Portfolio & Blog
Er is geen betere plek om het dagelijks leven rustig te observeren dan gezeten op bankje op het centrale plein. Bovendien is het een uitstekende plek om te wachten op de nachtbus. Op plaza Murillo in La Paz was het een af en aan van zakenlui, terwijl een fanfare de kranslegging, ter gelegenheid van de verbeterde watervoorziening ergens in een ver weg gelegen provincie, begeleidde. Twee politici waagden een dansje. Er liep een klein meisje met een gebreid mutsje rond, dochter van een van de gelatina-verkoopsters (plastic bekertjes met rode jellypudding en slagroom). Op een gegeven moment was het mutsje weg. Op het centrale plein in Sucre speelden de schoenenpoetsjongetjes met een ballon in de schaduw van de hoge palmbomen. Hij knapte. Een van hen begon een gesprek met mij in de hoop dat ik mijn schoenen wilde laten poetsen. Beteuterd blies hij na verwoedde pogingen de aftocht. Naast mij zat een elitair echtpaar de politieke situatie te bediscussiëren. Op het bankje met uitzicht op Tarija´s decadente fontein kwam een vrouw naast me zitten, typisch Boliviaans uitgedost met een opbollende plooirok en twee lange zwarte vlechten. Haar man begon me langs haar heen te bevragen. Maar totaal genegeerd werd ze niet, ze hoefde maar eenmaal op te merken dat ze wilde gaan, of de man verontschuldigde zich en volgde haar. Het plein vulde zich met jongeren in schooltenue, wel vier giechelende meisjes pasten naast me op het bankje. Alle ogen volgden de man in de rolstoel. De duiven gingen, goed geconditioneerd, al op zijn hoed zitten voordat hij de maïskorrels tevoorschijn viste. Klapperende vleugels toen twee duiven zich de beperkte plek op de hoed wilden toeëigenen. De gelatina en flan zagen er goed uit, maar met een lange busreis in het vooruitzicht misschien beter om het niet uit te proberen.
Net als op de centrale pleinen zijn er in het busstation overal kleine stalletjes met kleine snoepjes, chocolade en chips. Met een deken omzich heen geslagen en dikke sokken in de sandalen zit de verkoopster ernaast. Een jonge moeder heeft moeite haar kroost in toom te houden: de koekjes werken niet, het kleine meisje gooit ze op de grond, ze delen samen een gelatina en het kind is weer stil.
De bus wordt volgeladen met allerlei dozen en enorme plastic tassen, zo wordt de waar hier vervoerd, en als we eindelijk vertrekken duurt het lang voordat we zonder te stoppen doorrijden. Eerst stapt er een meisje in dat op haar allerbeleefdst chocolaatjes probeert te verkopen aan de passagiers, om haar school te kunnen betalen, dan moet de chauffeur ergens nog wat regelen, even later stoppen we zodat een hele troep vrouwen en meisjes in kan stappen om brood, frisdrank en zoetigheden te verkopen en vervolgens zodat de passagiers hun maag kunnen vullen met kip in het wegrestaurant. Geen wonder dat de reis zolang duurt, maar nog voor zonsopgang komen we aan en stap ik de duisternis in op zoek naar een hostel.
Vandaag was het wachten anders dan gebruikelijk. Ik stapte op een paard en reed regelrecht een spaghetti-western in. Een droog landschap met hoge rode rotsen en groene cactussen. Een paar kilometer naar het noorden brachten Butch Cassidy en the Sundance Kid hun laatste dagen door. Het wilde westen bevindt zich namelijk nergens anders dan in zuid-Bolivia. Ik ben naar plekken gereden met illustere namen als Puerta del Diablo, Valle de los Machos en Inca Canyon, die eruitzagen als een filmset. Ondertussen voelde ik me steeds meer cowgirl naarmate ik het paard beter beheerste. In Mexico op de rug van Plata werd ik hevig door elkaar geschud, maar op de rug van mi amigo Diego kreeg ik de draf onder de knie en ben ik gillend van de pret in gallop door de vallei heen gedenderd. Goed, Zorro was het niet, maar zelfverzekerd en stoer hobbelend op mijn edel dier, Ennio Morricone fluitend, constateerde ik dat de zadelpijn deze keer uitbleef. Nog even wachten op de trein (ook al zo western), waarschijnlijk op een bankje op het centrale plein, en dan zet ik mijn Clint Eastwood-avontuur al dromend voort.