit zo gekomen? Wat kunnen we er aan de UvA van leren?

 

Er zijn enkele overeenkomsten tussen de UvA en de UBA. Zo kiezen veel studenten voor psychologie omdat ze niet weten wat ze moeten studeren, slaan veel studenten hun boeken nauwelijks open en is het eerste jaar wel erg algemeen. Inhoudelijk zijn er echter grote verschillen. Cecilia en Ana, twee studentes aan de leerstoelgroep Geschiedenis van de Psychologie, weten te vertellen dat het gehele oeuvre van Freud behoort tot de verplichte literatuur. Ook de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, die de structuralistische taalkunde introduceerde in de psychoanalyse, komt gedurende de gehele opleiding voorbij. ‘We zijn allemaal Lacanianen,’ stelt Cecilia. Psychologie aan de UBA is dan ook voornamelijk klinische psychologie met een filosofische of postmoderne invalshoek. Men kan kiezen voor juridische psychologie, arbeidspsychologie en onderwijspsychologie en er worden ook neuropsychologische en methodologische vakken gegeven, maar alles krijgt een onmiskenbaar klinisch psychoanalytisch stempel.

De experimentele psychologie, zoals we die kennen in Amsterdam, wordt maar weinig bedreven. Er is geen laboratoriumruimte, laat staan apparatuur, misschien kom je nog net ergens een Skinnerbox tegen. Men is op de hoogte van de wetenschappelijke traditie die begon met Wundt en Galton, maar deze heeft veel minder navolging gekregen. In plaats van een syllabus met de meest recente wetenschappelijke artikelen uit de Verenigde Staten, liggen er bij de Argentijnse VSPA-balie werken van beroemde filosofen. De student, die zich met een boek van Foucault voorbereidt op een mondeling Geschiedenis van de Psychologie, is geschokt als ik vertel dat deze Franse filosoof en historicus geen onderdeel is van ons curriculum. Ik vraag hem wat hij van de groeiende belangstelling voor cognitieve gedragstherapie vindt. ‘Het is een modegril en geen werkelijk alternatief voor de psychoanalyse.’ De term evidence-based zal je niet snel horen vallen. De studenten nemen wel deel aan onderzoeksprojecten gedurende de opleiding, maar deze lijken weinig op het OP. Statistiek vormt slechts een klein onderdeel van de opleiding en heeft volgens Cecilia ook niet zoveel zin als Freud in het middelpunt van de belangstelling staat.

Wat zouden de studentes willen veranderen aan de studie? Cecilia is zeer tevreden maar haar studieplezier zou gebaat zijn bij meer mogelijkheden om stage te lopen en om dan ook daadwerkelijk de handen uit de mouwen te mogen steken. Ana is kritischer. ‘We lezen allemaal oude boeken in plaats van recent onderzoek. Ik zou graag een meer wetenschappelijke psychologie zien, meer onderzoek, en de psychoanalyse onderbrengen bij de filosofiefaculteit. Maar ik ben niet echt een representatieve student.’

 

Psy-cultuur

De psychologie en de psychoanalyse in het bijzonder zijn erg populair in Buenos Aires, zowel binnen als buiten universitaire kringen. ‘Porteños [de inwoners van de hoofdstad – fva] vinden psychologen geweldig. Het beeld van de psychoanalyticus, dat direct met de psychologie is geassocieerd, speelt een prominente rol in onze cultuur. We gaan naar de sportschool en naar de psycholoog,’ grapt Cecilia. En inderdaad, de zogenaamde ‘psy-cultuur’ is overal aanwezig. In film en literatuur, op de boekenmarkt en in de kiosk, er is zelfs een buurt die Villa Freud heet vanwege alle psy’s die er wonen en werken.

