Verschenen op LA Ruta.nu: Latijns Amerika op weg
Als een grote roze olifant had ik het onderwerp vermeden, maar op een of andere wijze bleef het zich maar opdringen. Van Engelse oorlogsschepen die aan kwamen varen op de voorpagina van de krant tot een kennis die vertelde over hoe alle Argentijnse schoolboeken met landkaarten langs het ministerie van defensie moeten, om te controleren of er (Arg.) bij de eilanden staat. Koude drukte, in mijn ogen. De gemoederen liepen vooral hoog op toen een groep intellectuelen (onder hen prominent historicus Luis Alberto Romero) verklaarde op te komen voor het zelfbeschikkingsrecht van de eilandbewoners. Ik was verbaasd over de woedende reacties, want het leek mij het meest zinnige dat ik tot zover over het onderwerp was tegengekomen. Bovendien werd hier voor het eerst mijn mening onder woorden gebracht, die ik onder Argentijnen lange tijd heb verzwegen.
Ik meende dat men zich nogal heeft laten meeslepen door nationalisme in het ‘de Malvinas zijn Argentijns’-verhaal. Het is iedereen duidelijk dat de oorlog, nu dertig jaar geleden, een manoeuvre was van het militaire regime om de aandacht van interne onenigheid af te leiden. Ook is men heel expliciet in het afkeuren van de militaire dictatuur. Maar toch zijn de meesten het eens met de kreet die in dikke zwarte graffitiletters de witte muren van de stad siert: “Weg met de Engelsen uit Las Malvinas!” Verwonderlijk, want dat is indirect gewelddadig Junta-bewind goedkeuren.
Daarnaast had ik historische redenen, vermoedelijk dezelfde als Romero et al., om te betwijfelen of de Argentijnse claim van de eilanden wel legitiem is. De Malvinas zijn namelijk nooit echt Argentijns geweest. Er zijn geen Argentijnen verdreven door de Engelsen die het eiland koloniseerden, want indertijd bestond Argentinië in haar huidige omvang nog niet. Slechts een klein deel van wat later Argentinië zou worden, min of meer de huidige provincie van Buenos Aires, was een Spaanse kolonie. Saillant detail is dat pas een halve eeuw nadat Argentinië zich onafhankelijk verklaarde van Spanje, Patagonië onderdeel ging uitmaken van het land. De Argentijnse staat deed daarvoor hetzelfde in het zuiden van het continent als wat de Engelsen jaren eerder hadden gedaan op wat ze de Falklands zouden noemen: de oorspronkelijke bewoners verdrijven, vermoorden of onder dwang aan het werk zetten. Het is hier moeilijk onderscheid maken tussen gekolonialiseerde of kolonialiserende Argentijnen, maar ergens vermoedde ik dat een Argentijnse claim op Las Malvinas, dichtbij de Patagonische kust, van kolonialiserende orde is. In die zin hebben ze net zo min recht op de eilanden als de Engelsen en kunnen we alleen vragen wat de eilandbewoners zelf willen. De kelpers hebben niets met Argentinië, want het zijn nazaten van Engelsen, zoals de Argentijnen nazaten van vooral Zuid-Europeanen zijn, dus het lijkt een uitgemaakte zaak.
Maar niet alleen het historische argument telt. De Britse minister van buitenlandse zaken heeft het over de kwestie als een witte olifant, dat wil zeggen, de Falklands als blok aan het Britse been. De Argentijnse presidente heeft het over het eerlijk verdelen van de natuurlijke bronnen in het zuiden van het continent. Inderdaad, er zijn economische gronden voor onderhandelingen. En dat laatste is waar Argentinië al jarenlang op aandringt en waar Groot-Brittannië west-indisch-doof voor is (in de Argentijnse interpretatie dan). Maar is de onderhandeling wel onderhandeling? Het Argentijnse standpunt komt uiteindelijk toch neer op Las Malvinas zijn Argentinas, dat is geen werkelijke onderhandelingspositie. En de Britten hebben het net als Romero et al. over het zelfbeschikkingsrecht van de kelpers.
