Portfolio & Blog
Op een avond ging de wind liggen op Utila. De kolibries togen vanaf de veranda de frisse lucht in die de regen had achtergelaten. Het was tijd om te gaan. Na een feestelijke laatste avond, verliet ik het eiland vroeg in de morgen met gemengde gevoelens.
De reis duurde twee dagen en voerde via Tegucigalpa en een omweg door de bergen naar Nicaragua. De omweg was inderdaad een mooie route en een goede kennismaking met Nicaragua. De bus werd regelmatig overladen met mensen die allerlei hapjes verkochten, meer dan in Honduras en Guatemala. De nonchalance waarmee de plastic verpakkingsmaterialen uit het raam van de bus werden gegooid was echter exact hetzelfde. Tijdens de laatste twee uur over een stoffige zandweg in droge hitte, wou ik dat ik de kortere route had genomen.
Léon, met koloniale huizen in aardetinten, was mooi in het licht van de namiddagzon. Het ruime donkere hostel was verlaten. Die nacht schrok ik wakker van wat leek op een poging om de deur van mijn kamer te forceren, het waren echter de mango´s die uit de bomen op het golfplaten dak vielen. Het was fijn om even introvert te zijn in Léon, dromend over straat, maar het gepieker over het vervolg van de reis deed me voor het eerst sinds twee maanden op mijn nagels bijten. Zes maanden leek opeens veel minder tijd dan ik me rijk gedacht had. Ik schudde mezelf wakker met het besluit om naar Little Corn Island te gaan voordat ik vrijwilligerswerk zou zoeken. Helemaal wakker werd ik van het bericht dat diezelfde avond Léon, de stad van de Sandinistas, vereerd zou worden met een bezoek van niemand minder dan Hugo Chavez vergezeld door kersverse Nicaraguaanse president Daniel Ortega.
Er heerste een feestelijke sfeer op het centrale plein. Voor de grote kathedraal had jong en oud zich verzameld, gehuld in rood en zwart en de de Nicaraguaanse versie van Lennons Give peace a chance schalde keer op keer over het plein. Af en toe schoot er een vuurpijl de lucht in. Iedere keer als het erop leek dat de heren zouden arriveren haastte men zich een ordelijk cordon de seguridad te vormen. Loos alarm en de orde verdween weer. De opwinding was geweldig om te zien en was zelfs besmettelijk. Toen sirenes aankondigden dat het eindelijk zover was en een concentratie van cameras duidde op het presidentieel gezelschap, worstelde de menigte zich uit het cordon en stormde uitzinnig op Chavez en Ortega af. Ik stormde mee, wat een enorme kick om de Latijns Amerikaanse politieke hysterie van zo dichtbij mee te maken. Maar ik wist niet of juichen nou wel zo gepast was, Chavez mag dan lekker afgeven op Bush, je weet nooit of er sprake is van corruptie on the side.
Met een klein vliegtuig vertrok ik de volgende morgen, de rust tegemoet. Het beeld van de Carribean als rustig azuurblauw water verdween voorgoed na de boottocht van Big Corn naar Little Corn. De reisgids vermeldde dat de overtocht zo nu en dan ´choppy´ zou kunnen zijn, hevige turbulentie was er echter niets bij. Stuiterend ging de panga (open boot, iets groter dan een lancha) over de golven. Drie meter omhoog betekende dat de boot na een val van drie meter met geweld weer op het water landde. Best lollig, maar ik was toch een beetje zenuwachtig. Little Corn is een droom van een eiland. Geen motorvoertuigen, maar fietsen en voetpaadjes door de junglebegroeing (ja, een ananas groeit dus aan een struik, als een bloem tussen yucca-achtige bladeren). Geen stromend water, maar een wasbak (inclusief zeepje) met een gat, zodat het zeepwater wegstroomt over het zand, en een emmer regenwater met een kommetje om water te scheppen. De kleuren zijn er werkelijk prachtig, de zee is azuurstblauw, huizen van felroze tot eigeel, een diepgroen bladerdak, tropische bloemen en een stralend wit strand, waar de palmbomen intiem overheen buigen. Het was er duur, maar het verse gemberbrood en de kokosnoot die ter plekke voor mij uit een hoge palmboom werd geplukt, waren onbetaalbaar.
Kleurig Little Corn is inmiddels verruild voor kleurig Granada. De onbewolkte hemel op de terugvlucht onthulde beneden het kolonisten van catan-achtige landschap. Stukje donkergroen bos, stukje zachtgele landbouwgrond, stukje kikkerdrilgroene rivier. Het heldere licht maakte de kleinste details zichtbaar.
Vergeleken met Léon is Granada een beetje Disneyland. Erg mooi allemaal, brede straten, prachtige nette gevels, maar Léon is echter. Vanmorgen trof ik, buiten de toeristische plekken, op de markt het werkelijke Nicaragua aan. Een beetje shabby, de kleuren wat verlopen, maar erg mooi. En zoals ik al vele malen had gehoord van andere reizigers, de mensen hier zijn ontzettend vriendelijk. Plotseling ben ik mi amor voor de marktvrouwen. Misschien vinden ze mijn verschijning, zich alleen buiten het toerisme begevend, wel aandoenlijk.
Ten opzichte van de andere backpackers, die hier toch echt meer toerist zijn dan reiziger (ze geven veel te veel geld uit, wat de prijzen explosief doet stijgen) ben ik wat meer in mezelf gekeerd. Misschien zijn ze minder leuk dan mijn vriendjes op Utila en mijn reismaatjes in Guatemala, misschien heb ik het een beetje gehad met andere backpackers. Ik vind het veel leuker wat te kletsen met de Nicaraguanen. Tijd om me even in te richten. Waarschijnlijk ga ik dat in Léon doen, waar ik kan helpen bij een muzikaal schoolproject en wellicht (of hopelijk) meer. Hier in Granada is het goed toeven, het ligt lekker centraal ten opzichte van de bezienswaardigheden van Nicaragua, maar vrijwilligerswerk vinden voor vier weken blijkt lastiger dan gedacht. Anderhalf uur per dag bij de Engelse les assisteren is een beetje mager (docent is vijftien jaar oud en leert zijn leerlingen precies die vraagzinnetjes, die al zo vaak in het Spaans tot mij gericht zijn. Gemiddeld gesprek met Nicaraguaan: waar kom je vandaan? hoe lang blijf je in Nicaragua? wat vind je van de mensen hier? hoe heet je? hoe oud ben je? heb je een vriend? ook hier in Nicaragua? Meestal wordt het gesprek kort daarna afgekapt. Zeer vriendelijk uiteraard.)
Nu ik mijn tickets voor het vervolg van de reis geboekt heb (ik ga naar Cuba!!! en daarna naar Lima) is het gedaan met de stress. Hoewel de tegenvallende prijzen me wel wat geldzorgen opleveren. Léon zal deze zorgen wellicht beter weg kunnen nemen dan Granada, so there I go. Op naar het echte Nicaragua.