Portfolio & Blog
Zout
Rondom Livingston heb ik het vrij droog gehouden, aan het water op een steiger in de zon, op het water in de boot, heerlijk. Onderweg naar de Islas de Bahia heb ik moeten constateren dat het maar een vieze boel is aan de noordkust van Honduras en heb ik het water gemeden. Mijn voorkeur om dichtbij, maar niet in het water te zijn, heeft wellicht te maken met het bijzondere vermogen van mijn neus om zich vol te zuigen met water, zodat ik precies weet waar in mijn hoofd de holtes zitten en hijgend en proestend me zo snel mogelijk uit het water hijs.
Dat dit enige consequenties zou hebben voor het duiken had ik me niet gerealiseerd onderweg naar Utila, het eiland in de Carribean waar iedereen komt om (goedkoop) te duiken. Enthousiast schreef ik me bij aankomst op Utila in bij de gezelligste duikschool die ik aantrof. Het theoretisch gedeelte van de cursus ging voorspoedig, ik had de duikuitrusting snel in de smiezen en zat vol vertrouwen op de boot, lekker deinend op de golven in de zon, op weg naar praktijkles nummer een.
Zoals ik geleerd had maakte ik de reuzestap het water in: masker en luchtregulator met een hand tegen mijn hoofd aan klemmend, met de andere hand om de riem met de loodgewichten en met de blik op de horizon. Plons! Verlost van het gewicht van de duikuitrusting dreef ik comfortabel in het water en bestudeerde nieuwsgierig het onderwaterleven. Geen kunst aan, dat duiken, dacht ik. Tot de oefening met het masker. Rustig door de mond ademend zou ik het masker moeten verwijderen, weer opzetten en leegblazen met de neus. Het masker ging af en binnen no-time had ik me naar de oppervlakte geworsteld, stikkend in het zoute water dat in grote hoeveelheden naar binnen was gestroomd. Een duidelijk geval van verstikkingsangst, paniek.
Daarna was het duiken niet zo leuk meer, het koraal kon me gestolen worden, het natpak irriteerde me mateloos en ik ergerde me aan het voortdurende ‘duiken is geweeeeldig’. Met tegenzin ging ik de volgende ochtend mee met mijn instructeur om de oefening onder de knie te krijgen. Rustig ademen…
Inmiddels ben ik vier duiken verder (twee tot op 25 meter diepte!), ben ik gecertificeerd duiker, spring ik zonder nadenken het water in om dolfijnen achterna te snorkelen, heb ik een schildpad, een barracuda, prachtig koraal een geweldig gekleurde visjes gezien. Vooral die hele kleine die voor de helft felpaars en voor de helft felgeel zijn, wauw! Het meerminnen gaat me steeds beter af en na afloop heerlijk opdrogen in de zon op het dak van de boot. Angst overwonnen.
Zoet
En toen brak de dag aan om het eiland te verlaten. Ik werd wakker van geruis en vroeg me af of ik de ventilator aan had laten staan. Ik schoof het gordijn opzij: regen. Grote druppels in enorme hoeveelheden. Aan een stuk door heeft het de afgelopen dagen geregend en gewaaid. De veerdienst naar het vasteland heeft de pogingen om mensen van het eiland af te krijgen gestaakt na een gevaarlijke tocht over hoge golven. De straat is een rivier en iedereen ziet er bijzonder charmant uit in regencape. Mijn verschijning in doorzichtig plastic van de Hema doet iedereen glimlachen. Het kameraadschappelijke gevoel, met zijn allen in hetzelfde schuitje, verhindert echter niet dat ik me wat chagerijnig en onrustig voel. Vastzitten op een eiland in de regen, waar alleen wat te doen is als de zon schijnt, met ontzettend veel zin om Nicaragua te verkennen is behoorlijk frustrerend. Andrew, mijn Britse divebuddy, en ik hebben uit verveling onze psychologische analyses op de duikgemeenschap losgelaten. We zijn tot de conclusie gekomen dat de cultuurverschillen in wachtgedrag niet gering zijn. Waar de twee Franse broertjes superstoned op de bank hangen en naar reggae luisteren, mij ergerniswekkend bezwerend dat ik me niet zo druk moet maken, maken de andere Nederlanders en Britten zich net zo druk en kunnen we samen lekker zeuren over het weer en ons stierlijk vervelen. Het is genoeg geweest onder water, een boot graag.