Nu is er in de polemiek een interessante stem die niet zozeer historisch of economisch is, maar dynamisch hedendaags. Deze stem reageert met enige verontwaardiging op het idee van zelfbeschikkingsrecht, omdat dit een Britse tautologie is: de eilandbewoners zijn immers de Engelse kolonisten. In Argentinië, argumenteert zij, zijn we inmiddels voorbij het kolonialisme. Het land is post-koloniaal, onafhankelijk en nadrukkelijk niet Spaans. Argentinië is een land van migranten, een mengelmoes van Europeaanse komaf en oorspronkelijke volkeren. Het is een andere logica die pas sinds kort echt tot me doordringt. Misschien wel omdat ik op school leerde van de Falkland Eilanden, en omdat Nederland toch meer overeenkomsten met Engeland vertoont: een koninkrijk, een koloniale mogendheid. De Argentijnse kinderen die ik interview hebben het stuk voor stuk over de Malvinas en herkennen de eilanden eerder dan de continentale contouren van het eigen land. Revolutie en onafhankelijkheid liggen er als vanzelfsprekend aan ten grondslag: vrij van koloniale macht en onderdeel van de republiek zijn.
Ik had het verkeerd gezien. Het is geen olifant, ook geen roze. Het is een witte pinguïn, zo eentje waar de Argentijnen gekoelde wijn mee schenken; een grappige getuige van het voortdurende cross-over proces. Bij mij op tafel staat een kleine witte pinguino te grijnzen. Het is bijna 2 april. Ik houd niet van militair vertoon en ik vind oorlogsveteranen niet zielig. Dan maar het glas heffen met Pingu en proosten op de goede afloop.
Continue Reading →
Al een tijd dwaalde ik wat verloren rond op de milonga, met mijn dansziel onder de arm. Of het nu in Amsterdam was, in Buenos Aires of ergens onderweg, er klopte iets niet meer met de tango. Ik kon mijn ei niet kwijt, en vroeg me zelfs af of ik dat ooit werkelijk had gekund. De drang om te gaan dansen werd langzaam minder, de salon liet me ijskoud. Lesgeven gaf de tango nog vorm en zin, maar het Amsterdamse lesseizoen eindigde en in Buenos Aires zou ik mij gaan toeleggen op andere onderwijsvormen. Kort na aankomst in Argentinië hield ik op met dansen…
Volledige column
La Cadena, december 2011
Continue Reading →
Verschenen op LA Ruta.nu : Latijns Amerika op weg
|
 |
Het is lente in Argentinië. Optimisme hangt in de lucht. Cristina Kirchner is pas herverkozen als president door een overweldigende meerderheid van de bevolking. Er zijn hoge verwachtingen. Vorig jaar nog was er de legalisatie van het homohuwelijk, afgelopen maand de veroordeling van mensenrechtenschenders tijdens de militaire dictatuur, en de progressie lijkt door te zetten. Na een strijd van enkele decennia zien vrouwenrechtenactivisten eindelijk het abortusdebat van start gaan.Binnen de muren van het Argentijnse congres is de discussie een primeur. Buiten op straat tussen pamfletten, spandoeken en trommels is het een voortzetting van de felle woordenwisselingen die al veel langer gaande zijn. Tussen voorstanders van het leven van het kind enerzijds en het leven van (jonge) arme vrouwen anderzijds. De laatsten leveren kritiek op politieke “excuses en vertragingen”. Terwijl de bovenlaag van de bevolking met geld gemakkelijk de wet blijft ontduiken, valt er weer een dodelijk slachtoffer als gevolg van een onveilige goedkope abortusmethode. Pas 13 jaar oud. “Legaal, veilig en gratis, nu meteen!” Het klinkt bekend in de oren. Verrast ben ik bij het zien van zoveel jonge abortustegenstanders, of in hun woorden “levensvoorstanders”. Het zijn vooral studenten van katholieke universiteiten. Dat is nieuw voor mij in het van progressieve jongeren vergeven Buenos Aires.Hoewel het politieke debat in de lijn der verwachtingen ligt, is de uitkomst onzeker. Het is een gevoelig thema. Het is zelfs de vraag of het helpt een vrouw aan de macht te hebben. Solidariteit met degenen die ook graag baas zijn, maar dan in eigen buik, is niet zo vanzelfsprekend. Politieke daadkracht ontbreekt. Het project ter legalisering van abortus tot in de twaalfde week van de zwangerschap zal moeten wachten tot 2012 om verder in behandeling genomen te kunnen worden. Ook al was het politieke openingsdebat een veelbelovende eerste stap. De meerderheid, van een minimaal aantal afgevaardigden, stemde voor het project. Het ‘Kirchnerisme’, overal zegevierend aanwezig in oktober, was opvallend ondervertegenwoordigd. De enige aanwezige afgevaardigde stelde voor abortus strafbaar te laten voor degenen die het praktiseren (onder meer medici) maar de vrouwen die het ondergaan te ontzien. Gedoogbeleid op z’n Argentijns? Wil Cristina haar herverkozen handen niet vuilmaken? Tijdens haar formele ontmoeting met katholieke hoogwaardigheidsbekleders duurde de stilte omtrent abortus voort.Een partijgenote verklaarde dat gevoelige onderwerpen niet worden aangeraakt in verkiezingstijd, maar dat vrouwen omwille daarvan niet langer zouden moeten lijden. Het blijkt dat La Presidenta haar achterban ruimte voor een eigen mening had gegeven: “mijn persoonlijke overtuigingen doen er niet toe.” De moraal achter de strategie? Progressie is relatief. Inderdaad, Cristina is “voor het leven”.
Continue Reading →
Twee emblematische oude milongueros aan het woord
Het overbruggen van generaties levert mooie tangomomenten op. Halverwege een milonga onderbraken Osvaldo en Coca hun optreden om bij te komen, maar Villa Malcolm barstte los in een daverend applaus. Bij het danspaar dat de comeback van de oude generatie belichaamt, gaat het immers om de kwaliteit en niet de kwantiteit. Dit weet ook de jonge generatie, en even lijkt het of er helemaal geen kloof is. Osvaldo en Coca, die dertig jaar niet dansten, om vervolgens in 2004 het wereldkampioenschap salon te winnen, weten echter wel beter.
Volledig artikel…
La Cadena, november 2011
Continue Reading →
Verschenen op LA Ruta.nu : Latijns Amerika op weg
|
 |
Het is niet zo moeilijk Latijns Amerika in je hart te dragen. Je hoeft er niet eens een hele reis voor te maken, maar misschien zijn die ervaringen wel de reden dat ik geëmotioneerd ben als ik kijk naar
Calle 13 op Youtube. Allerlei vlagen van herinneringen, van de Cubaanse familie in Viñales tot de vrolijke bende kleine Peruvianos in de naschoolse opvang in Cuzco, doen me weer even beseffen op welk continent ik ben. Dat vergeet je soms in Buenos Aires, met haar Europese grandeur van weleer. Iets schrijven of zeggen over Latijns Amerika vanuit deze stad wekt conflicten bij me op. Het is alsof je vanuit Europa opereert, vanuit het Museo de América de Madrid, waarin het continent wordt afgeschilderd als eenheid. Zonder oog voor alle diversiteit en de Spaanse interventies legitimerend als ‘beschavende’ onderneming.
[1] Maar aan de andere kant is een radicale scheiding maken tussen imperialistische boosdoeners en Latijns Amerikaanse slachtoffers irreëel. Hoeveel je Che Guevara ook bewondert en verontwaardigd bent bij het lezen van Eduardo Galeano’s Venas Abiertas.