De cijfers zijn indrukwekkend. In Buenos Aires zijn er 126 inwoners per psycholoog. Over het geheel genomen is er in Argentinië één psycholoog op de 754 inwoners. Dat is waarschijnlijk meer dan waar ook ter wereld. Een derde van de in Argentinië afgestudeerde psychologen komt van de UBA. De psychologiefaculteit kent het grootste aantal studenten van de hele universiteit: 18.668 (Alonso & Gago, 2006). Bij de leerstoelgroep Freudiaanse psychoanalyse studeren er op het moment zo’n 2500 studenten. Van de veertig leerstoelgroepen houden er vier zich bezig met psychoanalyse en heeft de rest veelal betrekking tot klinische psychologie, de klinische ontwikkelingspsychologie, klinische neuropsychologie en de arbeid en gezondheidspsychologie. Bij veel verplichte vakken, zoals psychopathologie, ligt er een grote nadruk op de psychoanalyse.

De populariteit van de psychoanalyse aan de UBA houdt verband met de versmelting van dit gedachtegoed met de hedendaagse grootstedelijke cultuur in Argentinië. Een veelgehoord grapje spreekt boekdelen: Hoe pleegt een Argentijn zelfmoord? Hij klimt bovenop zijn ego en springt ervan af.

 

Immigratie, intellectualisme en ideologie

Bepaalde sociaal-politieke factoren droegen bij aan de ontwikkeling van de psychoanalyse in Argentinië. Met enorme hoeveelheden Europese immigranten is de aandacht in Buenos Aires al lange tijd gericht op Europa, vooral in intellectuele kringen. Daarin werd een voorbeeld genomen aan het Franse intellectualisme, waarin de psychoanalyse een grote rol speelt. Volgens historicus Mariano Plotkin (2003) werden de Europese psychoanalytici die zich in het begin van de twintigste eeuw vestigden in Argentinië niet gezien als buitenlanders, zoals in de Verenigde Staten gebeurde, omdat zij het Spaans vloeiend beheersten. Dit maakte de acceptatie en verspreiding van het psychoanalytisch gedachtegoed gemakkelijker. De flexibiliteit in interpretatie maakte het mogelijk de ideeën binnen de verschillende politieke ideologieën te passen in het Buenos Aires van de jaren dertig en veertig. De psychoanalyse raakte allengs meer geassocieerd met de liberale oppositie van het anti-intellectualistisch regime van Perón. In de jaren zestig, na de val van het peronisme, waren psychoanalytici daarom erg populair. Ook vanwege de bevlogenheid waarmee ze zochten naar mogelijke toepassingen van de psychoanalyse, om zoveel mogelijk mensen ervan te laten profiteren. De psychoanalyse was een instrument voor culturele modernisering en voor sociale revolutie en verspreidde zich over ziekenhuizen, scholen en andere instituties. Tijdens de militaire dictatuur in de jaren zeventig werden linkse intellectuelen, waaronder ook psychoanalytici, door het regiem gezien als mogelijke subversieve elementen. De psychoanalyse was echter zodanig verspreid in de samenleving dat zij niet weggevaagd kon worden. De militairen gebruikten enerzijds de methodologie om hun politiek te rechtvaardigen en onderdrukten anderzijds de ideologie. Het herstel van de democratie maakte een heropleving mogelijk.

Kortom, men maakte zich de psychoanalyse snel eigen en deze wist zich vervolgens in de complexe politieke omstandigheden door engagement te vestigen. De institutionele macht van de psychoanalyse, haar aanwezigheid in ziekenhuizen, op scholen en op de openbare universiteiten, maakt dat de populariteit onverminderd groot is nu er meer politieke stabiliteit is.

 

Psychoanalytische psychologie aan de UBA

Sinds 1896 bestaat er al een leerstoelgroep psychologie aan de UBA. Docente Geschiedenis van de Psychologie Marcela Borinsky vertelt dat psychologie aanvankelijk werd benaderd vanuit de experimentele invalshoek. De psychoanalyse werd door de psychiaters die het vak onderwezen al vroeg geïntroduceerd als moderne psychologische methode. Omdat de experimentele traditie nog niet zo sterk ontwikkeld was, werd de psychoanalyse niet aan een experimentele psychologie getoetst maar vestigde de psychologie zich als wetenschap door middel van de psychoanalyse.

