Portfolio & Blog
Het afscheid van Centraal-Amerika voelde wat overhaast, vliegtuig bus vliegtuig en ik bevond mezelf in het zuiderlijk halfrond. In het vliegtuig van Havana naar San José, kreeg ik nog een vleugje El Salvador mee: vader, compleet met sombrero, en dochter kwamen naast me zitten. Geweldige mensen, het was de leukste vliegreis tot nu toe. In San José was het contrast met Cuba wel erg groot. Er kon alleen gegeten worden in MacDonalds, Burger King of Pizza Hut voordat ik op de nachtbus naar Panamá stapte. Na een verschrikkelijk lange reis en veel te veel gezeur bij de douane, bleek Panama City een verademing. De prachtige oude wijk Casco Viejo wordt voor een groot deel omgeven door een baai. Ik kon heerlijk uitwaaien in de pacifische wind en het naderend regenseizoen ruiken. Het uitzicht op de metropolitische skyline aan de ene kant en de enorme brug over het kanaal aan de andere kant deed me het wel heel korte verblijf in Panamá betreuren. Dat men overal erg vriendelijk was, deed daar nog een schepje bovenop. Maar de volgende ochtend vertrok mijn vliegtuig naar Lima en ik zat erin.
Nou is Peru net zo Latijns-Amerikaans als alle andere landen die ik heb bezocht, maar toch was het behoorlijk acclimatiseren de afgelopen week. Zowel aan de grote variëteit aan temperaturen, als aan de bizarre landschappen en de Peruaanse keuken. Lima is vooral grijs: waar de smog ophoudt beginnen de wolken, wat de stad in een groezelig licht hult. Het landschap aan de kust is een dorre, rotsachtige zandmassa, die mij ertoe deed besluiten zo snel mogelijk de bergen op te zoeken. De tussenstop in een oase in de woestijn bleek een aangename verrassing. Het was een oase zoals ik me die als kind voorstelde: waterplas met palmbomen, een plukje groen omgeven door enorme zandduinen met een perfecte vouwlijn (ja, zelfs met je neus er bovenop zijn ze haarscherp). In de schemering togen we met een buggy de woestijn in, een achtbaan-ervaring in een ontzagwekkend landschap. Op mijn buik met een sandboard van een honderd meter hoge steile zandhelling af. Broekzakken en sokken vol met zand en een knisperend gevoel tussen je tanden. De ultieme zandbakpret.
Van spelen krijg je honger, dus ik ging de Peruaanse keuken verkennen. Erg lekker, maar toen ik diezelfde nacht met een buitenproportionele allergische aanval in het dorpsziekenhuis lag, moest ik toegeven dat er wel wat mis mee was. Het ziekenhuis was een buitengewone toeristische attractie: ik mocht na de diagnose hijgend en wel aan de overkant van de straat de medicijnen kopen en toen die niet aansloegen werd ik met infuus naar een bed verplaatst op een slaapzaal met stervende oude vrouwtjes. Een verschrikkelijk deprimerende plek, versleten bedden op een kluitje en een horror-toilet. De volgende ochtend constateerde ik al snel dat mijn ogen niet meer opgezwollen waren en lag ik vervolgens drie uur te wachten totdat de dokters hetzelfde kwamen vaststellen. Toen ik eindelijk ontslagen werd, kreeg ik van de dokter een waslijst met wat ik allemaal niet mocht eten de volgende tien dagen. Dat kwam erop neer dat ik op een rijst-dieet werd gezet. Op deze manier kon ik de malaise slechts deels achter me laten door halsoverkop de bergen in te trekken.
Arequipa is een mooie stad met elegante koloniale straten en parken en op de achtergrond bergen met besneeuwde toppen. Daarnaast is het de uitvalsbasis voor trektochten door de Colca Canyon, het rijk van de condor. Ik voelde me fit genoeg voor een bergwandeling en er zou rekening gehouden worden met mijn dieet, dus gaan (zonder banaan, helaas)! Natuurlijk niet zonder nieuwe alpaca-trui, want het is fris in de bergen. Over een prachtige kale hoogvlakte met hier en daar een lama, reden we naar een van ´s werelds diepste canyons, waar de tradities van de Andes goed worden bewaard. Vrouwen gekleed in kleurig geborduurde stoffen vulden druk kletsend het gangpad van de bus met enorme tassen vol toeristische waar. In het dorp holden kinderen met rode wangen van de bergzon tussen de kleine stenen huisjes door. We daalden af naar een dorpje beneden in de canyon, slechts te voet of per muilezel te bereiken. Uitgeput kwamen we na zonsondergang aan. Coca-thee drinken bij het vuur waarboven gekookt werd.
Het was die nacht volle maan en de canyon was betoverend verlicht terwijl ik op en neer ging naar het toilet. De Cubaanse revolutie hadden mijn ingewanden nog weten te onderdrukken, maar de wraak van de Inca´s was oppermachtig. Letterlijk leeg en zonder enige slaap aanvaardde ik de volgende dag de weg terug: drie uur omhoog, ruim duizend meter. Een bad in de oase, met de wanden van de canyon indrukwekkend boven ons uittorenend, deed me goed, maar tot deze klim bleek ik eigenlijk niet in staat. Ik heb het gehaald, zonder muilezel. Dat was echter op een voorwaarde: nooit meer.
Vandaag heb ik condors rakelings langs zien vliegen en inmiddels vind ik geacclimatiseerd een nogal eufemistische term om mijn verhouding tot Peru uit te drukken.