De Argentijnse stedelingen zijn niet zo populair verder landinwaarts. Behalve de gebruikelijke verwijten, die bijvoorbeeld ook Amsterdammers ten deel vallen, zijn daar historische redenen voor. De Spanjaarden, de Engelsen, ze opereerden vanuit de havenstad. De documentaire Tierra Adentro (de aarde naar binnen of van binnen) illustreert op bijzondere wijze een conflict wat je de kolonialisten in de schoenen kan schuiven.
[2] Maar zo eenvoudig was het niet. In het decennia eerder onafhankelijk verklaarde Argentinië vatten een aantal politici en generaals het idee op om het land naar het zuiden toe uit te breiden. In 1878 reikte de staat niet veel verder dan halverwege de huidige provincia de Buenos Aires. Tot aan de Andes en in Patagonië trokken verschillende stammen rond, bijvoorbeeld de Mapuche. Wat aanvankelijk begon door stukje bij beetje land te vorderen, door diepe geulen te graven om de indianen buiten te houden, eindigde als een radicaal militair optreden. Deze campaña/conquista del desierto (verovering van de woestijn) figureert nog steeds op het billet van 100 pesos en in andere symbolen van vaderlandse trots. Het was niets minder dan verdrijving en uitroeiing van de oorspronkelijke bewoners ter meerdere eer en glorie van Argentinië en vooral profijt voor een kleine bevoorrechte groep.
De documentaire legt zowel de politieke en economische voorwendselen bloot, als de realiteit van de nu gemarginaliseerde Mapuche. Maar de toeschouwer krijgt niet de kans het conflict zwart-wit op te vatten, want inmiddels lopen de grenzen en identiteiten door elkaar heen. De achterachterkleinzoon van een van de generaals voelt zich schuldig over zijn verleden, maar is hij dat wel? In de gesprekken met een achterkleindochter van de slachtoffers van de campagne van zijn voorvader is er van ruzie geen sprake. Natuurlijk niet, ze zijn allebei Argentijnen met een sterk rechtvaardigheidsgevoel op zoek naar in het reine komen met het verleden: vrede. En dan is er de jongen die zich verdiept in de traditie van zijn volk, anders dan het vieren van de Argentijnse onafhankelijkheid op school. Het is bitter dat hem een bewondering voor nationale helden onderwezen wordt die alles te maken hadden met de dood van verre familieleden. Maar natuurlijk verruilt hij zijn sportschoenen niet definitief voor een verentooi. En je kan hem niet vragen te kiezen als Mapuche tegen de Argentijnen te zijn, want hij is en voelt zich Argentijn. De historische identiteitscrisis loopt tot in de rechtspraak: kunnen de Mapuche hun land wel terugvorderen gebaseerd op wetten die pas naderhand door de Argentijnse staat zijn ingevoerd? Maar ze waren toch voornamelijk nomaden die niet op dezelfde wijze als de Europese immigranten omsprongen met landbezit? Natuurlijk was het onrechtvaardig en verdienen de gemarginaliseerden een betere plek in de maatschappij, maar kan je daarvoor nu nog land gaan onteigenen? Inmiddels zijn Argentijnen en Mapuche niet meer zo eenvoudig uit elkaar te halen: ze drinken allemaal mate met elkaar. Ook het onderscheid tussen stad en land is niet meer zomaar te maken: het staat allemaal met elkaar in verbinding.
Als je in de stad woont is het belangrijk te weten dat er, hoewel de stad een smeltkroes is van diversiteit, er nog meer te vinden is daarbuiten. De aarde in je hart dragen is niet haar in te delen. Dus eigenlijk is het niet ‘Latijns Amerika’ daarbinnen, maar een verzameling aan ervaringen met allerlei mensen. Sommigen zullen het niet zo goed met elkaar kunnen vinden, vanwege de groep waar ze bij horen of territoriumkwesties, maar komt het puntje bij het paaltje dan drinken ze samen mate en zeggen ‘zand erover’.