Aan de wieg van de opleiding psychologie stonden vooral psychoanalytici en sociologen (Dagfal, 2007). Ook omdat de opleiding tot stand kwam in de politieke context van het aan socialisme verwante peronisme, was deze van meet af aan gericht op de klinische functie: het helpen van de medemens. De invloed van Freud was echter geenszins dogmatisch. ‘Het moge duidelijk zijn dat het aandeel van de psychoanalyse in de menswetenschappen op geen enkele manier wordt bepaald door één school of stroming, ook niet door stromingen die een pure of orthodoxe psychoanalyse nastreven en andere stromingen buitensluiten’ aldus oprichter van de opleiding Gino Germani in 1958 (Dagfal, 2007).

Het psychoanalytische karakter van de opleiding uit zich voornamelijk in een kritische houding. Psychoanalyticus en professor Juan Carlos Cosentino studeerde medicijnen in de revolutionaire hoogtijdagen van de psychoanalyse. Hij vertelt dat de eerste kennismaking met de psychoanalyse een enorme impact had in de context van het idealisme van de jaren zestig. Het kritische geluid, geïnspireerd door Marx, Freud en Lacan, verstomde tijdens de militaire dictatuur. Verdacht van politieke activiteit liep men het gevaar gemarteld en vermoord te worden. Van degenen die spoorloos verdwenen was 21% student en 10% universitair medewerker (Plotkin, 2003). Het regiem hield de universiteit in een verstikkende greep, met name de faculteit voor sociale en menswetenschappen. Met het herstel van de democratie werd de opleiding psychologie opnieuw ingericht en kregen Freud en Lacan weer een voorname rol toebedeeld. In 1985 werd de psychologenwet aangenomen. Na jaren onenigheid mochten naast medici nu ook psychologen psychotherapie gaan geven. De opleiding psychologie kreeg een hogere status en de klinische oriëntatie van de opleiding werd versterkt.

Psychologie in de uitverkoop

Het psychologenaanbod is inmiddels zo groot dat psychologische dienstverlening goedkoop overal wordt aangeboden. Psychologen werken zich een slag in de rondte om genoeg geld te verdienen. Een privépraktijk is er voor velen niet meer bij. ‘Er zijn te veel psychologen,’ stelt Borinsky. De explosieve groei van het aantal jonge psychotherapeuten komt door het enorme aanbod van opleidingen. Dat studenten blijven kiezen voor psychoanalyse, terwijl er weinig en vooral weinig goed betaald werk is, komt volgens Cosentino door het grote aanzien dat de psychoanalyse en het beroep psychotherapeut genieten in Buenos Aires. Hij vindt het een curieus fenomeen en stelt dat de invloed van de psychoanalyse te groot is. Allerlei instituties bieden psychoanalyse aan, zowel privé-ziekenhuizen als publieke gezondheidscentra. Dit heeft tot gevolg dat de psychoanalyse steeds diffuser wordt. Onderwijs en onderzoek in de psychoanalyse gaan alle kanten op. Therapie wordt op alle mogelijke manieren en in allerlei varianten aangeboden. Er wordt sinds een aantal jaren zelfs reclame gemaakt voor psychoanalyse. Cosentino signaleert hier een gevaar: ‘Het meest interessante aan de psychoanalyse is het anti-kapitalistische karakter. Psychoanalyse staat buiten het idee dat tijd geld is. De droom is bijvoorbeeld een belangrijk concept, omdat deze door en door individueel is. Een droom is een van de weinige dingen die je niet kan globaliseren. We moeten uitkijken dat het gedachtegoed niet een commercieel product wordt op de markt van vraag en aanbod.’

 

Geëngageerde versus gedepersonaliseerde psychologie

De psychoanalyse is in Argentinië duidelijk een eigen leven gaan leiden. Waar het in Nederland een nogal exclusieve therapievorm is, is het in Argentinië gemeengoed. Het is niet alleen een therapie die voor iedereen beschikbaar is, maar ook gekoppeld aan een politieke ideologie en een belangrijk onderdeel van de cultuur. ‘Voor een volk dat de ene na de andere crisis heeft moeten doorstaan, maken Freud en Lacan het mogelijk een ander perspectief in te nemen ten opzichte van het eigen leed,’ aldus Cosentino. Volgens Cecilia en Ana is het politieke engagement van de jaren zestig door de dictatoriale klap grotendeels uit de opleiding psychologie verdwenen. De psychoanalyse zelf lijkt echter niet aan politiek bewustzijn te hebben ingeboet. Het engagement is nog steeds voelbaar aanwezig op de UBA, maar misschien gekanaliseerd in een kritische en reflectieve houding.

