Uit de schommelstoel

Tijdens het voortdurend nieuwe mensen leren kennen, vraag ik me zodra ik iemand wat beter ken vaak af wat nou ook alweer mijn eerste indruk was van deze persoon. Het is moeilijk deze precies voor de geest te halen, want bij nadere kennismaking verdwijnt de eerste indruk. Soms is het jammer dat deze me niet bijblijft en zou ik me bepaalde mensen liever herinneren zoals ze aanvankelijk op me overkwamen.
Het dubbele gevoel van aan de ene kant beter willen leren kennen en aan de andere kant graag de eerste positieve indruk willen bewaren, speelde afgelopen week in de nadere kennismaking met Nicaragua. De positieve eerste indruk van het land van de schommelstoel en haar vriendelijke bewoners moest enigszins genuanceerd worden. Men is inderdaad zeer vriendelijk, maar van de agressiviteit van de mannen onderling, van het in Centraal-Amerika ongeëvenaarde machismo en de conservatieve vooroordelen wordt je niet vrolijk. Op het strand was ik getuige van een wel bijzonder eenzijdige vechtpartij. Er werd iemand in elkaar getrapt, totdat ik boos brulde basta ya! Een Nicaraguaanse amigo maande me tot kalmte: het slachtoffer had vast iets stoms gedaan. Kanmenietschelen, geweld is voor hen met het cognitief vermogen van een aardappel. Waar ik ook boos van wordt zijn de geluidjes die mannen regelmatig maken als ik langsloop, ik ben geen hond!, de Nica´s storen zich ook aan deze vulgaire gewoonte.
Léon leek aanvankelijk een heel progressieve, intellectuele stad, maar dit beeld werd deels overschaduwd door nationalisme (als ik op moet staan bij volksliederen bij aanvang van een filmfestival, in het theater ja, dan gaat er iets jeuken) en de kortzichtige moraal (hippies zijn de as van het kwaad en een joint snuif je door je neus, aldus een toneelstuk, notabene opgevoerd door studenten. Hmmm, is dit de maatschappijkritische functie van het theater?). Léon is bovenal religieus, blijkt uit de vele processies die tergend langzaam door de straten trekken. Jezus met zijn kruis op de schouders gehesen omringd door een stille menigte en een kleine fanfare met valse en eveneens tergend langzame hoem…………………….pa-muziek.
Semana Santa is in aantocht en hoewel ik benieuwd ben naar de religieuze festiviteiten ga ik rustiger oorden opzoeken. Niet uit afkeer van het religieuze, het is ook indrukwekkend hoe sterk het geloof is hier en natuurlijk voel ik eerbied bij het zegen van een allerliefste Nica-oma. Maar er is geen vrijwilligerswerk meer tot en met de feestweek en na twee weken heb ik het wel gezien hier. Het is goed om een plek beter te leren kennen, het lekkere eten (panqueques con queso onder de sterrenhemel), de goede muziek, het stopwoord (¡que barbaridad!), de sport (tafelvoetbal, ja de heren zijn onder de indruk van mijn fanatieke, maar gecoördineerde spel) en de drank (Flor de Caña, de trots van Nicaragua). Maar de routine kan gaan vervelen en de heimwee kan toeslaan. Met mijn rugzak op mijn rug weet ik weer waarvoor ik hier ben en niet daar in de prille Amsterdamse lente…

Categorized Under

Vanuit een hangmat

« Muy Nica
Springbreak @ Ometepe »

Alles op een rijtje

Fotografía

Ventana al cielo

Encender, apagar

Hay agua caliente

Zwart-wit Schaap

Pichi

Bajo la bandera

Mirando atrás

Garrapiñadas

Greenhost webhosting