Ik kan me een buitenbeentje voelen, menen dat ik hier geen recht van spreken heb, maar ergens ben ik na al die jaren ook een beetje van hier. En bovendien, Pacha Mama houdt niet op met Pacha Mama zijn voorbij de contouren van Latijns Amerika.
[1] Het is bijna pijnlijk, de beschrijvende studie van het museum door Marisa González de Oleaga (2010).
[2] Zoals de scholieren in de buitenwijken van Buenos Aires die Alexander Ruiz Silva interviewde voor zijn boek Nación, Moral y Narración (2012).
Continue Reading →
‘Vrouwen zijn van nature vaak wat minder geneigd tot macht grijpen’ kopt Sylvia Witteman in haar Volkskrant column op 24 oktober. Op dezelfde dag in de omgekeerde wereld staat er op de voorpagina van La Nación ´A la Presidenta, todo el poder.´ Dat wil zeggen, alle macht aan de presidente. Weer een mooi synchroon contrast om een maandagochtend over te filosoferen. Over macht, de menselijke natuur en de retoriek der sekseverschillen. Is macht iets dat gegrepen wordt, of wordt het verleend? Is de ´menselijke natuur´ anders in Nederland dan in Argentinië? Kunnen we het wel op wereldschaal hebben over vrouwen of positieve discriminatie?
Wat illustreert dit contrast? Niet de verschillen tussen mannen en vrouwen of culturele diversiteit. Het laat de willekeur zien waarmee we praten over abstracte entiteiten. De manier waarop we informatie uit de lucht vissen. Hoe we zodanig goochelen met woorden dat we volkomen betekenisloze uitspraken doen. Of in ieder geval ver verwijderd van een context die nog enige zin aan onze zinnen zou verlenen. ´Hypertalk´, noemt een cultuurpsychologische collega het. En inderdaad, het is een overdrijving, een overgeneralisatie die alleen maar bestaat bij gratie van een kaartenhuis aan concepten en ideeën waarvan we inmiddels niet eens meer weten waar ze vandaan komen. Wat is ´macht´ tegenwoordig nog? Heeft het nog iets te maken met een enkele heerser(es)? Of zit het zoals Foucault het benaderde in ieder klein hoekje? Democratie is ook niet meer wat het was in klassieker tijden. En ´man´ of ´vrouw´ heeft dat nog wel iets te maken met jagers en verzamelaars? Heeft het gebruik van die termen, de actie bij gratie van die termen, ze inmiddels niet getransformeerd tot een politieke contrapositie? En hoe kan dat nog verwijzen naar de concrete organische interactie, een ontwikkeling op biologisch niveau?
Inderdaad, we zouden een vuistregel op kunnen stellen: alle beweringen ´p is van nature q´ zijn van nature twijfelachtig.
Als ik het zou hebben over hoe er in Nederland op een vrij absolute manier tegen de rest van de wereld aangekeken wordt, top down als het ware, zou ik dan ook hypertalk bezigen, of zou ik een context beschrijven waarin overgeneralisatie tot stand komt? In Argentinië is er net zo goed hypertalk, ook hier vliegen de sekseverschillen je om de oren. Maar er is een groot concreet verschil, waar we verder niets mee hoeven, maar wat wellicht meer verheldert dan gedelibereer over sekseverschillen: met een overweldigende meerderheid werd een vrouwelijke president herkozen. En in Nederland hebben we dat tot op heden nog niet kunnen zeggen.

Continue Reading →
In ‘Iedereen psycholoog’ ( – De Groene Amsterdammer, 5-10-2011) worden belangrijke zwaktes van de (sociale) psychologie geformuleerd. Uit verschillende deelgebieden van de psychologie klinkt kritiek. Van theoretische oppervlakkigheid, te vaag exploratief onderzoek en de druk op het academische productieproces, tot een verindividualiseerde en vercommercialiseerde maatschappij. Er ontbreken echter een paar achtergrondoverwegingen, uit psychologische deelgebieden die helaas gemarginaliseerd zijn, ten bate van sociaal populaire statistisch significante open deuren. De wetenschappelijke armoede kan voor een groot deel geweten worden aan het gebrek aan filosofische en historische reflectie in de psychologie.