Marcela Borinsky meent dat de experimentele psychologie zo langzamerhand voet aan de grond krijgt op de universiteit. Na de dictatuur kon men zich namelijk openstellen voor invloeden van buitenaf, zoals het behaviorisme en cognitivisme. Volgens Borinsky bevindt de UBA zich in een perifere positie in de wetenschap, ver verwijderd van Europa en de Verenigde Staten. Dat is een groot voordeel, want ‘van alles krijgen we hier een beetje’ en zo kunnen er veel verschillende modellen en visies naast elkaar bestaan. Cecilia en Ana zeggen nog weinig te merken van invloeden van buitenaf. Ze voelen wel wat voor meer uitwisseling met de experimentele psychologie.

Cosentino is wat dat betreft voorzichtiger. Hij probeert in zijn onderzoek en onderwijs de spanning tussen psychologie en psychoanalyse te bewaren. ‘De psychoanalyse moet niet door de psychologie gedomesticeerd worden en de psychoanalyse is niet het enige psychologische model.’ Het grote verschil tussen de psychoanalyse en de experimentele psychologie ligt volgens Cosentino in de benadering van het menselijk subject. ‘De psychoanalyse maakt het subject en zijn imperfecte onbewuste structuur zichtbaar. Ze laat onze irrationaliteit zien. In de positivistische wetenschap verdwijnt het subject. Er wordt gezocht naar een allesomvattende verklaring. De psychoanalyse bekritiseert het idee van een Weltanschauung; er kan geen definitie van “het alles” gegeven worden.’ Dit verschil zou uitwisseling tussen Nederland en Argentinië kunnen bemoeilijken. De grootste hindernis voor uitwisselingsprojecten is echter het gebrek aan financieringsmogelijkheden. ‘Zodra er geld is, is er van alles mogelijk.’

Er bestaat geen uitwisselingsprogramma tussen UvA en UBA, maar wel met enkele dure particuliere Argentijnse universiteiten waar men kan voldoen aan de strenge Nederlandse eisen. Dat is niet iets om trots op te zijn. Hoewel men in Buenos Aires niet beschikt over de middelen waar wij in Amsterdam over beschikken (denk aan laboratoria, computers, geld), kunnen wij wel degelijk wat leren van onze Argentijnse collega’s. Dat psychologie niet in een sociaal-politiek vacuüm staat bijvoorbeeld. Of dat wetenschap niet cultuuroverstijgend maar cultureel bepaald is. Of dat geld een grotere rol speelt in onze wetenschap dan we denken.

Zodra er engagement, kritische reflectie en idealisme is, is er van alles mogelijk.

 

Bronnen

- Alonso, M. M., & Gago, P. T. (2006). Algunos aspectos cuantitativos de la evolución de la psicología en Argentina 1975-2005. UBA – Facultad de psicología – XIII Jornadas de investigación.

- Dagfal, A. (2007). A cincuenta años de la creación de la carrera de psicología de la UBA. Buenos Aires: Editorial Paidós (onderdeel van een nog te publiceren bloemlezing).

- Plotkin, M. B. (2003). Freud en las pampas. Orígenes y desarollo de una cultura psicoanalítica en la Argentina (1910-1983). Buenos Aires: Editorial Sudamericana.

Categorized Under

Feit?

« Ceci n’est pas une Hollandaise
Origami »

Alles op een rijtje

Fotografía

Ventana al cielo

Encender, apagar

Hay agua caliente

Zwart-wit Schaap

Pichi

Bajo la bandera

Mirando atrás

Garrapiñadas

Greenhost webhosting