Een kritische wetenschappelijke houding is niet gebaat bij referentiecriteria die gebieden dat alleen het meest recente onderzoek mag worden geciteerd. De theoretische teloorgang heeft veel te maken met het voortdurend opnieuw uitvinden van oude wielen. Vele herformuleringen en retorische ingrepen verder zijn de fundamentele vragen van de psychologie nog steeds dezelfde, maar is de blik op deze vragen vervaagd. Bovendien is de ontwikkelingsgeschiedenis ervan, waar veel van geleerd kan worden, uit het oog verloren. Een beetje bronnenonderzoek zou de psycholoog goed doen. Dan kan hij zijn onderzoeksvraag aanslijpen. Want goed onderzoek begint bij een goede vraag.
Vragen leren stellen staat niet voorop in het inwijden van nieuwe psychologen in het vak. De nadruk wordt gelegd op de methode. Dat is immers wat de psycholoog onderscheid van sociologen en antropologen. Daarbij gaat men voorbij aan dat er goede maatschappijwetenschappers zijn en slechte psychologen. De methode garandeert geen goed onderzoek. Dat hebben we met het geval Stapel wel gezien. Het gevaar is dat men naar aanleiding hiervan denkt dat de methodes aangescherpt moeten worden. Dit, als we kijken naar de afgelopen decennia in de psychologie, werkt averechts. Het methodologisch solipsisme wordt dan alleen maar groter: als we maar een gedegen methode hebben dan kunnen we alle willekeurige vragen daar aan toetsen. Nee, zo werkt het niet. Voorbeeldige experimenten uit de geschiedenis van de psychologie leren ons dat we methodologisch creatief moeten zijn. Eerst is er de vraag, goed ingebed in wetenschappelijke context, en dan zijn er nauwkeurige redeneringen om de juiste methode uit te kiezen.
Ook in dat proces wreekt zich filosofische onzorgvuldigheid. Er wordt maar weinig stilgestaan bij het begrippenapparaat. Concepten worden zonder nauwkeurige definitie aangewend, met als gevolg dat men langs elkaar heen praat en onderzoek repliceren vrijwel onmogelijk is. Men kijkt niet naar waar de concepten vandaan komen, hoe ze gebruikt en misbruikt worden. Vaak worden concepten uit een sociaal-politiek discours opgepikt en wordt een status quo bevestigd. Er is dan ook een kanjer van een validiteitsprobleem. Bovenop theoretische oppervlakkigheid, komt bij dat er weinig psychologen in staat zijn zorgvuldig van een theorie naar een hypothese te redeneren. Kritische filosofische vaardigheden worden al lange tijd uit het psychologie curriculum gefilterd. De nadruk ligt op de empirie. Het is precies in de onzorgvuldige benadering van de empirie dat de psychologie ophoudt wetenschap te zijn. Want hoe benader je de empirie? Juist, met een goede theorie. Haal die maar eens uit de vergaarbak van significante data.
Genoeg aanleiding voor vernietigende zelf-kritiek. Een wetenschap die pretendeert Popperiaans te zijn ontbreekt het aan falsificatie. De verwijzingen naar Wittgenstein worden in retorische ijdelheid gemaakt. Grote methodologische voorbeelden worden in de praktijk niet gevolgd. En naar belangrijke wetenschapsfilosofische/-sociologische kritiek wordt niet geluisterd. Kritiek valt ook het psychologie onderwijs ten deel. Daaruit lijkt langzaam kritische reflectie te verdwijnen, want het zou maar ten koste gaan van de legitimiteit van de psychologie. Of erger: van het slagingspercentage, dat wil zeggen de opbrengst gegenereerd uit de studentconsument. Inderdaad, de ego’s stapelen zich op, maar wees gerust, u hoeft ze niet meer te geloven.
Continue Reading →